Selecteer een pagina
“Dit is waar het uiteindelijk om draait”

“Dit is waar het uiteindelijk om draait”

De laatste lunchgast in deze serie koos zelf de locatie voor de ontmoeting. Geen van beide – burgemeester Marco Out van de gemeente Assen noch Marcel Kooi, directeur van Kompas Zuidlaren – had kunnen vermoeden dat de thema’s welzijn en welvaart zich zo letterlijk en in levende lijve zouden aandienen. Een afsluiting die vertelt waar het in essentie misschien wel allemaal om draait: “Jij komt met ons praten en lachen, respect man. Andere mensen zien ons niet staan.”

Spontane gastvrijheid
Hoewel het ver in december is, zitten beide mannen buiten in de Gouverneurstuin in het centrum van Assen. De frisse lucht trotserend waar soms wat lichte regen uit nevelt. De lunch hebben ze tussen zich in uitgestald op het kleine houten podium, zittend op een plaid met de benen ontspannen naar beneden bungelend. “Dank dat je met mij wilt lunchen”, begint Marcel. Die dank is geheel wederzijds: “Er zijn ergere dingen!”, lacht Marco, die ondertussen zwaait naar een vrouw die een eindje verder bij het theehuis staat. Hij kent haar, ze werkt bij Stichting Phusis: “Daar begeleiden ze mensen die wat kwetsbaarder zijn. Dat theehuis is één van de plekken waar mensen met een beperking of gedragsproblemen de ruimte en de mogelijkheid krijgen om te werken.” Een mooi voorbeeld van maatwerk waar het gaat om het welzijn van mensen, vindt hij. Ook Marcel kent de stichting en haar werkwijze: “Zij durven buiten de lijntjes te kleuren om uiteindelijk dat te doen wat het beste past”, weet hij.
Net op het moment dat hij daar een vraag over wil stellen, loopt er tweetal mannen voorbij. “Eet smakelijk!”, roept de één. Marco nodigt hem gastvrij uit: “Heb je ook zin in een stuk kerststol?”. Dat aanbod slaat hij niet af. “Jouw kameraad, ook een stuk kerstbrood?”, gebaart de burgemeester naar de man die zich wat op de achtergrond houdt. “Een klein stukje dan”, zegt die bescheiden. “We gaan hem delen, dankjewel!” Dan lopen ze verder, duidelijk blij met dat kleine moment van spontane gastvrijheid.

Marco Out

Gevoel van (on)veiligheid
Buiten de lijntjes kleuren en doen wat klopt, dat lijkt bij de Asser burgemeester te passen, denkt Marcel te kunnen constateren. Daarbij denkt hij onder andere aan het moment waarop de burgervader zijn lidmaatschap van de VVD opzegde: “Dat was toch redelijk buiten de lijntjes en onorthodox.” Marco denkt even terug aan dit besluit, dat veel aandacht kreeg in de media: “In ieder geval ongebruikelijk. Maar voor mij is het heel duidelijk: als je iets signaleert dan moet je daar iets mee. Dat gold persoonlijk voor mij wat betreft het partijlidmaatschap, maar het geldt ook voor deze gemeente.” Hij neemt de openbare orde en veiligheid als voorbeeld: “Het is soms een eerste reactie om repressieve maatregelen te nemen wanneer mensen aangeven dat ze zich niet veilig voelen. Daar moet je zeker iets mee. Maar wat is nu écht die onveiligheid? Die mannen van net? Daar lopen sommige mensen met een boogje omheen, dat weet ik zeker.”
Marcel herkent het punt dat hij wil maken: “Wanneer je mensen met een open houding tegemoet treedt, krijg je vaak ook vriendelijkheid terug. Dat werd zojuist maar weer eens duidelijk.”
Uiteraard zit er wel een grens aan tolerantie, vindt de man die verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente: “Wanneer mensen de regels overtreden dan moeten ze worden aangepakt. Maar wel op een manier die effect heeft. Daklozen moet je niet bekeuren, dat heeft geen zin. Het is steeds weer zoeken naar wat werkt, voor alle partijen. Kortom: ook maatwerk.”

“Wat is nu écht die onveiligheid? Die mannen van net? Daar lopen sommige mensen met een boogje omheen, dat weet ik zeker.”

De lat van welzijn
“Hoi!”, groeten ze weer een voorbijganger. “Wat betekent welzijn voor jou, als mens?”, wil Marcel van zijn lunchgenoot weten. “Poeh…”, overpeinst die. “Dat je goed in je vel zit en dat je je om veel zaken geen zorgen hoeft te maken. Dat je jouw leven kunt leven zoals voor jou prettig is. Het is zeker niet materialistisch, welzijn. Maar wanneer je je zorgen maakt of je de volgende dag wel te eten hebt, dan wordt je welzijn wel heel erg beperkt.” De lat die we onszelf als maatschappij stellen om welzijn te bereiken, wordt in sommige gevallen echter wel hoog gelegd, vindt Marco. Hij refereert aan de ‘gele hesjes’: “Bij de protesten verscheen deze week een man op tv die aangaf dat hij vroeger veel vaker op vakantie kon dan nu. Ik vraag me dan wel af waar we die lat met elkaar leggen. Hoe vaak wil je per jaar op vakantie kunnen? Als gemeente zetten we ons ervoor in om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. Maar daar zit wel een grens aan.” Hij vermoedt dat er een dieper liggende onvrede heerst bij de mensen die de straat op gingen: “Juist dát is waar je als samenleving en overheid naar op zoek moet.”
Welzijn zit vooral in de manier waarop je het kleine weet te waarderen, ervaart Marcel zelf: “Laatst vierden we Sinterklaas met het gezin. Ik had een gedicht geschreven voor mijn dochter van 16, waarin ik terugkeek op het afgelopen jaar. Bij de 2e zin zie je al de emotie van geluk. Weet je, dat moment, dát is voor mij welzijn.” Tegelijkertijd realiseert hij zich: “Maar je kunt pas van die kleine dingen genieten wanneer je basisbehoeften vervuld zijn.”

Een tuin waar veel ‘over te doen’ is
Eén van de dingen waar Marco in zijn werk van geniet, is het mogen werken voor het kleurrijke palet aan mensen dat zijn gemeente rijk is: “En dat trekt op een dag als vandaag ook nog eens letterlijk aan ons voorbij. Dat vind ik mooi.”
“Moi!”, groet iemand toevallig net op dat moment. De wandelaar is nog niet uit het zicht verdwenen of de volgende voorbijgangers dienen zich alweer aan: “Iedereen denkt dat jullie een act zijn”, zegt de vrouw van het duo. De mannen moeten lachen. Ze komt dichterbij, toch nieuwsgierig: “Waarom zitten jullie hier zo?” Marco wil al antwoord geven maar bedenkt zich: “Ik zal u eerst even een hand geven: Marco Out.” De vrouw schudt de hand van beide mannen. “Wat brengt u hier?”, is Marco benieuwd naar. Het stel komt uit Den Haag en is op weg naar het Drents Museum. Dan legt Marco uit wat hij en Marcel hier doen: “We zijn in gesprek over welvaart en welzijn. Dit leek mij daarvoor een gepaste plek, want hier is in de stad best veel over te doen. ‘Te doen’ in die zin dat er hele mooie activiteiten plaatsvinden, maar het is ook een plek waar Assenaren soms overlast ervaren van de mensen die zich hier ophouden.” De vrouw trekt al snel een conclusie door daar een specifieke typering aan te koppelen, die de burgemeester respectvol nuanceert: “Kwetsbare mensen.”

Welzijn & sport
Marcel legt de toevallige passanten de weg naar het Drents Museum uit en gaat nog even terug naar het persoonlijk welzijn van de man tegenover zich: “Jij haalt energie uit sporten, jou een beetje kennende. Draagt dat ook bij aan jouw welzijn?”
De sportman in Marco veert op: “Ja, zeker! Fietsen is mijn sport. Dat is het enige dat ik een beetje geloofwaardig kan beoefenen”, neemt hij zichzelf op de korrel. “Wanneer ik lichamelijk fit ben, kan ik mijn werk veel beter aan. Het afgelopen jaar heb ik meer gesport dan ooit tevoren, terwijl ik ook 70 tot 80 uur per week aan mijn werk besteed. Dat sporten heb ik nodig om lekker in mijn vel te zitten.”
Hij sport ook ‘passief’: als trotse vader is Marco natuurlijk betrokken bij de sportprestaties van zijn kinderen én hij is al zo’n 30 jaar gepassioneerd aanhanger van FC Groningen. “Dat clubgevoel draagt ook bij aan mijn welzijn. Gelukkig mag je als burgemeester van Assen nog steeds voor FC Groningen zijn”, glimlacht hij, refererend aan het succesvolle FC Emmen. Als het maar even kan, zit deze supporter op de tribune: “Komend weekend ga ik met mijn zoon fietsen in Limburg. Gaan we direct ook naar een uitwedstrijd tegen Fortuna Sittard.”


Marcel Kooi

Ervaringsdeskundigheid & oplossingen
“Mag ik iets vragen?”, komt een mannelijke voorbijganger voorzichtig informeren. Natuurlijk, nodigen de lunchende mannen hem uit. “Waarom zitten jullie hier eigenlijk, worden jullie de nieuwe hangjeugd?” Marco en Marcel schieten in de lach: “Nee hoor, we zitten even te kletsen. De man komt dichterbij en stelt zich voor: “Ik ben Ronald. Eén van jullie is ook burgemeester hoorde ik?” Hij kijkt naar Marco. Die werpt even een blik op zijn outfit: “Tja, ik heb een stropdas om, daar herken je de burgemeester aan hè?” Ronald lijkt even onder de indruk, maar relativeert de functie van de man tegenover zich direct: “Burgemeesters zijn ook maar gewoon mensen. Heeft u wel eens een joggingbroek aan?”, voelt hij zich al wat vrijer in het stellen van vragen. Niet gehinderd door enige afstand geeft Marco eerlijk antwoord: “Niet als ik aan het werk ben. Maar thuis wel eens hoor.”
Het blijkt dat Ronald niet zomaar is komen aanlopen, hij heeft een duidelijk doel: “Ik vraag me af of het mogelijk is dat er een oplossing komt voor de mensen die hier vaak in het park zijn. Een buurthuis bijvoorbeeld?” De burgervader stelt het onverwachte meedenken erg op prijs en onderzoekt samen met hem de mogelijkheden. Daarin is Ronald een waardevolle bron: “Ik heb zelf ook in het circuit gezeten”, omschrijft hij zijn verleden. “Ik weet hoe het is voor deze mensen om geen plek te hebben.” Hij wijst naar een pand verderop: “Dat staat al een tijdje leeg, is dat niet iets, als locatie voor hen om te kunnen chillen?” Marco neemt de tijd om uit te leggen wat daarin mogelijk is maar ook waar de beperkingen zitten. Zo ontstaat er opeens een waardevolle uitwisseling van ideeën tussen de burgemeester en de ervaringsdeskundige. Het geeft ze beide zichtbaar voldoening: “Bedankt en goede feestdagen”, geeft Ronald beide mannen een hand, voor hij zijn pad vervolgt.

‘Ik vind het mooi dat jij hier als burgemeester zit’
Ze nemen ieder een hap van hun brood, tot Marco iets opvalt. Hij lijkt een moment te twijfelen maar zegt het dan toch, tegen één van de mannen die ze eerder een stuk kerstbrood aanboden: “Je weet dat je hier eigenlijk niet mag drinken?” Een paar grote ogen kijkt hem aan. Maar er volgt ook een compliment: “Ik zag wel dat je zojuist heel netjes dat blikje weggooide in de afvalbak.” De jonge man die zich voorstelt als Jim, voelt dat beide mannen hem niet veroordelen en begint te vertellen. Waarom hij niet meer naar school gaat, waar het mis is gegaan en hoe zijn dagen nu gevuld zijn met rondhangen en blowen. “Ik ben altijd onhandelbaar geweest”, besluit hij. Maar dat is een conclusie waar Marco Out geen genoegen mee neemt: “Wil je je hele leven onhandelbaar blijven?”, wil hij weten. “Nee nee nee”, benadrukt Jim. “Elk slecht mens heeft wel iets goeds in zich. Ik moet de dingen gewoon weer oppakken, dan gaat het wel lukken.” “Slechte mensen bestaan niet hoor, alleen verkeerd gedrag”, nuanceert Marco het oordeel van Jim over zichzelf. Maar tevreden met het antwoord is hij nog niet: “Ik heb jou nu een paar keer horen zeggen dat je graag wilt werken. Hoe zou ik jou daarin kunnen helpen?” Jim is even stil en komt dan met een voorstel: “Ik zat te denken aan een Wajong-uitkering.”
Ondertussen heeft Marcel een broodje kaas gemaakt en overhandigt dat aan Jim. Voor het voorstel van Jim is Marco echter niet ontvankelijk: “Alleen geld geven, dat vind ik vrijwel nooit het beste idee. Het belangrijkste is dat mensen uiteindelijk voor zichzelf kunnen zorgen. Soms is daar wat ondersteuning bij nodig. Iemand die jou daarbij helpt”, stelt hij voor. Jim fronst even zijn voorhoofd, het liefste zou hij inderdaad werk vinden: “Een beetje lassen… Misschien moet ik toch verder met school.”
Of hier een zaadjes is geplant, wie zal het zeggen. Maar voor hij weer teruggaat naar zijn groepje vrienden, wil Jim nog wel even kwijt: “Ik vind het mooi van jou dat jij als burgemeester hoort van alle gedoe in dit park. En dat je dan denkt ‘weet je wat? ik ga zelf kijken hoe het eraan toe gaat’.”

“Ik heb jou een paar keer horen zeggen dat je graag wilt werken. Hoe zou ik jou daarin kunnen helpen?”

Mensen met een verhaal
Marco kijkt hem na: “Dit zijn allemaal mensen met een verhaal. Lukt het ons om daar dicht genoeg op te zitten?”, vraagt hij zich af. “Is dat de zorg van de gemeente?”, wil Marcel weten. In ieder geval een gedeelde verantwoordelijkheid, vindt zijn gespreksgenoot: “Voor mensen zoals deze man zou een – om het in jargon te gieten – zorgkader en netwerk moeten zijn. Maar toch zie hem hier met zijn situatiegenoten zitten. Dus of het ons lukt om hen écht te helpen… De vraag is hoe we daar met elkaar mee omgaan.”
Ze zijn bijna aan het eind van hun lunch wanneer een ‘bro’ van Jim bij hen komt staan. Hij kijkt Marco aan en wil in gebrekkig Nederlands graag even iets zeggen: “Ik vind het heel aardig dat jij hier alleen komt, dat vind ik respect. Waar wij vandaan komen, daar komen hoge mensen niet zomaar langs, die zien ons niet staan. Daar zijn wij niet belangrijk genoeg voor. Jij komt lachen en praten met ons, respect man.” Het is even stil, dit compliment en de onderliggende boodschap komen wel even binnen. Dan vervolgt hij: “Ik merk wel dat sommige mensen het niet prettig vinden dat wij hier vaak zitten. Maar ik probeer een politieagent te zijn bij mijn vrienden, dat mensen geen last van ons hebben. Dan maak ik van negatieve energie, positieve energie.” Hij neemt afscheid met een bescheiden groet.
“Mooi, dit”, verzucht Marco. Marcel knikt: “Eigenlijk is dit dé manier om uiteindelijk verandering in situaties aan te brengen. Gewoon écht het gesprek aangaan met de mensen om wie het gaat.”
Daar is deze burgemeester het helemaal mee eens: “Dit is waar het uiteindelijk om gaat, dit is waarom ik bestuurder ben.”

Uit privacyoverwegingen zijn de echte namen van de voorbijgangers vervangen door fictieve namen.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Wees een bruggenbouwer, op jouw eigen manier”

“Wees een bruggenbouwer, op jouw eigen manier”

Soms kun je opeens worden gegrepen door een idee, een gedachte die samenvalt met dat waar je onbewust misschien al naar op zoek was. En opeens wordt je wereld een stuk groter en neem je beslissingen die je leven – en dat van anderen – veranderen. Dat gebeurde in het afgelopen jaar bij de 21-jarige Nynke de Jong.

Hardlopen & kerstbomen verkopen
Ze zitten in de Leeuwarder Stadskerk, waar beide doorgaans op zondag ontmoeten, luisteren en zingen. Nu hangt er een serene rust. Voor ze beginnen met de lunch, zijn ze even een moment stil. In woordeloos gebed om te danken voor wat vaak als zo vanzelfsprekend wordt ervaren.
“Eet smakelijk”, doorbreekt Wim Tuma de stilte. De budgetconsulent heeft Nynke uitgenodigd omdat hij geboeid raakte door al het goede waar ze zich voor inzet: “Je bent dit jaar voor het goede doel naar Indonesië geweest en nu ben je alweer bezig met de kerstbomenverkoop voor Ghana. Alles wat sociaal is heeft jouw hart, zo lijkt het.”
De jonge Friezin knikt, die maatschappelijke betrokkenheid zat er al in maar kreeg concreet vorm toen tijdens een kerkdienst werd verteld over armoede en de Muskathlon: “Dat verhaal sprak mij heel erg aan. Dat je op kunt staan tegen armoede, dat je verandering kunt brengen in de situaties van mensen.” De Muskathlon kwam precies op het goede moment, want Nynke was net bezig met een marathonschema. Na nog wat meer informatie te hebben ingewonnen stond haar besluit vast: ‘ik ga het doen’.

MUSKATHLON & COMPASSION: IN STRIJD TEGEN ARMOEDE
Over de hele wereld leven kinderen in extreme armoede. Die armoede zorgt ervoor dat ze honger leiden, zich niet kunnen ontwikkelen en aan allerlei gevaren bloot worden gesteld. De Muskathlon is een sponsorloop – in de vorm van een marathon – waar geld mee wordt ingezameld om deze kinderen te helpen. Eén van de organisaties die zorgt dat deze gelden goed terecht komen, is Compassion. Met de projecten van deze organisatie worden kinderen langdurig begeleid, ondersteund en geholpen bij hun ontwikkeling. In een veilige omgeving.
Met de Muskathlon waarin Nynke mee liep, zijn in totaal 327 Indonesische kinderen gesponsord. Meer weten of ook enthousiast geworden? Kijk dan op www.muskathlon.com.

Nienke de Jong

10 kinderen uit de armoede
Maar een paar dagen later drong het pas écht tot haar door: ‘Ik moet € 10.000 inzamelen!’. Want meedoen aan de Muskathlon betekent dit bedrag bij elkaar zien te krijgen, waarmee 10 kinderen uit de armoede kunnen worden bevrijd. “Toen zakte me de moed wel even in de schoenen”, vertelt Nynke. Maar dat gevoel verdween als sneeuw voor de zon toen ze met hulp uit haar omgeving allerlei acties op touw zette: “Dat ging gewoon zo mooi: een bedrijvenloop en flessenacties in het dorp leverden heel veel geld op, mensen doneerden spontaan geld of gingen zelf ook een kind sponsoren. Zelfs de ‘oudijzermannen’ bij ons uit de kerk droegen bij.”
De € 10.000 werd ruimschoots gehaald. “Dan kun je toch wel zeggen dat we hier welvarend zijn, vind je niet?”, vat Wim deze gulheid van mensen samen. De jonge Friezin knikt: “Zeker. Helemaal nadat ik in Indonesië ben geweest. Daar moet soms een heel gezin onderhouden worden van de verkoop van één product in één kraampje, in een rij met gelijksoortige verkopers.”

“Ik deed de ALO, maar na mijn reis dacht ik: ‘Ik ben hier een handstand aan het oefenen terwijl er elders mensen in extreme armoede leven’.”

Generaties lang in de schulden
Naast het gebrek aan welvaart, kennen delen van Indonesië ook een traditie die ervoor zorgt dat mensen generaties lang in de schulden blijven zitten: “Op het eiland waar ik ben geweest, worden bij speciale gelegenheden vaak dieren geofferd. Veel mensen kunnen zich dit niet permitteren. Daarom vragen ze iemand uit de gemeenschap om een dier, waarmee ze bij diegene in het krijt komen te staan. Per gebeurtenis stapelt die schuld zich op en werken mensen eigenlijk alleen nog maar om af te lossen. Daar komt nog bij dat zo’n schuld na overlijden wordt overgedragen aan de nabestaanden. Dus werken aan je toekomst, dat zit er voor deze mensen niet in.”
Compassion – de christelijke organisatie die zorgt dat de sponsorgelden goed worden besteed – probeert deze vicieuze cirkel van schuld te doorbreken. Op het – eveneens christelijke – eiland maken ze de bewoners zorgvuldig, stap voor stap, duidelijk dat het brengen van dierlijke offers niet meer nodig is: “Ze proberen over te brengen dat Jezus is gestorven aan het kruis als offer voor ons allemaal. Dat is natuurlijk een hele omslag in hun cultuur, maar het zou mooi zijn wanneer mensen daardoor weer een toekomstperspectief krijgen.”

Armoede om de hoek
“Wat een verschil hè?”, overdenkt Wim. “Kijk je nu ook anders naar Nederland?”, is hij benieuwd. Dat doet Nynke zeker, en niet alleen naar hoe wij als Nederlanders leven maar vooral ook naar haar eigen bijdrage aan de maatschappij: “Ik deed de ALO en dacht opeens: ik ben hier een handstand aan het oefenen, terwijl er elders mensen in extreme armoede leven.’” Dat versterkte haar twijfel over de juistheid van haar studiekeuze. Ze hakte de knoop door en besloot om Social Work te gaan studeren, om zich op een andere manier met het welzijn van mensen bezig te kunnen houden.
Mooi, vindt Wim. Want als budgetconsulent ziet hij de vaak onzichtbare armoede die zich om onze spreekwoordelijke hoek bevindt. Hij kijkt eens om zich heen: “Deze kerk ziet er natuurlijk erg mooi uit: nieuwe verlichting, instrumenten… Maar dat geld hadden we ook kunnen besteden aan mensen die het minder goed hebben.” Het zijn dezelfde soort gedachten die Nynke ook steeds vaker heeft: “Ik vind dat ik best wel wat dingen kan laten, sommige uitgaven zijn niet écht nodig.” Ze heeft daarvoor een extra motivatie, want in 2020 wil ze nóg een Muskathlon lopen.

Wim Tuma

Draagplicht voor de buren
In onze welvarende samenleving is het steeds vaker zo dat mensen iets terugverwachten, ziet Nynke. Iets voor niets doen, dat gebeurt eigenlijk nog te weinig. “Ken je het begrip noaberschap?”, vraagt Wim. Nynke schudt haar hoofd. “Dat houdt in dat je bepaalde sociale verplichtingen hebt naar je buren. Op Terschelling is de draagplicht daar een mooi voorbeeld van. Wanneer daar iemand overlijdt, legt de buurman alle werkzaamheden neer en begeleidt hij de hele rouwperiode. De buren koken voor de nabestaanden, regelend de rouwkaarten en dragen de overledene naar zijn laatste rustplaats.”
In Indonesië is die onderlinge hulp er ook in sterke mate, vertelt Nynke. Heel anders dan in Nederland: “Hier houden we de deuren het liefst stijf dicht. Alleen de mensen die uitgenodigd worden komen binnen, bij wijze van spreken. Daar loopt iedereen gewoon binnen, die gastvrijheid is daar heel normaal.”

Armoede & betekenis
Wim hoort zijn lunchgenote aan, met verwondering: “Voor mij klink je bijna een beetje buitenaards. Je bent jong maar je praat met heel veel volwassenheid. Volgens mij laat deze ervaring je nooit meer los.” Aan de andere kant van de tafel verschijnt een vastberaden glimlach: “Nee, dat hoop ik van harte.”
Omdat deze jonge vrouw zo van betekenis wil zijn – en al is – wil Wim nog één ding weten: “Kunnen mensen die in armoede leven ook van betekenis zijn?” Daar hoeft ze niet lang over na te denken: “De mensen die daar in armoede leven, zijn voor mij van grote betekenis geweest. Zij hebben mijn ogen geopend. Hun dankbaarheid voor de kleine dingen, daar kunnen wij nog héél veel van leren.”
Iedereen kan iets bijdragen aan de wereld, dat maakt het verhaal van Nynke wel duidelijk. Dat hoeft niet in het grote te zitten, niet iedereen hoeft een marathon aan de andere kant van de wereld te lopen. Het kan zitten in het kleine en alledaagse. Nynke sluit de lunch dan ook af met een boodschap voor iedereen: “Wees een bruggenbouwer, op jouw eigen manier.”

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Wat zijn we bevoorrecht om dit te kunnen doen”

“Wat zijn we bevoorrecht om dit te kunnen doen”

De jeugd heeft de toekomst, wordt vaak gezegd. Hoe kijkt die jeugd naar de maatschappij en hoe we daarin met elkaar omgaan? Wat zijn voor hen de betekenissen van welzijn en welvaart? Floor en Maud zitten in de 5e klas van de middelbare school, bijna in de startblokken om hun toekomst te beginnen.

Vriendschap vanaf de peuterschool
“Neem eerst iets te eten”, nodigt budgetconsulent Patricia Damhof haar tafelgenoten uit. “Jullie zullen wel honger hebben.” Dat vinden beide meiden een goed idee, kijkend naar de uitgestalde lunch: “Dat is wat anders dan de broodjes bij ons op school! Zo had ik het thuis niet voor elkaar gekregen.”
“Ik ook niet hoor”, geeft Patricia eerlijk lachend toe. “Ik heb het ook maar gewoon opgehaald.”
‘Bij ons op school’ is voor Maud het Werkman Stadslyceum in Groningen, voor Floor het Praedinius Gymnasium. Ze zijn vriendinnen vanaf de peuterschool en wonen beide in Zuidlaren. “Dat zijn vriendschappen die je moet koesteren”, vindt Patricia. Overigens komt Zuidlaren tijdens de lunch ook op tafel in de vorm van een Zuidlaarderbol. Daar vallen de dames direct op aan. “Of we dat vaak eten? Alleen tijdens de Zuidlaardermarkt. Maar dan ook de hele dag door. Bij het ontbijt, tussen de middag en bij de soep…”, lacht Maud.
Patricia heeft ondertussen een kaartje gepakt en leest de tekst voor: “Het verschil tussen welvaart en welzijn is voor mij…”. Floor kijkt peinzend voor zich uit: “Daar moet ik even goed de woorden voor vinden… Welvaart is dat je het goed hebt en welzijn is dat je gezond bent”, concludeert ze. Beide kunnen niet los van elkaar worden gezien, analyseert Maud daarop door: “Wanneer jij gezond bent, komt dat door goede zorg. En die goede zorg komt weer door welvaart.” Hoe het is om geen welvaart te hebben? Daar kan ze niet goed over oordelen: “Dat heb ik zelf nooit ervaren. Ik kan me niet anders herinneren dan dat onze welvaart prima was.”

Floor 

Gelukkig zijn & geluk hebben
“In hoeverre heb je je eigen welzijn in de hand?”, vraagt Patricia zich af. “Gelukkig zíjn heeft ook wel te maken met geluk hébben”, realiseert Floor zich. “Hier, waar wij opgroeien, hebben we het goed. Wanneer je bent opgevoed in geborgenheid, wordt het een stuk makkelijker om gelukkig te zijn.”
Wanneer ze naar zichzelf kijken, draagt hun vriendschap daar ook aan bij, vindt Maud: “Floor en ik, wij trokken ons op de basisschool aan elkaar op. Hadden we elkaar niet gehad, dan hadden we nu misschien wel op een andere school en een ander niveau gezeten. Op een plek waar we eigenlijk niet pasten. Dan waren we nu minder tevreden geweest.”
“De start van je leven is bepalend hè?”, constateert Patricia. “En of je mensen hebt die van je houden en op wie je terug kunt vallen.” In haar werk ziet ze regelmatig cliënten bij wie die start niet goed is geweest. “Bij ons hebben we de uitspraak: ieder huisje heeft z’n kruisje”, vertelt Maud. “Of je nu in een schuur woont of in een villa, je hebt persoonlijk toch wel je problemen. Bij de een kunnen die beter worden opgevangen dan bij de ander. Dat is van persoon tot persoon verschillend.”
Hoe het ook zij: welzijn staat toch bovenaan, vinden beide: “Als je gezond bent dan is dat een goede opstap naar geluk.”
Het is een diepgaande, bijna filosofische discussie. “Hoe dieper je erover nadenkt, hoe ingewikkelder het wordt…”, verzucht Floor.

“Hier, waar wij opgroeien, hebben we het goed. Wanneer je bent opgevoed in geborgenheid, wordt het een stuk makkelijker om gelukkig te zijn.”

Het welzijn van de ander
Toch gaat Patricia nog een stap verder: “Jullie zijn opgegroeid in Zuidlaren en zien daardoor ook twee kanten van de maatschappij, stel ik me zo voor. Je ziet hier regelmatig mensen in het dorp die het pad in het leven even kwijt waren. Hoe kijken jullie daarnaar?”
Maud stelt zichzelf dan eerst de vraag ‘waarom?’: “Hoe komt het dat iemand zich niet goed voelt of het niet goed heeft? Komt dat omdat hij zijn best er niet voor heeft gedaan of zijn er omstandigheden waardoor het hem niet is gelukt? Want ik ben wel groot gebracht met het idee dat je je best moet doen voordat je iets krijgt. Dat niets je zomaar komt aanwaaien.”
Floor realiseert zich dat hun omgeving daarin ook wel het referentiekader bepaalt: “We zitten allebei op een school waar je ziet dat vrijwel iedereen het gewoon goed heeft. En we zijn in de omstandigheden dat we ook ons best kúnnen doen.”

Maud

Veranderde vriendschap
Zoals ieder mens zich ontwikkelt, heeft de vriendschap tussen deze twee jonge vrouwen zich ook ontwikkeld: “We zijn nu anders bevriend dan vroeger”, vertelt Maud. “Als ik bij Floor op school en in de klas was blijven zitten, had ik nog steeds om dezelfde grapjes gelachen. Wanneer je aan elkaar vast blijft zitten, doe je vooral wat je sámen leuk vindt. Nu is dat veel meer mijn eigen individuele keus.” Floor knikt: “Het is belangrijk om voor jezelf te kiezen, want niemand is hetzelfde. Ik ben een denker, Maud is een doener.”
“Daarom zijn we ook zo’n goed team!”, stelt haar vriendin. Diens welzijn is ook van invloed op het hare: “Voor mij is het belangrijk dat mensen om me heen het goed hebben. Wanneer Floor hier ongelukkig naast me zou zitten, voelde ik me ook anders.” Andersom heeft Floor hetzelfde, in zekere zin ook met mensen die wat minder dicht bij haar staan: “Wanneer ik een onbekende zie die ongelukkig lijkt, raakt mij dat ook. Dan vraag ik me af wat er met iemand gebeurd zou kunnen zijn. Ik denk daar eigenlijk teveel over na, net als over heel veel andere dingen.” Daar komt de denker in haar naar boven. En de ‘doener’ in Maud: “Ik kan dat makkelijker van me afzetten. ‘Denk aan jezelf’, zeg ik dan tegen mezelf”, adviseert ze nuchter.


Patricia Damhof

Iets terug kunnen doen
“Wat willen jullie worden?”, is Patricia benieuwd naar. De meiden kijken elkaar lachend aan: “Tja, dat is een hele goede vraag!”
Floor zou wel arts willen worden, al twijfelt ze nog: “Ik was op een open dag van de RUG, bij de faculteit Geneeskunde. Daar werd een filmpje vertoond waarin allerlei leed in korte tijd voorbij kwam. Toen moest ik wel even slikken, want dat is wat ik ontzettend moeilijk vind. Je kunt iemands leven redden, maar het kan ook misgaan”, legt ze uit. Maar direct daarna: “Aan de andere kant: hoeveel voldoening geeft het wanneer je iemands leven kunt verbeteren? Dat is natuurlijk het allermooiste wat er is.”
Ook Maud twijfelt nog: “Ik wil geen dokter worden maar eigenlijk ook weer wel. Ik denk dat ik techniek wil combineren met zorg. Als iemand heel erg last van zijn knie heeft bijvoorbeeld, om dan te kijken wat voor prothese kan helpen om die pijn te verlichten. In ieder geval”, concludeert ze, “willen we allebei het welzijn van anderen verbeteren.”
Terwijl hun toekomstplannen op tafel liggen, realiseren Floor en Maud zich ook iets anders: “Wat zijn we bevoorrecht dat we deze mogelijkheid hebben. Alleen al daarom is het belangrijk dat we iets terug doen voor anderen. Als dank dát we zo’n hoge opleiding kunnen doen. Wij krijgen de kans en zij hebben het nodig.”
“Het beweegt jullie wel, dat vind ik mooi om te zien”, sluit Patricia deze waardevolle lunch af. “Dit blijft nog wel even in mijn hoofd zitten, welvaart en welzijn. Hoe dat dan zit…”, overpeinst de denker Floor. Maud lacht en neemt haar vriendin mee naar buiten. De toekomst tegemoet.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Onze cliënten zijn vaak op zoek naar gemoedsrust”

“Onze cliënten zijn vaak op zoek naar gemoedsrust”

Advocatuur wordt vaak geassocieerd met geld en daarmee met welvaart. Maar er zijn voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Rechtshulp aan mensen met complexe problematiek en amper vermogen, gratis spreekuren in de provincie… Een lunchgesprek over de gemoedsrust die een advocaat soms kan brengen.

Vaak al een hele drempel over
“Ze ontmoeten elkaar voor het eerst. Er wordt jus d’orange ingeschonken en broodjes gesmeerd terwijl ze nader kennis maken: advocaat Jeroen Kanning en budgetconsulent Stefan Heuker. Het is direct gemoedelijk. Beide mannen vinden elkaar op de raakvlakken van hun vakgebied en raken daar welhaast niet over uitgepraat. Jeroen werkt bij Rechtshulp Advocaten en heeft vanuit die hoedanigheid met enige regelmaat te maken met mensen die onder bewind zijn gesteld, de cliënten waar Stefan en zijn collega’s dagelijks mee werken. “Die helpen wij op allerhande juridische vlakken, daarin proberen we zo sociaal en laagdrempelig mogelijk te zijn”, licht de advocaat toe. “Ik hoor trouwens nooit klachten over jullie, ondanks dat jullie toch best een groot kantoor zijn”, complimenteert hij zijn samenwerkingspartners even tussen neus en lippen door.
Veel van de mensen die bij Rechtshulp Advocaten aankloppen, hebben meer dan één probleem: “Met een overheidsinstantie bijvoorbeeld en op privégebied, zoals scheidingsproblematiek. Dat pakken we gecombineerd aan, want het is heel vervelend wanneer iemand te horen krijgt: ‘wij kunnen je wel helpen met het één maar niet met het ander’. Deze mensen moesten doorgaans al een hele drempel over om naar een advocaat te stappen.”

Jeroen Kanning

Duidelijkheid geeft rust
Bijna als vanzelfsprekend komt het onderwerp op welzijn en welvaart. “Wij zien dat die begrippen vrijwel onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden”, schetst Stefan de zienswijze van Kompas Zuidlaren. “Ondanks dat ze toch zo verschillend zijn. Hoe zie jij dat in relatie tot jouw cliënten?”
Ook in het werk van een advocaat is er sprake van een vervlechting van welzijn en welvaart: “Onze cliënten zijn vaak op zoek naar gemoedsrust. De problemen hebben zich in hun hoofd vastgezet, daar lopen ze dagelijks mee rond. Wat dan soms alleen al helpt, is de zaak bij ons neer te leggen. Dan kunnen ze het loslaten. In het kader van welzijn is dat goed voor hun gezondheid. Vervolgens is het zaak dat je het tot een goed einde brengt. Soms heeft dat een financiële uitkomst en ben je bezig met de welvaart van je cliënt.” Maar het belangrijkste in zijn werk is toch het verschaffen van de gemoedsrust: “Duidelijkheid over de procedure geeft al lucht. Mensen zijn vaak onzeker, ze hebben een brief gekregen van een advocaat of een deurwaarder. Daar zijn ze enorm van geschrokken en ze hebben geen idee wat er allemaal boven hun hoofd hangt.” Eerlijkheid en duidelijkheid luchten op, soms ongeacht de uitkomst: “Het helpt al wanneer je zegt: ‘ik heb jouw stukken gelezen en ik kom toch tot de conclusie dat het niet mooier is dan hoe het er staat’. Dan zoeken we samen naar een oplossing om te voorkomen dat iemand nog dieper in de problemen raakt. Weten waar je aan toe bent, dat geeft rust.”

“De problemen hebben zich vastgezet in hun hoofd, daar lopen ze dagelijks mee rond. Wat dan soms alleen al helpt, is de zaak bij ons neer te leggen.”

‘Bij jullie moet ik zijn’
Zeker in de advocatuur is duidelijkheid en het afstemmen van verwachtingen erg belangrijk, constateert Stefan. Dat kan zijn tafelgenoot volmondig beamen: “Wanneer we dat niet doen, hebben we een probleem.” Zijn vakgebied is niet zelden een speerpunt van kritiek: “Op verjaardagen en feestjes zijn de advocatuur en de problemen die daaromheen hangen, vaak onderwerp van gesprek. Ook daarom is het van belang om ons werk heel zorgvuldig te doen.” Dat ze dat bij Rechtshulp Advocaten ook daadwerkelijk doen, blijkt het aantal cliënten dat via mond-tot-mond reclame bij hen terecht komt: “Vanochtend nog”, vertelt Jeroen, “werd ik gebeld door een vrouw die zei ‘ik hoorde van een bekende dat hij door jullie goed was geholpen, dus bij jullie moet ik zijn’.” Stefan knikt: “Gewoon goed werk leveren, daar kan geen reclamecampagne tegen op.”
De mannen nemen ondertussen een broodje, vergeten bijna te lunchen. Buiten kijken een paar bruine schichtige ogen om zich heen. “Wat een fantastisch mooie locatie hè?”, zegt Stefan enthousiast. De Hertenkamp in Assen stelde een ruimte volledig belangeloos ter beschikking voor deze ontmoeting. Met hetzelfde enthousiasme wordt aan de overkant van de tafel met volle mond geknikt.


Stefan Heuker

Het verhaal van ieder mens
“Jullie noemen jezelf een sociaal kantoor, wat moet ik me daar concreet bij voorstellen?”, zet Stefan het gesprek voort. Daar is geen uitgebreide uitleg voor nodig, de feiten spreken voor zich: “Van onze cliënten valt 60 tot 70% onder de gefinancierde rechtshulp. Dat houdt in dat ze onder een bepaald inkomensniveau zitten en een reguliere advocaat niet kunnen betalen. De overheid betaalt dan een groot deel van de kosten.”
Daarnaast houden Jeroen en zijn collega’s wekelijks gratis spreekuren op verschillende locaties ‘in de provincie’: “Dat doen wij in de bibliotheken in onder andere Winschoten, Veendam, Hoogeveen, Emmen en Stadskanaal. Daar komen altijd aardig wat mensen naartoe met allerhande juridische vragen. Door dit kosteloos te doen, helpen we de maatschappij een beetje. Hebben ze verder hulp nodig, dan kunnen ze bij ons aankloppen. Maar op deze manier zijn ze in ieder geval al een stuk op weg geholpen.”
Naast het op weg helpen van mensen, zijn het vooral ook de verhalen achter iedere individu die het vak van advocaat zo intrigerend maken: “Die achtergrond is essentieel om ons werk goed te kunnen doen én het maakt het werk gewoon erg mooi.”
“Staat welzijn dan bij jou op een hoger plan dan welvaart?”, vat Stefan de drijfveren van de man tegenover zich samen. “Ja”, zegt die volmondig. “Welzijn is veel belangrijker. Wil je welvarend kunnen werken dan kun je daar alleen maar van genieten op het moment dat er ook sprake is van welzijn.”

De lunch is op, de gespreksstof nog lang niet. Maar de plicht roept, beide mannen nemen afscheid in de frisse buitenlucht. Herten kijken even op en grazen dan weer rustig verder. Stefan en Jeroen gaan ieder een kant op, weer aan de slag met het welzijn van hun cliënten.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Maak de zorgzame samenleving voelbaar”

“Maak de zorgzame samenleving voelbaar”

Het in stand houden van onze zorgzame samenleving wordt steeds ingewikkelder. Steeds meer doelgroepen vallen buiten de boot. “Onze economie is bijna failliet”, aldus Arjen P. van Leeuwen. Maar of dat erg is? “Dat levert ook weer ruimte op in tijd en geld”, voorziet hij. Het werpt ons als samenleving terug op lokale verbondenheid waarbij de kans op ‘zorg voor elkaar’ toeneemt. Maar daar moeten we wel een omslag voor maken: van ‘ik’ naar ‘samen’.

In het Floreshuis – een levendig buurtcentrum in de Groningse Korrewegwijk – is het een gezellige drukte. “Voor wie was broodje vijf?”, roept één van de vrijwilligers verderop. Met zorg krijgen Wim Tuma (budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren) en Arjen P. van Leeuwen hún broodjes uitgeserveerd. Dat Arjen deze lunchplek heeft uitgekozen was niet willekeurig. Hij gelooft in buurtkracht. Maar ook in het effectief terugdringen van armoede en eenzaamheid, in het bevorderen van werkgelegenheid en een gezonde leefstijl. Arjen P. van Leeuwen is kortom een man die van betekenis wil zijn voor de mensen in de maatschappij. Dat doet hij als sociaal innovator, verbinder en inspirator. Onder andere.

Arjan van Leeuwen

Het goede voorbeeld geven
“Wat heb je precies met welzijn en welvaart?”, wil Wim weten, direct de hoofdthema’s bij de kop pakkend. “Ik heb vooral iets met mensen en hun wensen”, vertelt zijn tafelgenoot. “Met wat ze nodig hebben om een beter perspectief in het leven te krijgen. Want mensen met een achterstand durven hun werkelijke droom vaak niet met je te delen. Iemand die in de schuldsanering zit, zal zeggen ‘ik wil graag dat ik weer vrij kan beschikken over mijn geld’. Maar de werkelijke wens ligt vaak dieper.”
Wim herkent dat vanuit zijn werk als budgetconsulent: “Mensen zitten dan in de survivalmodus. Dan is er weinig ruimte voor andere dingen die voor hun gevoel misschien verder weg liggen.”
Arjen knikt: “In de problemen komen is best makkelijk, in korte tijd kan er heel veel mis gaan in een mensenleven. Maar we leven in een ik-tijdperk, waarin mensen niet meer heel intens worden gevolgd.” Dat moet wel van invloed zijn op ons welzijn, overpeinst Wim. Het is dé zere plek in onze samenleving, stelt Arjen: “Dat toont aan waar de armoede zit, we zíjn geen samenleving. We missen het contact met elkaar.”
Daarom geeft hij in zijn dagelijks leven het goede voorbeeld: “Ik maak graag écht contact, ook op straat. Op een bijeenkomst over armoede ben ik onlangs gewoon met een paar mensen naar het busstation gegaan. Hebben we mensen gevraagd ‘kent u mensen die in armoede leven?’. Daar hoorde ik indrukwekkende verhalen. Verhalen die je niet hoort wanneer je binnen blijft zitten.”

“Ik maak graag echt contact. Ook op straat. Daar hoor je indrukwekkende verhalen die langs je heen gaan wanneer je binnen blijft zitten.”

Buurtkeukens voor verbinding & hernieuwde grip
Een paar weken geleden had Wim Arjen even kort aan de telefoon: “Toen noemde je iets dat mij bezig heeft gehouden: ‘ik heb het plan om de voedselbanken op te heffen’, zei je. Wat heb je daar precies voor beeld bij?”
Mensen in armoede hebben niet altijd de energie en de kennis om iets te maken van wat ze bij de voedselbank krijgen, ziet Arjen. “We propageren zelfredzaamheid, maar velen zijn daar nog niet toe in staat. Dus moeten we ze daarbij helpen. Daarnaast maakt maar een fractie van de mensen die in armoede leven, gebruik van de voedselbank.” Daarom wil hij in Groningen beginnen met buurtkeukens waar iedereen welkom is en waar ieder naar draagvermogen betaalt. Een plek waar gezelligheid heerst. “Op die plek kun je elke dag terecht, om een maaltijd op te halen of ter plekke op te eten. Dat doen we met een abonnementsvorm waarbij je, als je regelmatig komt, elke maand een deel van je geld weer terug krijgt.”
Deze werkwijze ontzorgt mensen met een smalle beurs en biedt hen een warme omgeving: “Dat geeft ruimte om stapsgewijs weer grip op je leven te krijgen.”

Wim Tuma

Een gezicht geven aan ondersteuning
Het mag duidelijk zijn: Arjen streeft naar het terugdringen van armoede en wil mensen weer in hun kracht brengen. “Het aantal huishoudens met een lager inkomen groeit, stond vandaag nog in de krant. Ze moeten vaak rond zien te komen van allerlei toeslagen en een uitkering. Maar daar houden we onszelf als maatschappij wel mee voor de gek. Want een uitkering is geen vangnet maar een zekerheid tot aan de kist. Dat helpt mensen niet om in beweging te komen.” De ondersteuning zou een gezicht moeten krijgen, vindt Arjen: “Laat bijvoorbeeld 20 buurtbewoners de uitkering betalen van de mensen in hun directe woonomgeving die dat nodig hebben. Zeg: €50,- per maand.” De kracht zit hem in de zichtbaarheid in combinatie met privacy: “De gevers zijn daarbij zichtbaar, maar de ontvangers niet. Dat doet een appél op degene die het geld ontvangt. Bij een uitkering wordt het menselijk geweten niet aangesproken, op deze manier wel. Hiermee maak je de zorgzame samenleving voelbaar.”

“Een uitkering helpt mensen niet om vooruit te komen.”

Omvallende economie
Die zorgzaamheid is op verschillende vlakken nog lang niet voelbaar, merkt Arjen. Resultaten en prestaties voeren nog te vaak de boventoon. De economie is inmiddels zodanig ingericht dat deze wel een keer om moét vallen: “Voor een t-shirt dat voor €2,- in Bangladesh is gemaakt, betalen wij in de merkwinkel €82,-. Daar zitten tig ondernemers tussen, die profiteren van die €80,- verschil.
Daarnaast vraagt de markt soms andere werknemers dan waar we studenten voor opleiden. Zo creëren we werkloosheid. Dat houdt op termijn geen stand. Uiteindelijk zullen we weer teruggaan naar zelfzorgzaamheid en zelfredzaamheid, is mijn inschatting.”
Dan bedenkt Wim zich iets: “Heb jij iets met het geloof?” Arjen is Nederlands Hervormd opgevoed. “Dan ken je misschien het jubeljaar van het Joodse volk, het jaar waarin ze de economie weer volledig gelijktrokken”, vervolgt de budgetconsulent. Zijn tafelgenoot schudt het hoofd, zit geïnteresseerd te luisteren. “Alles wat verhandeld was, werd weer teruggegeven. De slaven mochten kiezen of ze voor hun ‘eigenaar’ bleven werken of vrij wilden zijn. Zo begon het hele economische systeem weer opnieuw. Zou dat iets zijn in de tijd van nu?”
Daar moet Arjen even over nadenken. In ieder geval is hij voor een grotere rol voor de burgers: “Kijk eens naar de hoeveelheid belasting die we in Nederland betalen. Hoe mooi zou het zijn wanneer de overheid zijn rol verkleint en wij als samenleving meer samen zouden oppakken? Dan wordt ook inzichtelijk of dat wat we nu doen in zorg, onderwijs en welzijn, wel écht bijdraagt aan wat we voor ogen hebben.”

Het is even stil. Wim overdenkt de ideeën die de revue zijn gepasseerd. “Jij ben heel erg bezig met echte aandacht en met het verbinden van mensen hè?”, vat hij de man tegenover zich samen. “Ja”, bevestigt die. “Ik gun mensen de ontdekking van hun droom en wat daarvoor nodig is. Mijn dochter wil danseres worden, die droom ondersteun ik volledig. Laat haar maar ontdekken, dat is een prachtig pad”, zegt de visionair en trotse vader.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Mee kunnen doen in de maatschappij is zó belangrijk”

“Mee kunnen doen in de maatschappij is zó belangrijk”

Hoe bepaal je wat welzijn is voor mensen die dat zelf niet goed kunnen aangeven? En in hoeverre is welvaart een thema bij mensen met een beperking? Soms denken we daar heel vanzelfsprekend de antwoorden op te weten. Maar wie écht kijkt en luistert, komt erachter dat er soms andere behoeften onder liggen dan gedacht. Een lunchgesprek over in de mentale wereld van de ander kruipen en over mee kunnen doen in de maatschappij.

Recht op een waardig leven
“Is het goed als we elkaar tutoyeren?”, vraagt Jessica Wijngaard, teamleider bij Kompas Zuidlaren, aan haar lunchgenoot. Die zou niet anders willen. “Zo’n leuke lunch, dat gebeurt niet elke dag!”, lacht André Enter. Ze zitten op zijn werkplek in Assen, waar hij directeur Zorg van Vanboeijen is.
De bordjes komen op tafel, de lunch wordt uitgestald. Jessica legt ondertussen uit waarom ze juist André heeft uitgenodigd om het over welzijn en welvaart te hebben. “Ik werk op de afdeling Vermogen & Specials met cliënten die onder bewind zijn gesteld, maar die tegelijkertijd een vermogen hebben. Veelal zijn dit mensen die in 24-uurs zorg zitten. En mijn cliënten wonen vrijwel allemaal bij jou, bij Vanboeijen.” Het is een instelling die haar intrigeert, maar eerst wil ze meer weten over de man tegenover zich: “Je werkt al bijna je hele loopbaan in de zorg, is dat ook jouw achtergrond?”. André schudt zijn hoofd: “Nee, maar mijn drijfveer ligt wel op het maatschappelijke vlak. Ik vind dat ieder mens recht heeft op een waardig leven. Sommige mensen hebben daar begeleiding bij nodig. Want hoe betrokken en empathisch we als samenleving ook zijn, voor een aantal is het hartstikke moeilijk om het maatschappelijk leven te kunnen bijbenen, om erbij te kunnen horen. Dat is mijn drijfveer om híer te werken en niet bij bijvoorbeeld een bank.”
De fotograaf komt binnen en kijkt direct geïnteresseerd naar alle kunstobjecten – schilderijen, kaarsen, keramiek – die door de cliënten zijn gemaakt. “Is daar ook een winkeltje van?”, vraagt Jessica geïnteresseerd. De directeur Zorg veert op: “Zeker! Sterker nog: in het Asser wijkgebouw Kloosterveste draaien we het concept ‘Anders’. Daar runt Alescon een grand café waar cliënten van ons werken. Daar is deze kunst te koop.” Fotograaf Jan regisseert de setting zodanig dat er hier en daar wat kunst te zien is op de foto’s.

VANBOEIJEN: VOOR IEDEREEN EEN WAARDEVOL LEVEN
Bij Vanboeijen worden meer dan 730 kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke beperking begeleid bij wonen, werken, leren en vrije tijd. Dat gebeurt op ruim 100 woon-, werk- en dagbestedingslocaties.
Ieder mens leidt een waardevol leven, is de overtuiging binnen Vanboeijen. Dat wat de bewoners en cliënten hebben aan vragen, wensen, dromen en talenten, maken de medewerkers en vrijwilligers binnen de mogelijkheden dan ook zoveel mogelijk waar.

André Enter

Zelf iets kunnen betalen als geluksfactor
Terug naar het onderwerp: “Wat is jouw beeld bij welzijn en welvaart, voor jezelf en de mensen waar je voor werkt?”, wil Jessica weten. “Welzijn is vooral de ruimte hebben om gelukkig te zijn met dat wat je hebt én om te kunnen zijn wie je bent. Welvaart gaat meer over de beschikking hebben over schaarse middelen. Die twee staan wat mij betreft niet los van elkaar.” André illustreert dat aan de hand van dagelijkse situaties bij Vanboeijen: “Onze cliënten ervaren autonomie en zelfstandigheid door over financiële middelen te kunnen beschikken. Doordat ze zelf iets te kunnen kopen, kunnen ze meedoen in de maatschappij. Dat is zó belangrijk… Kortom: zelf iets kunnen betalen, is een belangrijke geluksfactor. Dat draag bij aan iemands welzijn.”
Jessica ziet bij háár cliënten soms de invloed die het al dan niet hebben van geld heeft op de begeleiding die iemand kan krijgen: “Mensen met een beperking voor wie het bijvoorbeeld goed zou zijn om elke week te gaan zwemmen. Daar is begeleiding bij nodig, maar niet iedereen krijgt dat vergoed. Daar moet je dan wel enig vermogen voor hebben.” Dat ziet André ook in de praktijk: “Meer welvaart betekent in de zorgwereld soms meer mogelijkheden hebben. Dat maakt mensen minder afhankelijk en meer autonoom. En dát is weer een hele belangrijke welzijnsfactor.”

“Erachter komen wat een cliënt wil, kan hem zitten in het spelen met een trein of het bespreken van de voetbaluitslagen. Het gaat erom dat je de ander bereikt.”

Voortdurend onderzoek: ‘wie is de ander?’
“Hoe weet je of je bijdraagt aan iemands welzijn, wanneer hij of zij dat zelf niet goed kan aangeven?”, vraagt Jessica zich bij het werken binnen Vanboeijen af. Daarmee heeft ze direct de kern te pakken, laat André weten: “Dat is de moeder aller vragen in de zorg: weten wij dat wel écht? Dat is ook wel het lastige bij een organisatie als de onze, waar mensen vaak heel lang wonen. Dan bestaat het risico dat begeleidingspatronen raken ingesleten en te weinig nog de vraag wordt gesteld ‘waar word je blij van?’. Daarom moeten we steeds weer op onderzoek uit naar ‘wie is die ander?’. Want iemand verandert gedurende zijn of haar leven.”
Dat klinkt arbeidsintensief, maar dat hoeft lang niet altijd zo te zijn: “Dat kan hem zitten in een wandeling, in het spelen met een trein of in het hebben over de voetbaluitslagen waardoor iemand uit zijn apathische toestand komt. Het gaat erom dat je de ander bereikt.” Binnen Vanboeijen heeft dat werkelijk bereiken van de ander een naam: mentaliseren. “Je kruipt als het ware in de mentale wereld van de ander, om zo iemands wensen en behoeften te ontdekken. Dat is zoeken, daar groeien en ontwikkelen we voortdurend in.”


Jessica Wijngaard

Nieuwe dingen leren & experimenteren
Stilstand is achteruitgang, dat geldt ook voor mensen met een beperking. Hoewel structuur en stabiliteit goed zijn en veiligheid bieden, hebben ook zij behoefte aan ontwikkeling. Aan experimenteren en het leren van nieuwe dingen. Jessica herinnert zich één van haar cliënten die had geleerd om zelf een kraan open te draaien. “Om zulke kleine dingen gaat het soms hè?”, kijkt ze naar haar tafelgenoot. “Overigens wel met het gevolg dat ze overal de kranen openzette.” Dat is een mooi voorbeeld van een beetje meer zelfstandigheid, vindt André: “En wat we dan vooral niet moeten doen, is zo iemand opeens verbieden om kranen open te draaien. Die neiging is er misschien wel, maar dat moet juist niet. Daar moeten wij als hulpverleners iets slims op bedenken, niet in het verbieden schieten.”
Hoe daarin de aansluiting op de belevingswereld van de ander kan worden gevonden, zit vaak in hele kleine signalen. Wanneer André op de werkvloer is, is hij regelmatig onder de indruk hoe de begeleiders dat doen: “Waar iemand blij van wordt of juist niet, dat halen zij uit iemands blik of beweging. Dat vind ik indrukwekkend. Ze nemen daar ook echt de tijd voor, vertraagde tijd noemen we dat hier. Ze gaan mee in het tempo van de cliënt.”

Leerzamer dan vergaderen
“Neem je daar ook dingen van mee in je dagelijks leven?”, wil Jessica weten. “Daar neem ik hartstikke veel van mee”, bevestigt André direct. “Dat is veel leerzamer dan hier te zitten vergaderen. Op afstand zitten is niet de manier. Juist de mensen die dagelijks werken met onze cliënten, daar maak ik een diepe buiging voor.”
Zelf geeft het hem ook energie, het contact met de cliënten: “Gisteren stond ik even bij een bewoner van wie ik wist dat hij onlangs was gestopt met roken. Dan hebben we even een praatje en vraag ik of het hem nog steeds lukt om te stoppen. ‘Jazeker, nu al een maand!’, zegt hij dan vol trots. Dat is geweldig, om te zien dat mensen het hier goed hebben en waar mogelijk een stukje groeien. Dat geldt voor cliënten maar ook voor medewerkers.”
Hij kijkt even nadenkend voor zich uit. “Waar het eigenlijk om gaat”, sluit hij af, “is dat mensen het gevoel hebben ‘ik doe ertoe’. Dát is welzijn.”

Ze ruimen de lunchtafel leeg en nemen afscheid. Jessica loopt over het terrein naar de parkeerplaats en kijkt nog even achterom. Haar werk is in het afgelopen uur nog een beetje waardevoller geworden.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.