Selecteer een pagina
“Gemeenschapszin zorgt voor meer geluk”

“Gemeenschapszin zorgt voor meer geluk”

Hij heeft het ver geschopt, al zal hij dat van zichzelf niet snel zeggen. Terwijl het niet eenvoudig was om als Molukker in Nederland een plek te verwerven. Hij is realistisch idealistisch: voor de natuur moet je goed zijn, net als voor de mensen aan de onderkant van de samenleving. Miguel Ririhena probeert de wereld een stukje mooier te maken.

Ze lunchen in het gemeentehuis van Tynaarlo. Want behalve Reclasseringsmedewerker ZSM is Miguel Ririhena ook gemeenteraadslid voor GroenLinks. Maar eerst wil Hedwig – budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren – iets weten over de term ZSM: “Ik zag dat in jouw functiebenaming staan, maar ik heb geen idee wat het is. Leg eens uit!”, zegt ze enthousiast uitnodigend. “Wat vaak gebeurde binnen het strafrecht, is dat relatief lichte vergrijpen – een dronken student die een steen door een ruit gooit bijvoorbeeld – hetzelfde traject doorliep als de zwaardere zaken”, schetst Miguel. “Ook zo iemand wordt gedagvaard, komt een aantal maanden later voor de rechter en krijgt vervolgens een boete of taakstraf. Een traject dat veel tijd en geld kost.” Verschillende partijen zochten hierin de samenwerking in de vorm van ZSM. Een werkwijze die niet alleen effectiever is, maar zich ook meer richt op de specifieke situatie van de delictpleger. “Vaak gaat het om mensen die geen inkomen hebben, verslaafd en dak- of thuisloos zijn. Voor het stelen van een blikje bier laten we iemand nu niet meer voor de rechter verschijnen, maar wordt direct een passende straf bepaald én zorgen wij er vanuit de Reclassering voor dat er een begeleider klaar staat. Om te regelen dat iemand bijvoorbeeld weer wordt ingeschreven voor een woning of dat er een uitkering wordt aangevraagd. Want je wilt voorkomen dat iemand weer de fout in gaat.” Miguel staart voor zich uit: “Een delict staat nooit op zichzelf, daar zit een heel verhaal achter. Verslaafd, relationele problemen, psychische klachten, schulden…”

Hedwig maakt even de overstap naar een andere mate van welzijn: “Laten we eerst maar eens gaan eten!” Miguel kijkt om zich heen en lacht: “Heb je toevallig ook bestek?” Een zoekende blik: “Eeh… nee, vergeten! Ik heb wel flink wat servetten”, houdt ze de stapel omhoog. Miguel spoedt zich naar boven, even later stommelt hij de trap af. Ze vallen aan met mes en vork.

ZSM: SOMS AL BINNEN 6 UUR EEN OPLOSSING
ZSM is een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie (OM), de politie, Slachtofferhulp, Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering. De afkorting staat voor Zo Simpel, Snel, Selectief, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk. Dat geeft direct het doel weer: een betere en meer effectieve doorstroming in de strafrechtketen. Doordat het OM zonder tussenkomst van een rechter een boete of taakstraf kan opleggen, wordt veelvoorkomende lichte criminaliteit soms al binnen zes uur afgehandeld. Jaarlijks worden inmiddels al om zo’n 30.000 zaken op deze manier behandeld.  

Miguel Ririhena - Kompas ZuidlarenMiguel Ririhena

Het geluk van de groep
Ondertussen is Hedwig benieuwd wat haar tafelgenoot voor beelden heeft bij de thema’s van de lunch: welzijn en welvaart. “Onze samenleving is economisch ingericht”, stelt Miguel. “De kern is: een draaiende economie. Maar dat zegt nog niets over ons welzijn.” Die focus werkt individualisme en vereenzaming in de hand, terwijl juist het groepsdenken zou moeten worden gestimuleerd, vindt hij: “Ik zag een documentaire over een kleine eilandengroep in Oceanië, waar het groepsleven de kern van de samenleving vormt.” Herkenbaar voor Miguel, wiens grootouders daar vlakbij zijn geboren, op de Molukken: “Ik zie hoe die gemeenschapszin bijdraagt een het gevoel van welbevinden. Dat probeer ik onder andere via de politiek te realiseren.”
Geld daarentegen brengt het slechtste in de mens naar boven, vindt hij. Al is het uiteraard ook een noodzaak: “Als je geld hebt kun je leven, als je geen geld hebt dan moet je overleven”, filosofeert de reclasseringsmedewerker, zijn cliënten indachtig.
“We vermarkten alles in Nederland, behalve misschien de natuur. Stel dat je een waarde geeft aan een boom, dan zouden we daar heel anders mee omgaan.” Hedwig glimlacht: “Ah, daar komt jouw GroenLinks-hart naar boven!” Miguel knikt geestdriftig: “Als mens sta je niet boven de natuur maar ben je er onderdeel van. Dus moet je er goed voor zorgen. De natuur zorgt immer ook voor jou.”

“Wij moesten als Molukse gemeenschap hier iets opbouwen terwijl we niet wisten wat ons perspectief was. En juist perspectief draagt bij aan je welzijn.”

Het Molukse perspectief
Benieuwd naar zijn wortels, vraagt Hedwig hoe welvaart en welzijn een rol speelden in zijn opvoeding: “Toen wij hier kwamen vanuit de Molukken, hadden we al een achterstand. We moesten daar weg omdat we er als verraders werden gezien. Hier kwamen we met een belofte op zak: de overheid zou onderhandelen met de Republiek Indonesië over een eigen staat. Ondertussen werden we eerst ondergebracht in voormalige concentratiekampen, later werden we verspreid over Nederland.” Het lastige zat vooral in de onzekerheid over de toekomst: “Je moet iets opbouwen terwijl je niet weet wat je perspectief is. Keer je terug naar een eigen staat of blijf je hier? Het is juist een perspectief dat bijdraagt aan welzijn.” Die haalden ze wel uit de gemeenschapszin, herinnert Miguel zich: “We hadden veel steun aan elkaar. Al verminderde dat wel, want je zoekt ook de verbinding met de andere mensen om je heen. Dat is mens eigen.”
De achterstandspositie is er onder sommige Molukkers nog steeds. Miguel ziet de verborgen armoede: “Heb jij Molukse mensen onder bewind?”, neemt hij de proef op de som. Hedwig denkt even na: “Nee”, constateert ze. “Molukkers hebben de gewoonte om dat soort problematiek meer voor zichzelf te houden, het binnen de groep op te lossen”, legt Miguel uit. Groepszin heeft daarmee voor- en nadelen: “Dit is zeker niet de beste manier om dergelijke problemen aan te pakken, maar ik zou wel graag een samenleving zien waarin je wat meer voor elkaar zorgt.”
“Kijkend waar je vandaan bent gekomen, ben je dan ook trots op jezelf?”, stelt Hedwig een persoonlijke vraag. Haar gespreksgenoot omzeilt het antwoord door te vertellen over zijn nieuwe baan: “Ik ga vanaf 1 oktober werken met dak- en thuislozen.” Ze geeft het niet op: “Maar dan nog: je hebt een goede baan, je zit in de gemeenteraad…”, dringt ze aan. “Jawel”, moet Miguel toegeven. “Ik heb het best goed gedaan.”

Hedwig Jacobs - Kompas ZuidlarenHedwig Jacobs

Een arm om de schouder
Snel maar weer over naar zijn werk, waarvan hij een mooi voorbeeld geeft: “Gisteren was er een omslag in het weer, het was grauw en grijs. Cliënten worden daardoor vaak onrustiger, vertonen eerder verward gedrag. Zo ook gisteren. Een man die al lang bij ons en de GGZ in beeld is maar elke vorm van hulp weigert. Maar je moet nooit opgeven vind ik, dus ik heb toch Lentis ingeschakeld.” ’s Middags kreeg Miguel een telefoontje dat er een doorbraak was bereikt: “Was deze man toch met een hulpvraag gekomen: ‘ik wil weer contact met mijn dochter’. Prachtig! Dat verschillende hulpverleners een soort net vormen om te komen tot een oplossing die klopt.”
Daarnaast heeft Miguel – wiens ouders en grootouders ooit hun land ontvluchtten – speciaal oog voor vluchtelingen. In 2017 vertrok hij naar Lesbos om er hulp te verlenen in de vluchtelingenkampen: “Heel idealistisch, je denkt als maatschappelijk werker te kunnen helpen. Maar al je kennis en gesprekstechnieken ten spijt, die mensen willen maar één ding: een menselijke benadering. Een arm om de schouder.”

Voor het eerst in twee uur zijn ze beide even stil. “Wil je nog een kopje koffie?”, vraagt Miguel even later gastvrij. Hedwig gaat voor thee. Samen lopen ze naar het automaat. Onderweg nog druk filosoferend. Gedreven hulpverleners onder elkaar raken eigenlijk nooit uitgepraat…

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Laaggeletterd zijn? Dat is nog steeds een taboe”

“Laaggeletterd zijn? Dat is nog steeds een taboe”

Hoe is het leven wanneer je laaggeletterd bent? Zo’n 2.500.000 Nederlanders zullen deze tekst waarschijnlijk niet lezen omdat ze daar onvoldoende vaardig in zijn. Het ontbreken van die vaardigheid kan grote invloed hebben op hun welzijn en welvaart. Daarom lunchte budgetconsulent Alie van Dekken tijdens de Week van de Alfabetisering met Linda Hageman, projectleider bij Stichting Lezen & Schrijven. Op een toepasselijke plek: de bibliotheek.

Laaggeletterd zijn
“Dat ziet er lekker uit!”, zegt Linda verrukt. Alie heeft de lunch van Kompas Zuidlaren uitgestald in de Hoogezandster bibliotheek, waar jong en oud ondertussen boeken uitzoeken, even gaan zitten om er doorheen te bladeren of om iets op te zoeken op de computer. Vermoedelijk allemaal mensen die ‘gewoon’ kunnen lezen en schrijven. Maar deze bibliotheek is ook de basis van het Taalhuis in deze regio. Een plek waar mensen zich in die basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. “Op welke manier is laaggeletterdheid van invloed op iemands welzijn en welvaart?”, wil Alie van haar tafelgenoot weten.
Om daar goed antwoord op te kunnen geven, is eerst een definitie nodig. Want, wanneer ben je laaggeletterd? “Wanneer je je in het dagelijks leven niet goed kunt redden met lezen, schrijven, rekenen, spreken en omgaan met de computer”, geeft Linda aan. “Dat heeft bijna logischerwijs effect op velerlei levensthema’s. Op het werk dat je kunt doen, hoe je met geld omgaat, hoe je je gezin runt en je dagelijkse zaken regelt. Om maar een kleine selectie te noemen. Daarmee heeft laaggeletterdheid rechtstreeks invloed op je welzijn en welvaart.”

TAALHUIS
Een projectleider als Linda Hageman ondersteunt gemeenten om een taalnetwerk op te bouwen. Dat doet ze met meerdere partners: “Vanuit dat netwerk proberen we zoveel mogelijk laaggeletterden te bereiken en te motiveren voor het Taalhuis.” Een Taalhuis is de fysieke plek van zo’n netwerk, waar men terecht kan voor onder andere een leertraject. Elk leertraject is op maat gemaakt en wordt begeleid door vrijwilligers. Eén-op-één of in groepsverband. Meer weten? Kijk dan op www.taalhuis.nl.  

Linda Hageman - Kompas ZuidlarenLinda Hageman

Winst binnen 6 maanden
Daarop legt Alie een stelling voor: “Om welzijn en welvaart te bevorderen is ondersteuning nodig van derden.” Dat geldt zeker voor laaggeletterden, weet Linda. “Met de juiste ondersteuning is heel veel winst te behalen. 70% van de mensen die een leertraject volgen, zijn na 6 maanden ook daadwerkelijk taalvaardiger.” Ook vergroot het hun kansen op de arbeidsmarkt: “Wanneer ze hun basisvaardigheden verder ontwikkelen, heeft 20 tot 35% al binnen korte tijd een betere arbeidsmarktpositie.” Een rekensom is bijna niet nodig om te concluderen dat met goede begeleiding, veel van de 2.500.000 laaggeletterden in Nederland hun kansen kunnen vergroten.

“Laaggeletterden bezoeken vaker een huisarts of ziekenhuis. Wie taalvaardiger wordt, voelt zich over het algemeen psychisch en fysiek gezonder.”

Schaamte als obstakel
Maar de schaamte zit vaak in de weg: “Er rust nog altijd een taboe op”, merkt Linda. “Mensen schamen zich en ontwikkelen allerlei strategieën om hun onvermogen te verbloemen. Ze worden afhankelijk van de mensen om zich heen.” Die afhankelijkheid blijft vaak in stand, omdat ook de mensen in de omgeving het als taboe ervaren om over de laaggeletterdheid te praten. Uit angst de ander te kwetsen.
En dat is eeuwig zonde, want laaggeletterdheid heeft een negatief effect op de gezondheid van mensen, blijkt uit onderzoek. “Zij bezoeken vaker een huisarts of ziekenhuis, hebben moeite met het lezen van een bijsluiter, vinden in sociaal opzicht moeilijk aansluiting in de maatschappij…”, somt Linda op. “Wie taalvaardiger wordt, voelt zich over het algemeen psychisch en fysiek gezonder. Wanneer je daar iets aan kunt bijdragen, dat is fantastisch.”

Alie van Dekken - Kompas ZuidlarenAlie van Dekken (r)

Mee kunnen doen
Beide vrouwen zitten al zo in het onderwerp dat ze bijna vergeten te lunchen. Maar Alie schenkt haar tafelgenote wat te drinken in, terwijl die kijkt wat ze op haar brood zal doen.
“Een bijzonder beroep heb je eigenlijk…”, overpeinst Alie. “Absoluut!”, bevestigt Linda enthousiast. “Het allerbelangrijkste is dat we het doen voor de laaggeletterden. Zoveel mogelijk mensen moeten mee kunnen doen in de maatschappij. Dáár doen we dit voor.”
Linda wordt ondertussen gegroet door verschillende bezoekers aan de bibliotheek, ze is er duidelijk kind aan huis.

De vrijheid van lezen & schrijven
Alie legt haar nog een stelling voor: “Geld is belangrijk voor mij. Dat is misschien wel een hele persoonlijke vraag”, merkt ze direct wat beschroomd op. Wat wel aangeeft hoe precair ook het onderwerp ‘geld’ soms kan zijn. Maar Linda ervaart daarin geen belemmeringen en praat vrijuit. “Geld is natuurlijk belangrijk, maar voor mij zeker niet het belangrijkste. Mensen om je heen hebben waar je van houdt, jezelf kunnen zijn, dat bepaalt vooral je geluk. Eigenlijk: dat wat geen geld kost.”
De budgetconsulent kruipt even in de huid van een laaggeletterde: “Wat moet dat een beperking van je vrijheid zijn, stel ik me voor. Wanneer het je niet lukt zelf een formulier in te vullen. Of je je eigen kinderen niet eens kunt voorlezen…” Dat kan Linda alleen maar bevestigen, ze ziet het dagelijks: “Klopt. En wanneer ze dat uiteindelijk zelf kunnen, is dat voor hen onbetaalbaar.”

Kippenvel
Er zijn steeds meer organisaties die laaggeletterdheid als probleem erkennen en zich er voor inzetten om medewerkers daarin te begeleiden. Maar nog lang niet overal wordt daar de meervoudige meerwaarde van ingezien. “Er is nog heel veel te doen in ons land hè, op dit gebied?”, vraagt Alie. Linda knikt. Maar ze ziet vooruitgang en blijft zich met al haar collega’s en vrijwilligers inzetten voor de goede zaak.
Dan haalt Linda iets uit haar tas: “Ik heb iets voor je meegenomen. In het kader van de Week van de Alfabetisering is deze dichtbundel uitgebracht.” Ze geeft het aan Alie. “Dit zijn gedichten voor kinderen van 6 tot 106, allemaal over laaggeletterdheid. Sommigen leveren je echt kippenvel op.”
“Ik val nog wel binnen die doelgroep”, grapt Alie. Maar tegelijkertijd glimlacht ze: “Dank je, kan ik mijn kleinkinderen mooi voorlezen…”

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Niemand mag worden uitgesloten, iedereen hoort erbij”

“Niemand mag worden uitgesloten, iedereen hoort erbij”

Hij stond aan de wieg van Kompas Zuidlaren. Als jonge notaris kreeg hij er in de jaren 80 opeens 250 cliënten bij vanuit Dennenoord. Dat paste Rob Spronk (74) als een jas, want hoe iemand ook is en in welke situatie iemand ook zit: “Mensen zijn mooie wezens”, vindt hij. Een lunch met een man die aan zijn 3e leven bezig is en voor wie een zwerm spreeuwen illustratief is voor de ideale samenleving.

Plotseling 250 nieuwe cliënten
Ze lunchen op de plek waar Rob ooit nog als stafofficier pelotons op de appélplaats in het gelid hield. Want waar ooit de Zuidlaarder kazerne was gehuisvest, werkt nu het complete team van Kompas Zuidlaren. Budgetconsulenten Jolanda Dijkens en Diana van Hassel hebben de lunch op tafel uitgestald en de kaartjes met stellingen over welzijn en welvaart naast hun bord neergezet. Maar voor ze de daarmee kunnen beginnen, is Rob hen voor: “Misschien heb ik een verrassing voor jullie. Ik heb een filmpje gevonden van een prachtig fenomeen. Dat heeft een mooie relatie met ons gespreksonderwerp.” Daar komen de dames straks graag op terug, eerst willen ze van hun tafelgenoot weten hoe het ooit is begonnen, Kompas Zuidlaren. “We schrijven 1982”, begint Rob. Jolanda lacht: “Toen was ik er nog niet!”. Waar zij nog maar pas haar loopbaan is begonnen, deed Rob dat ruim 35 jaar geleden, toen hij werd benoemd tot notaris in Zuidlaren. “In datzelfde jaar werd Dennenoord opgeschrikt door misstanden: verpleegkundigen die geld ontvreemdden van mensen met een beperking.” Dit kwam aan het licht bij de afwikkeling van een overleden cliënt, afgewikkeld vanuit het kantoor van Rob. Toen dit samenviel met een wetswijziging over steun aan mensen met een beperking, besloot de directie van Dennenoord de zorg voor materiële aangelegenheden van cliënten uit te besteden. “Wie kan dat doen?”, steekt Rob zijn vinger in de lucht. “O, we hebben een nieuwe notaris!”, neemt hij even de plek in van de toenmalige directie. “Toen hadden we er in één klap 250 nieuwe cliënten bij.”

Rob SpronkRob Spronk

Gewend aan afwijkend gedrag
Hij liet zijn mensen een opleiding volgen – toen alleen vrouwen – en ze gingen met hun nieuwe doelgroep aan de slag. Maar onbekend was deze doelgroep niet: “In Zuidlaren kenden we de mensen van Dennenoord. We waren wel gewend aan afwijkend gedrag.” Tot er een verschuiving optrad en het aantal verslaafden uit Groningen – die ook bij het kantoor van Rob onder bewind stonden – toenam. “Dat maakte het voor mijn medewerkers soms onveilig. Dus heb ik iemand uit de marechausseewereld gevraagd om de orde en veiligheid in goede banen te leiden. En die man heette Marcel Kooi. Hij heeft toen de nodige rust geschapen.” Marcel is alweer sinds jaar en dag de algemeen directeur van Kompas Zuidlaren. “We zetten mensen op koers”, verduidelijkt Rob de naam van de organisatie die op een gegeven moment verzelfstandigde en uitbreidde. Maar de filosofie is in al die jaren overeind gebleken, merkt hij: “Ik heb hier stiekem een paar keer om de hoek gekeken, en ik herken het nog steeds, de compassie waarmee hier wordt gekeken naar mensen.”

“Je kunt alleen maar aanstekelijk zijn met je kennis en enthousiasme wanneer je lekker in je vel zit.”

100.000 spreeuwen
“Laten we ondertussen beginnen met de lunch”, stelt Diana voor, “tast toe!” Rob verontschuldigt zich dat hij niet zo’n grote eter is, neemt een glas jus d’orange en wil dan toch écht graag zijn filmpje laten zien. Gedrieën kruipen ze achter het beeldscherm terwijl Jolanda op zoek gaat. Op het scherm verschijnt een enorme zwerm spreeuwen. “Het zijn er wel honderdduizend”, licht Rob toe, “maar ondertussen reageren ze exact op elkaar. Dat komt doordat ze met elkaar in contact staan. Dat geldt ook voor organisaties en onze samenleving, daarin bereik je veel meer wanneer niemand wordt uitgesloten en iedereen een plek heeft.”

Diane van Hassel - Kompas ZuidlarenDiane van Hassel

“Toen hield mijn hart ermee op”
Jolanda legt een stelling voor: “In mijn dagelijks leven heb ik veel te maken met welvaart en welzijn.”
“Zeker”, reageert Rob, en begint te vertellen over zijn werk als jurist van Windpark N33. Maar als snel komt het onderwerp op zijn eigen welzijn. “Voor dat windpark heb een raadgeversnetwerk opgezet nadat ik mijn hartstilstanden had.” Hij brengt het als een bijna vanzelfsprekende mededeling tussendoor. “Ik had te hard gewerkt, toen hield mijn hart ermee op. Dus ik weet wat het is om bijna dood te zijn.” Jolanda is er even stil van: “Dat is wel heel gek”, zegt ze even later. Voor Rob voelde dat – misschien gek genoeg – anders: “Ik vond dat eigenlijk heel erg rustig. Ik nam ontslag, wel te vroeg en jammer, maar het kon niet anders.”
“Als ik dat zo hoor, dan gaat de stelling ‘gezondheid gaat voor alles’ voor jou zeker op”, merkt Jolanda op. Daar is hij het roerend mee eens: “Want je kunt alleen maar aanstekelijk zijn met je enthousiasme en kennis wanneer je lekker in je vel zit.” Diana herkent dat wel: “Ik heb een aantal cliënten die dat feilloos aanvoelen. Wanneer ik ze aan de telefoon heb zeggen ze ‘je hebt vandaag je dag niet hè? Dan houden we het kort’.” Rob vindt dat mooi: “Dat betekent dat diegene ook rekening met jou houdt en dat er een soort van gelijkwaardigheid is. Die cliënt heeft ook oog voor joúw welzijn.”

Jolanda Dijkens - Kompas ZuidlarenJolanda Dijkens

Dichtbij
Rob kent de bewindvoering ook van de andere kant. Zijn oudste broer is dementerend: “Hij heeft een geheugen van een minuut. Herhaalt veel dingen en is heel onzeker. Heel onzeker… Boos ook.” Rob is gevolmachtigde en regelt de zaken voor zijn broer. “Maar ook al heb je zoveel ervaring in het vak, je komt toch voor verrassingen te staan wanneer het zo dichtbij komt. Want de emotie die hierbij komt kijken, die is soms heel indringend.” Rob is heel even stil.
Dan pakt hij de draad van het gesprek weer op: “Ik vind dit mooi, al deze thema’s. Heb je nog een kaart?” Diana en Jolanda kiezen een laatste stelling: “Wat geeft je energie en wat kost je energie?” Energie – en daar heeft Rob merkbaar veel van – krijgt hij vooral van waarachtig contact met mensen: “Ik koop de straatkrant altijd bij dezelfde verkoper. Wanneer ik hem zie, roep ik vanaf een afstand al ‘De Riepe!’”, illustreert Rob terwijl hij enthousiast in zijn handen klapt. “Dan begint hij al te glimmen, want hij is gezien. Dát geeft energie, dáár word je rijker van.” Energie uitstralen is een kwaliteit, vindt hij. Net als die bij een ander te kunnen voelen: “Ik heb jarenlang ’s ochtends de medewerkers mijn kantoor binnen zien komen. Binnen een minuut wist ik wie niet helemaal zijn of haar dag had. Daar hou je dan rekening mee, dat is logisch. Ik ben ook wel eens niet in vorm.” De ander zien en een volwaardige plek geven in de groep, daar gaat het om in de samenleving, vindt Rob. Als afgestemde spreeuwen in een zwerm.
“Mensen zijn mooie wezens”, besluit hij. Na een oprechte handdruk loopt hij de appélplaats over en kijkt even omhoog naar wat er boven hem in de lucht vliegt.

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.