“Je moet een verrekte goede reden hebben om niet iets voor een ander te doen”

“Je moet een verrekte goede reden hebben om niet iets voor een ander te doen”

De rafelranden van de samenleving, dat is wat Koos Goedegebuur intrigeert. Mensen bij wie er van welzijn soms amper sprake is. Hij werkte er jaren mee, tot zijn eigen gezondheid het liet afweten. Maar met het welzijn van anderen, daar zal Koos altijd mee bezig blijven. Sergio Manuputty, budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren, heeft het er met hem over tijdens de lunch.

Een prachtige periode
Hij groeide op in Rotterdam, op de scheidslijn van een goede en een minder goede buurt. “Dat heeft ervoor gezorgd dat ik beide talen spreek”, vertelt Koos Goedegebuur. “Al heb ik eigenlijk wel een voorkeur voor het Bargoens*, maar dat zal ik vandaag zoveel mogelijk achterwege proberen te laten”, lacht hij. Die plek in zijn jeugd heeft er waarschijnlijk mede voor gezorgd dat hij is gaan werken met mensen aan de zelfkant van het leven. Bij de reclassering met jeugd en dak- en thuislozen bijvoorbeeld. “Dat was voor mij een prachtige periode”, blikt Koos terug. “Omdat ik daar echt de extremen tegenkwam en me bezig hield met mensen die helemaal van het pad af waren.”
Maar hij wilde anderen ook verrijken met kennis en ervaringen, dus stapte hij over naar het onderwijs: “Heel veel medewerkers van Kompas Zuidlaren hebben les van mij gehad bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening.” Zijn ondernemende vleugels sloeg de maatschappelijk betrokken man nog verder uit door voor zichzelf te beginnen als gedragstrainer. Tot het fout ging. Koos belandde met hartklachten in het ziekenhuis en werd een jaar later volledig afgekeurd.

*Bargoens is de geheimtaal en minderheidstaal die in Nederland in de eerste helft van de 20e eeuw werd gesproken door mensen aan de zelfkant van de samenleving. Zoals daklozen, landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren.

Koos GoedegebuurKoos Goedegebuur

Nooit concessies in welzijn
Maar hij heeft iets van een straatvechter, deze man. Dus zit hij niet stil: “Links en rechts doe ik wat vrijwilligerswerk, ik ondersteun startende ondernemers en ik ben buurtbemiddelaar hier in Assen.”
Sergio luistert en overdenkt het levensverhaal: “U moet wel een heldere visie hebben op het welzijn en de welvaart in Nederland.”
Een prachtig woord vindt hij het: welzijn. “Dat je het goed naar je zin hebt, dat je gelukkig bent, daar gaat het om. Daar moet je nóóit concessies in doen”, beklemtoond Koos. “Dat realiseer ik me des te meer toen ik met mijn gezondheid knetterhard onderuit ging.” Maar enige welvaart is ook nodig: “Als je in de financiële ellende zit, dan gaat dat 24/7 door. Die problemen zijn er altijd, daar sta je mee op en daar ga je mee naar bed.” Dat herkent Sergio vanuit zijn werk: “Je ziet ook dat mensen dan – om die problemen maar even te kunnen vergeten – in de verdovende middelen vluchten.” Koos zucht licht: “Klopt, dat werkt dan heel even en daarna zitten ze nog verder in de put.”

“Wanneer heeft iemand jou voor het laatst gevraagd: Hoe gelukkig ben je?”

Gelukkige momenten: een kleine moeite
“Ik heb wel de nodige mensen gezien voor wie het welzijn volledig afwezig was”, vervolgt de voormalig welzijnswerker. “Maar ik heb ook gezien – dat is het mooie van welzijn – dat je daar vaak wel enige invloed op kunt uitoefenen. Alleen ligt in deze welvaartsmaatschappij de focus meer op welvaart.” Het zit hem vaak al in de oprechtheid van de ontmoeting, merkt Koos: “Hoe vaak wordt er niet gevraagd ‘hoe gaat het?’ en dat mensen automatisch zeggen ‘goed’? Maar wanneer is jou voor het laatst gevraagd: Hoe gelukkig ben je?” Dat is inderdaad een goede vraag, knikt Sergio. Koos kijkt naar hem en dringt aan: “Nou, hoe gelukkig ben je?” Aan de andere kant van de tafel verschijnt een glimlach en een moment van bezinning. Dan neemt de budgetconsulent weer zijn positie als vragensteller: “Geluk haal je uit liefde, vriendschap en mooie ervaringen. Geld ontzorgt maar zorgt niet zozeer voor geluk. Werkt dat ook zo voor jou?”
Daar kan Koos het alleen maar volledig mee eens zijn: “Hier in de buurt sprak een vrouw mij laatst aan ‘meneer, mag ik hier parkeren?’. Dat mocht niet want het is een vergunningengebied”, illustreert hij. “Toen heb ik haar auto een paar uur op mijn vergunning gezet. ‘Goh, wat aardig!’, zei ze. Zij gelukkig en ik minstens net zoveel. Ik denk dat we daar wat meer naartoe moeten. Wat meer zorgen voor elkaar. Want je moet wel een verrekt goede reden hebben wanneer je niet iets voor een ander doet, terwijl dat maar een hele kleine moeite is.”

Sergio Manuputty | Kompas ZuidlarenSergio Manuputty

Kleine dingen met een groot effect
De fotograaf vraagt ondertussen ietwat bezorgd: “Geldt dat ook voor deze straat, dat vergunningsgebied?” Koos gaat direct kijken en regelt ook voor de fotograaf een ‘legale’ parkeerplek. “Wat inspireerde jou om in die wereld van de dak- en thuislozen te gaan werken?”, wil Sergio weten. “Daar kun je hele kleine dingen doen die een heel groot effect kunnen hebben”, antwoordt Koos steevast. Hij geeft een voorbeeld: “Toen ik in de dagopvang werkte, hoorde ik een paar jongens klagen over de sociale dienst. ‘Even voor de helderheid’, zei ik hen, ‘als jullie bij de sociale dienst zijn, hoe vertellen jullie dan je boodschap?’. Daar kwam niet een helder antwoord op, dus ik nam hen mee naar een trainingsruimte met een camera. Daar speelden we dat gesprek na, zij waren zo eerlijk om daarin hun gedrag te laten zien. Toen we de beelden terugkeken, vroeg ik hen: ‘hoe groot is de kans denk je, dat je met zo’n houding krijgt wat je wilt?’.” Toen de jongens vervolgens nog een keer naar de sociale dienst gingen, seinde Koos daar een bekende van hem in. “Ik vroeg hem om naar het verhaal van die jongens te luisteren, wanneer ze zich goed zouden gedragen. En wat denk je? Ze hebben gekregen wat ze wilden.” Koos geniet nog steeds bij de gedachte: “Dat ze dat oppikken, dat is toch prachtig? Dat doet ertoe.”

Vrijheid geven
Weer even terug naar het hier en nu: “Over welvaart en welzijn hebben wij niet te klagen overigens. We zitten hier aan een heerlijke lunch”, complimenteert Koos zijn tafelgenoot. Die knikt met volle mond.
“In de wereld waarin jij werkt”, kijkt hij naar de budgetconsulent, “zie je veel dienstverleners die iets vinden van het welzijn van hun cliënten. Dat kan goede ondersteuning in de weg zitten.” Daar is Sergio het helemaal mee eens, hij probeert dat zelf anders te doen: “Je moet cliënten binnen de kaders die er zijn de vrijheid geven en ze niet vanuit jouw wereldbeeld iets opleggen. Zolang ze maar weten waar hun eigen verantwoordelijkheid ligt. Ik ga mensen niet opdragen ‘dit mag je niet met je geld doen en dat moet je juist wel’. Ik heb meer zoiets van ‘laat maar zien!’.”
Dat is het mooie aan Kompas Zuidlaren, vindt Koos: “Jullie hebben een mooi bedrijf. Daar gaat het niet alleen om welvaart maar vooral ook om welzijn. Dat zie je in hoe jullie met cliënten omgaan. Dat is belangrijk, want ik heb wel gezien hoe spannend mensen het soms vinden om naar de bewindvoerder te moeten.” Een mooi compliment, vindt Sergio, al is het voor hem vanzelfsprekend: “Ik laat gewoon weten dat ik ook maar een hele gewone jongen ben…”

Ondertussen zijn de mannen voldaan van de lunch en is de parkeertijd bijna verlopen. Met een handdruk nemen ze afscheid. Op naar nieuwe momenten die het welzijn verhogen.

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Met een menselijke benadering kom je ontzettend ver”

“Met een menselijke benadering kom je ontzettend ver”

Een goed mens zijn – en zeker wanneer je in de hulpverlening werkt – betekent in de eerste plaats dat je ‘voorleeft’ wat waardevol is, vindt Martin Sitalsing. Hij werkt al decennia met mensen die zich aan de rand van onze samenleving bevinden. Mensen die onze aandacht verdienen: “Als patiënt of cliënt heb je het vaak al niet makkelijk gehad, wat is het fijn wanneer je ook dán als gast ontvangen wordt.”  

Paramaribo, politie & (het) goed doen
Het is een zonnige dag in oktober. Naast een vijver, tussen de neergevallen bladeren, staan twee bistrostoeltjes. De middag is net begonnen op het terrein van Lentis in Zuidlaren. Zojuist zijn Christine Albers (directeur HR bij Kompas Zuidlaren) en Martin Sitalsing er neergestreken. Een gulle lunch tussen hen in en gespreksonderwerpen te over. Maar eerst vraagt Christine haar disgenoot in het kort – voor zover dat kan – zijn intrigerende loopbaan te beschrijven. Die glimlacht even, denkend waar te beginnen en wat eruit te lichten: “Ik zal bij het allereerste begin beginnen: ik ben geboren in Paramaribo. Toen ik 8 jaar was, verhuisden we met ons hele gezin naar Nederland.” Hoewel hij na het atheneum al liever bij de politie was gegaan, volgde hij de wens van zijn ouders en ging aan het werk als accountant. Maar passie laat zich niet wegstoppen, zodat Martin later toch die overstap maakte. Daar klom hij snel op tot wijkteamchef in Amsterdam, districtschef van Groningen en Haren en korpschef van Twente. Daarmee doorbrak hij een eeuwenlange traditie: “In 2009 was ik de eerste allochtone korpschef in Nederland.” Zijn opvoeding is daar waarschijnlijk een belangrijke motor in geweest: “Bij ons thuis kwam ‘slachtofferschap’ niet in het woordenboek voor. Wij werden juist aangemoedigd kansen te pakken, zorgen dat je in alles de beste wordt.” Zoals de jonge Martin besloot als één van de besten te leren schaatsen, toen zijn ouders hun kinderen bij aankomst in Nederland op het hart drukten: ‘goed meedoen’.

Maar het gaat de Martin van nu niet alleen – of beter: niet zozeer – meer om de beste te worden, maar om ‘goed te doen’. Dat deed hij op meerdere plekken: hij maakte de overstap van de politie naar een bestuursfunctie bij Bureau Jeugdzorg Groningen en inmiddels staat hij alweer 2,5 jaar aan het roer van Lentis en Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag.

Martin Sitalsing

“Dít is wat ik graag doe”
Ze kennen elkaar van hun bestuurswerk bij de Stichting Kasservice, maar ter voorbereiding op deze lunch heeft Christine toch even gegoogled op ‘Martin Sitalsing’. In de veelheid aan informatie die ze vond, viel haar één ding op: “Ik vind van alles over jou en je werk, maar nergens wat je in je vrije tijd doet. Hèb je hobby’s?” Martin lacht, om de scherpe blik van zijn bestuursgenoot en om het antwoord dat hij gaat geven: “De dingen die je vindt op internet, dát is wat ik graag doe.” Naast zijn reguliere werk zijn dat uiteenlopende neventaken, van een toneelvereniging tot het Wilhelmina Ziekenhuis. Functies waarin hij kan doen en uitdragen wat – vanuit zijn levensvisie – waardevol is. “En natuurlijk tijd met mijn gezin, maar dat spreekt voor zich”, vult de echtgenoot en vader aan. “Vanavond geeft onze oudste dochter een 21-diner. Gisteren heb ik met haar in de keuken gestaan, traditioneel Surinaams koken.” En uiteraard houdt hij vanavond een speech: “Daarin verwerk ik 21 eigenschappen.” Hij ziet nu al zichtbaar uit naar dat moment en de reactie van zijn dochter.

Levenslessen
Over zijn levensvisie is een aantal jaren geleden een artikel verschenen in dagblad Trouw. Omdat levenslessen nooit verouderen, haalt Christine ze even naar het hier en nu. “Doen waar je voor staat, dat vind ik wel een hele essentiële. Omdat je daarmee aangeeft dat – zeker in de hulpverlening, waar wij beide in werken – het goede begint bij jezelf.” Op het andere bistrostoeltje wordt driftig geknikt: “Ik geef graag het goede voorbeeld, thuis en op mijn werk. Want je eigen normen, waarden en principes moet je voorleven, vind ik.” Dat doet Martin Sitalsing dan ook, vanuit die levensvisie werd hij bijvoorbeeld bestuurder van Discriminatie Meldpunt Groningen: “Als discriminatie je niet aanstaat, kun je blijven mokken vanuit je slachtofferschap. Maar je kunt ook laten zien wat de meerwaarde is van een andere achtergrond en je van daaruit actief inzetten tegen discriminatie.”


Christine Albers

“Als discriminatie je niet aanstaat, kun je blijven mokken vanuit je slachtofferschap. Maar je kunt ook laten zien wat de meerwaarde is van een andere achtergrond.”

Inspannen voor mensen die het minder hebben
Mensen die het ook minder hebben getroffen maar voor wie doorgaans minder begrip is in de publieke opinie, zijn TBS-patiënten. “In hoeverre kun je ze behandelen en waar houdt het op?”, vraagt Christine zich af. “De inspanning voor deze mensen moet je niet stoppen”, zegt de Van Mesdagbestuurder stellig. “Het is een verantwoordelijkheid van de maatschappij om ook deze mensen als ménsen te blijven zien en ze te behandelen.” Zijn tafelgenoot is het roerend met hem eens, ziet ook de overeenkomsten met zijn voormalige politiewerk: “Daar kreeg je natuurlijk ook te maken met mensen aan de rand van de samenleving, die niet goed konden meekomen.” Martin knikt: “In beide werkgebieden is sprake van mensen die aandacht nodig hebben om zich te kunnen handhaven in het dagelijks leven.” Om dat een zo groot mogelijke kans van slagen te geven, is Lentis de nadruk meer gaan leggen op ambulante begeleiding, in de eigen omgeving van de patiënt. “Want je ziet het in het klein al bij medewerkers, hoe lastig het is om weer aan het werk te gaan wanneer je een tijdje uit de roulatie bent geweest. Moet je nagaan hoe dat is wanneer je door een opname in een ggz-instelling uit de maatschappij bent gehaald. Dan sta je op een gegeven moment weer buiten en moet je het in je eentje zien te rooien. Daar is écht goede begeleiding bij nodig.”

Ondertussen komt er een hondje aanrennen over het gras, een Jack Russel. Hij blijkt van één van de medewerkers. Martin begroet de viervoeter enthousiast: “Wij hebben ook zo’n hond gehad, die is 16 geworden.” Wanneer het beestje kijkt of er nog iets lekkers te halen valt, roept zijn baasje hem tot de orde. Ondertussen zijn Christine en Martin alweer de inhoud ingedoken.

Zorg voor medewerkers
“Het is mooi dat wij ook iets voor jullie doelgroep kunnen betekenen”, verwijst Christine naar de inmiddels 35-jarige samenwerking. Maar Lentis zorgt qua financiële zorgverlening niet alleen voor haar patiënten, ook medewerkers hebben die soms nodig: “Wanneer we signaleren dat collega’s in de problemen zitten, springen we daarop in. Dat kan van alles zijn, problemen hebben met het aflossen van een schuld bijvoorbeeld”, legt Martin uit. Dat hoort bij goed werkgeverschap, vindt hij: “Wanneer ik in mijn tijd bij de politie wist dat er bij iemand een loonbeslag was gelegd, ging ik met diegene in gesprek. Want zo’n beslag ligt er niet voor niets, daar zit vaak een heel verhaal achter.”

Ook vakinhoudelijk staat Martin Sitalsing achter zijn mensen: “Ik probeer mijn mensen ervan te overtuigen dat ze geen verantwoording moeten afleggen aan het systeem, maar aan de samenleving. Ik sta achter ze, zeker als zaken niet goed gaan.” Zorgprofessionals moeten af van het angstdenken, vindt hij: “Soms overheerst het denken over de eventuele consequenties voor de eigen functie. Dat overschaduwt het handelen vanuit gevoel, kennis en professionaliteit. Als je weet dat de directie achter je staat, voel je je vrijer om de juiste beslissingen te nemen.”

Martin Sitalsing en Christine Albers

“Angstdenken overschaduwt het handelen vanuit gevoel, kennis en professionaliteit. Wanneer de directie achter je staat, voel je je vrijer om de juiste beslissingen te nemen.”

Kijk om je heen…
Teveel regels werken beperkend, weet Martin. Ooit was hij betrokken bij de aanpak van een verkeerssituatie in Drachten: “Dat ging om een rotonde met ontzettend veel haaientanden, verkeersborden en -instructies. Met als gevolg dat er heel veel ongelukken gebeurden. Toen diezelfde rotonde juist zoveel mogelijk regelvrij werd gemaakt, nam het aantal ongelukken aanzienlijk af.” Wanneer weggebruikers – of in bredere zin: burgers – weer de ruimte krijgen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen, heeft dat duidelijk een positief effect: “Mensen gaan dan weer om zich heen kijken, zoeken contact met de mensen om zich heen en maken zelf de inschatting of iets wel of niet kan. Dat geldt voor onze hele maatschappij, we moeten voorkomen dat de regelgeving ons verstikt en belemmert om zelf na te denken.”

Voor die vorm van openheid hebben ze ook binnen Kompas Zuidlaren bewust gekozen, vertelt Christine: “Je gevoel is een belangrijk kompas om op te varen. Daarom vind je bij onze entree geen beveiligingspoortjes maar gewoon een vriendelijke dame die vraagt ‘welkom, wat kan ik voor u doen?’.”

Datzelfde hoort bij de werkwijze binnen de GGZ, vindt Martin: “De beste zorginstellingen onderscheiden zich niet alleen door hun kwaliteit, maar – minstens zo belangrijk – door hun gastvrijheid. De meeste mensen die ons als patiënt of cliënt bezoeken hebben het over het algemeen al niet gemakkelijk. Wat is het fijn als je ook dán als gast ontvangen wordt. Met een menselijke benadering kom je ontzettend ver.”

Wanneer de lunch op is en de zon een stuk is opgeschoven, zijn de onderwerpen nog steeds niet ‘op’. Maar dat is het nooit, waar het gaat om het welzijn van mensen, concluderen beide. Ze klappen de bistrostoeltjes op en lopen terug over het gras. Kijken om zich heen, genietend van wat onbetaalbaar is.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Naast eten uitdelen moeten we de armoede terugdraaien”

“Naast eten uitdelen moeten we de armoede terugdraaien”

Hoe moet het zijn wanneer je zó weinig geld hebt dat ‘gewoon even boodschappen doen’ niet zomaar kan? In de stad Groningen zijn 750 huishoudens die weten hoe dat voelt. Ze halen wekelijks uit de supermarkt van de Voedselbank hun voedsel, dankbaar maar vaak ook beschroomd. Soms misschien juist de schaamte voorbij. Miranda de Winter (budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren) luncht met Ulfert Molenhuis, voorzitter van de Voedselbank Stad Groningen. Over de worsteling van het overleven, onze ‘weggooimaatschappij’ en de armoede die maar niet wil dalen.

Opgroeien in armoede
Het voelt wat gek, om met een goede lunch op tafel te praten over mensen die het zich niet kunnen permitteren om luxe broodjes en verse jus te kopen. Miranda en Ulfert laten het eten nog even voor wat het is en hebben aandacht voor de 2.500 tot 3.000 mensen die in Groningen bij de Voedselbank aankloppen. “Daar zijn natuurlijk ook veel kinderen bij”, denkt Miranda direct, zoals elke moeder waarschijnlijk zou doen. Ulfert knikt: “Zeker. In de stad Groningen groeien zo’n 5.000 kinderen in armoede op. Op een stad van 200.000 mensen is dat natuurlijk extreem hoog. Dat is 20% van het totaal aantal kinderen. Terwijl dat cijfer landelijk op 10 à 11% ligt.”
Armoede is van grote invloed op het welzijn van kinderen, nu én in de toekomst: “Kinderen uit arme gezinnen durven klasgenootjes niet bij hen thuis te laten spelen. ‘Mijn moeder is ziek’ zeggen ze dan maar. Want ze weten: bij mij thuis is het anders, daar trek je niet de koelkast open om er iets lekkers uit te pakken. Dat gebeurt twee, drie keer en dan wordt zo’n kind niet meer gevraagd.” Zo op te groeien is vormend voor hun toekomst, ziet Ulfert: “Het gebrek aan zelfvertrouwen maakt het moeilijker om een goede baan te krijgen. Terwijl de competenties er wel zijn.”

10 PUNTEN OM ARMOEDE TEGEN TE GAAN
In Nederland kennen we de Voedselbanken sinds 2002. Inmiddels zijn er 169, verspreid over het hele land. Het gezamenlijke doel van alle Voedselbanken is: op verschillende manieren een bijdrage leveren aan het verhelpen van (verborgen) armoede en tegen gaan van verspilling. In het Tienpuntenplan dat is opgesteld vanuit de Voedselbank Groningen, worden voorstellen gedaan om die armoede terug te dringen. Alle 10 punten zijn hier te lezen: https://www.voedselbank-groningen.nl/informatie/plan-tegen-armoede.

Ulfert Molenhuis - Kompas ZuidlarenUlfert Molenhuis

Een makkelijk te treffen groep
Ondanks de economische groei, groeit gek genoeg ook de armoede in de stad. Daar is wel een verklaring voor: “Groningen is een dienstverlenende én een studentenstad. Dat eerste heeft als gevolg dat er weinig werk is voor lager opgeleiden. Tel daarbij op dat studenten vanwege hun studieschuld wel een bijbaan móeten nemen, dan blijven er weinig banen over.”
Die beweging is ook landelijk zichtbaar: van de 17 miljoen Nederlanders leeft 1,2 miljoen onder de armoedegrens. “Maar tegelijkertijd zijn er in ons land nog nooit zoveel miljonairs geweest”, zet Ulfert het contrast nog scherper neer. Dat verschil wordt alleen maar groter: “In 2019 en in 2020 gaat de huurtoeslag fors naar beneden, dat treft de armsten direct. Net als de BTW-verhoging op voedsel van 6 naar 9%. Dan blijft er voor sommige mensen nog erg weinig over.”
Waar anderen de straat op gaan en protesteren, ligt dat voor de minder bedeelden anders: “Hun macht is maar heel beperkt. Wanneer ze gaan staken, heeft dat geen effect.” Miranda kijkt peinzend voor zich uit: “Een makkelijk te treffen groep.” Ze legt precies de vinger op Ulfert’s gevoelige plek: “Precies. Wij staan als land wat betreft rijkdom op plaats 6 of 7 van de wereld. Dan mág het toch niet zo zijn dat een grote groep mensen niet mee kan komen?”

“De macht is beperkt voor wie arm is. Wanneer ze gaan staken, heeft dat geen effect. Wij moeten hen daarin helpen.”

Schijnbaar aantrekkelijke aanbiedingen
Om die overtuiging kracht bij te zetten, is vanuit de Voedselbank Stad Groningen het Tienpuntenplan opgesteld: 10 punten die moeten leiden tot het terugdringen van armoede in Nederland. “Wij moeten daarin helpen, want wanneer je aan het overleven bent dan zit je hoofd vol. Dan heb je geen ruimte om je situatie structureel te verbeteren.” Miranda herkent dat exact in haar dagelijkse werk: “Ook naar de toekomst kijken lukt dan niet meer hè?”, weet ze.
Omdat het ontstaan van schulden klein begint maar snel tot torenhoge bedragen kan uitgroeien, is dat een belangrijk punt om aan te pakken: “Wanneer iemand een schuld heeft van €100.000, is er grofweg sprake van € 60.000 kosten en € 40.000 schuld”, illustreert Ulfert de verhoudingen. “Door het systeem dat wij in Nederland hebben, worden mensen met schulden alleen maar verder in de problemen geduwd. Want zo’n hoge schuld, dat is niet meer te overzien.” Daarom stellen deze voorzitter en zijn medestanders dat iemand pas iets in handen moet krijgen wanneer daar ook daadwerkelijk voor is betaald. En met effect: “De minister van Financiën heeft toegezegd nog in deze kabinetsperiode het verstrekken van kredieten te beperken. Want we moeten mensen beschermen tegen die schijnbaar aantrekkelijke aanbiedingen.”

Miranda de Winter - Kompas ZuidlarenMiranda de Winter

30% van ons eten, zó de vuilnisbak in
De Voedselbank haalt haar producten uit de eigen tuinen – waar verse groenten worden verbouwd – en van de 41 supermarkten in de stad. Zes ochtenden per week gaan vrijwilligers op pad om prima voedsel te verzamelen dat anders zou worden weggegooid. Alleen al in de stad Groningen gaat dat om 8.500 ton eten per jaar. “We zitten in een weggooimaatschappij”, stelt Ulfert, duidelijk met afkeer. Het is het tegenovergestelde van hoe hij zelf is grootgebracht: “Toen ik kind was, schepte mijn vader tijdens het avondeten op en je mocht niet van tafel voordat je bord leeg was. ‘Lust ik niet’ was er niet bij.” Hij herinnert zich nog levendig het moment dat ze aangebrande karnemelksepap voorgezet kregen: “Ik weet niet of je dat ooit hebt geproefd, maar wij zaten te kokhalzen aan tafel. En denk maar niet dat we respijt kregen. Ook dat bord moest leeg…” Verspilling is deze Voedselbankman een doorn in het oog: “We gooien als maatschappij gemiddeld 30% weg van het eten dat we kopen.”
Beide kijken ze naar het eten voor zich. “Zullen we nu maar een broodje pakken?”, vraagt Ulfert. Miranda maakt een gastvrij gebaar: “Laten we ervan genieten.”

“We moeten elkaar in de lucht houden”
“U heeft eens gezegd dat u hoopt dat de Voedselbank over 10 jaar niet meer bestaat”, haalt Miranda een uitspraak van haar tafelgenoot terug. Voor hem is dat nog steeds het ultieme streven, maar die stip op de horizon is nog heel ver weg. Het 10-stappenplan wijst wel in de richting van die stip. Een belangrijk onderdeel daarvan is de gemeenschapszin: “We moeten meer delen. De rijkeren onder ons moeten tot het besef komen dat nóg meer materiële rijkdom slechts beperkt is.”
Een andere, wellicht meer verrijkende, vorm van rijkdom is die van het delen. Daarom startte de Voedselbank het project ‘Stadjers Hand in Hand’: arme gezinnen worden rechtstreeks gekoppeld aan onafhankelijke (lees: meer vermogende) gezinnen. Die gaan met elkaar om tafel om te zien wat ze voor elkaar kunnen betekenen, bijvoorbeeld in het vinden van geschikt werk. Dit heeft er al toe geleid dat een aantal mensen niet meer naar de Voedselbank hoeven en een stukje onafhankelijkheid hebben herwonnen.

Geluk zit duidelijk in delen en geven: “Je hoeft geen christen te zijn om te leven naar ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Je kunt niet iedereen helpen, maar wel de mensen in je omgeving. Loop bijvoorbeeld niet altijd de zwervers voorbij”, kijkt Ulfert even naar buiten, denkend aan de ‘overlevers’ in onze samenleving. Dan weer naar zijn tafelgenoot: “We moeten elkaar in de lucht houden, toch?”

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Op je werk moet je het gewoon goed hebben”

“Op je werk moet je het gewoon goed hebben”

Een vlak waar welvaart en welzijn elkaar onvermijdelijk raken, is op het werk. De plek waar veel mensen een groot deel van hun leven doorbrengen, is echter ook regelmatig een bron van stress. Hoe zorg je tóch voor welzijn op de werkvloer? Twee HR-managers laten hun gedachten de vrije loop in het Asser bos. Met een klein uitstapje naar de Molukken.

Nostalgie & welvaart in het Asser bos
Het is levendig in het duurzaamheidscentrum in Assen: kinderen lopen rond of zitten aan tafel en vertellen met een mond vol muffin wat ze zojuist allemaal hebben gedaan, er klinkt zacht gerinkel van servies. De kozijnen omlijsten de herfstkleuren van het Asser bos. “Waarom wilde je hier afspreken?”, vraagt Christine Albers, directeur HR bij Kompas Zuidlaren. Tegenover haar zit André Nederhoed, teammanager bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. “Omdat hier van alles gebeurt op het gebied van duurzaamheid.” Want daar heeft hij iets mee, en dan in het bijzonder de duurzaamheid van mensen. “Het restaurant wordt bijvoorbeeld gerund door mensen met een beperking. Maar je ziet hier ook een schoolklas die van alles leert en ervaart over duurzaamheid”, kijkt André geïnspireerd om zich heen.
Het is tegelijkertijd een teken van welvaart, vindt hij: “Dat we zo’n duurzaamheidscentrum hebben, is een vorm van luxe. En kijk eens naar dat bos! Dit voelt voor mij echt als welvaart.” Christine knikt en geniet, voor haar is dit bekend terrein: “Voor mij is dit ook een stukje nostalgie, heerlijk.” Ze kennen elkaar van het vorige werk van André, die 28 jaar bij de Sociale Verzekeringsbank werkte. “Leuk om weer bij te praten”, stellen ze beide vast. 

André Nederhoed - Kompas ZuidlarenAndré Nederhoed

Vakantie versus overleven
Nederland is een welvarend land, constateert André. Dat realiseerde hij zich eens te meer toen hij vorig jaar met zijn gezin naar de Molukken ging, het thuisland van zijn vrouw. “Dan word je even flink met je neus op de feiten geduwd. Wat voor ons normaal is, daar moeten zij het zonder stellen. Terwijl wij weer thuis komen en elkaar aankijken ‘waar gaat de volgende reis naartoe?’, zijn vakantie of sparen, dingen die niet in hun repertoire voorkomen. Zij moeten overleven.”
Christine kijkt peinzend voor zich uit: “Misschien is ‘bezig zijn met welzijn’ ook wel een teken van welvaart. Wie minder bedeeld is, heeft überhaupt niet de luxe om daarover na te denken.” Haar tafelgenoot knikt, zich het geluk realiserend van welvaart voor de gezondheid: “Vorig jaar ben ik geopereerd – ik heb hartritmestoornissen – en dat was een vanzelfsprekendheid. Maar op een plek als de Molukken overlijd je aan aandoeningen waarvoor bij ons de behandelingen voor het oprapen liggen.”
Ondertussen wordt thee geserveerd met gember, de honing mooi geserveerd in een eierdopje. Beide voelen zich op hun eigen manier rijk.

“Dat ik word geopereerd aan mijn hartritmestoornissen, is hier een vanzelfsprekendheid.”

Gelukkig in je werk
Hun gesprek belandt weer op Nederlandse bodem, bij één van de dingen waar het hart van André ligt: zijn werk. Als HR-manager is hij mateloos geïnteresseerd in ‘de mens’ in relatie tot diens werk. “Wanneer je mensen vraagt waar ze in hun werk nu het meest gelukkig van worden, zijn dat dingen als vrijheid en plezier. En aandacht”, voegt hij eraan toe, “dat er écht naar je geluisterd wordt.” Hij voelt zich dan ook mede verantwoordelijk om dat zo goed mogelijk te organiseren. “Want werk is een groot deel van je leven. Dus daar moet je het goed hebben.”
Dat lukt uiteraard niet overal, al is daar ook enige relativiteit in aan te brengen, weet Christine: “De krant berichtte laatst over de hoge werkdruk die wij in Nederland ervaren. Maar buitenlanders blijken dat als een absoluut luxeprobleem te zien, omdat wij in Europa het land zijn met de minste arbeidsuren.” André ziet daar wel kansen: “Wanneer mensen niet goed in hun vel of op hun plek zitten, moet je kijken naar de onderliggende reden. Wanneer je dat bespreekbaar maakt en er samen aan werkt, kan dat in veel gevallen voorkomen dat mensen overwerkt raken of ziek worden.”
Dan wordt de zevenbladsoep geserveerd. “Eet smakelijk!”, zegt de serveerster vrolijk. En dat doen ze. Beide zijn even stil, genietend boven hun dampende bord.

Christine Albers - Kompas ZuidlarenChristine Albers

De boot missen
Onze welvaart heeft invloed op ons werk, ziet André. Dat heeft voor- maar zeker ook nadelen: “Steeds meer mensen kunnen de snelheid van – vaak digitale – ontwikkelingen niet bijbenen. Die missen de boot.” Hetzelfde ziet Christine bij cliënten van Kompas Zuidlaren: “Voor wie onder bewind staat is de wereld van regels en voorwaarden zó complex geworden, dan red je het niet met alleen lagere school. De groep die daarop afhaakt groeit, de overheid creëert daarmee echt een probleem.”
Daar moeten werkgevers in begeleiden, vindt André: “Je kunt als organisatie zeggen ‘het is zoals het is’. Maar je kunt mensen ook helpen om mee te groeien met de veranderingen. Dat zal niet iedereen lukken, maar je moet érgens beginnen. Je moet er toch voor elkaar zijn in dit land?”

“Je kunt als organisatie zeggen ‘het is zoals het is’. Maar je kunt ook je mensen helpen mee te groeien met de veranderingen van deze tijd.”

Goed werkgeverschap
Leeftijd en werk lijken op gespannen voet met elkaar te staan. Zelf switchte André rond zijn 50e van baan, omdat het ‘op die leeftijd nog wel lukt’. Maar Christine trekt die uitspraak in twijfel: “Zou het je over een paar jaar niet óók lukken? Wanneer je maar gelooft in jezelf en dat ook uitstraalt, dan kom je heel ver.”
Daarnaast is fit en gezond blijven ook een factor die meespeelt om het zo lang mogelijk goed te hebben op je werk. Daar heeft de werkgever eveneens een taak, vindt André: “Vanuit goed werkgeverschap moet je je mensen ondersteunen. Door het gesprek aan te gaan over gezondheid maar ook door het goede voorbeeld te geven. Zo ging ik op mijn vorige werk regelmatig even werken aan het sta-bureau. Dat trok anderen over de streep.”
Dat een zetje in de rug kan helpen, zag Christine op háár werk, waar twee collega’s een workshop ‘stoppen met roken’ kregen aangeboden: “Het waren verstokte rokers, maar nu, een paar jaar later, zijn ze nog steeds gestopt.”
In vorm blijven, dat is de kunst: “Ik heb nog even te gaan tot mijn 68e”, kijkt André vooruit. “Soms vraag ik mezelf wel af: hoe ga ik dat doen? Hoe zorg ik dat ik dan fysiek en mentaal nog fit ben? Wanneer je dát voor je mensen kunt organiseren, dan gaat het écht over welzijn in een organisatie.”

Ze kijken naar de kinderen die verderop aan het spelen zijn, met elkaar lachen. “Ons vak wordt vaak gezien als heel serieus”, bedenkt Christine zich. “Dat is het natuurlijk voor een belangrijk deel, maar humor is toch ook heel belangrijk. Dat delft in alle ernst nog wel eens het onderspit.” Aan de andere kant van de tafel wordt driftig geknikt: “Precies. Plezier hebben met elkaar is superbelangrijk, in elk vak. Je brengt zoveel tijd met elkaar door… Wanneer de sfeer goed is, is de kans op een burn-out een stuk kleiner. Daar ben ik van overtuigd.”
Ze praten in alle luchtigheid nog even na, de vakgenoten. Lopen daarna door het Asser bos, wind door het haar en in het hoofd. Want ook dat doet de geest goed.

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Het overstagmoment komt met rookwolken en tranen”

“Het overstagmoment komt met rookwolken en tranen”

De opname van het lunchgesprek tussen Marc en Geert is helaas verloren gegaan, daarom is het gesprek op een ander moment door de schrijver van de lunchverhalen gevoerd. Dat gesprek vormde de basis voor het nu volgende verhaal.

Hij is een jongen van de straat. Maar schopte het na zijn overstagmoment tot raadslid, fractievoorzitter en is nu meewerkend directeur van een organisatie waar hij zelf als 18-jarige behoefte aan had gehad. Geert Spieker houdt zich bezig met het welzijn van jongeren ‘in de buitencategorie’. Een man met het hart op de goede plaats. Én op de tong.

Hete aardappel
In zijn werkkamer hangen een paar ingelijste voetbalshirts van zijn geliefde FC Groningen, voorzien van de handtekeningen van het voltallige elftal. Hij heeft het druk – “de adrenaline houdt me gaande” – maar neemt desondanks de tijd. Toont zich zorgzaam en gastvrij met een natuurlijke vanzelfsprekendheid. Dat gevoel van welkom typeert ook de organisatie waarvan Geert Spieker ‘meewerkend directeur’ is: Overstag Uitvoering. Hier is plek voor jongeren die ergens anders niet terecht kunnen. “Ze hebben al een heel leven achter zich”, schetst Geert de 17- tot 24-jarigen die bij Overstag worden aangemeld. “Ze hebben óf al een heel traject afgelegd óf ze zijn juist tussen allerlei instellingen in ‘gevallen’. Want zo hebben wij het hier in Nederland georganiseerd: bij elke ingang moet je aan criteria voldoen.” Wie kampt met meervoudige problematiek – zoals een verstandelijke beperking, drugsgebruik en gedragsproblemen – valt als snel tussen wal en schip, merkt Geert. “Dan is zo’n jongere opeens een hete aardappel, instellingen geven hem aan elkaar door en ondertussen gebeurt er niets.”

OVERSTAG UITVOERING
Overstag Uitvoering biedt intensieve ondersteuning aan jongens van 17 tot 25 jaar, die kampen met meervoudige problematiek op meerdere leefgebieden. Door een zo nodig onorthodoxe aanpak stellen de mensen van Overstag deze jongens in staat weer grip op hun leven te krijgen. Zodat ze de maatschappij maar vooral ook zichzelf niet meer in de weg hoeven te staan.
De medewerkers zijn streetwise, ze spreken de taal van de doelgroep. En ze pakken door waar anderen zouden stoppen. Lees meer op www.overstaguitvoering.nl.

Geert Spieker - Kompas ZuidlarenGeert Spieker

Ingewikkelde consumptiemaatschappij
Dat was de man die zelf ook streetwise is en – “daar ben ik heel eerlijk over” – qua intensiteit al zo’n twee levens heeft geleefd, een doorn in het oog. Het voltallige team van Overstag zet zich daarom sinds 2009 in om ervoor te zorgen dat ook deze vergeten doelgroep aandacht én weer een perspectief krijgt. Werken aan welvaart in de zin van financiën is daar één onderdeel van: “Deze jongeren zijn doorgaans niet veel geld gewend, ze komen uit de minder bedeelde en vaak gebroken gezinnen. Anderen hebben juist weer veel te besteden gehad, met tweeverdieners als ouders. Maar armlastig of vermogend: in beide gevallen hebben ze een probleem met die welvaart. Stuk voor stuk vinden ze het lastig om daarmee om te gaan: ze maken torenhoge schulden, krijgen deurwaarders achter zich aan en raken in paniek.” Daarom werd de samenwerking met Kompas Zuidlaren gezocht. Marc van Dijk is één van de budgetconsulenten die de financiën van een aantal jongeren beheert. Die begeleiding is echt nodig benadrukt Geert: “We leven in een consumptiemaatschappij en met internet lijkt van alles mogelijk, maar tegelijkertijd is dat een hele schemerige markt. Voor deze jongens is dat te ingewikkeld, ze kunnen de gevolgen van hun eigen acties niet overzien.”

“Het leven is een hele opgave wanneer je minder liefde en aandacht hebt gehad. Daar kun je littekens van oplopen. Maar de kunst is om die knop om te zetten. Dat noemen wij het ‘overstagmoment’.”

Onorthodoxe breekijzers
Doordat ze vaak niet kunnen beredeneren wat ze doen, is het een pittige doelgroep. Die overigens alleen bestaat uit jongens: “Een mix met meiden zou het nóg complexer maken”, zegt Geert stellig. Maar met die pittige jongens gaan ze bij Overstag creatief om. Waar het gaat om bewustwording bijvoorbeeld. Zo nam Geert een jongen die dreigde te ontsporen, mee naar het kerkhof. “Ik nam hem mee naar het graf van mijn oma. Ik heb hem uitgelegd dat wanneer ik mijn leven niet had veranderd, ik voor altijd met een schuldgevoel richting mijn oma was blijven rondlopen. Hij hoort mij dan tegen mijn oma praten: ‘deze jongen deed wat ik vroeger ook verkeerd heb gedaan’. Dat maakt veel indruk. Het is onorthodox maar het werkt als een breekijzer.”

Zo zijn er meer voorbeelden om de jongens tot inkeer te brengen: een nacht doorbrengen in de daklozenopvang, een dag meelopen met een verkoper van de straatkrant of ’s ochtends om 06.00 uur een stuk van het Pieterpad lopen met een paar te beantwoorden vragen op zak. Geen van die manieren liggen ‘op de plank’. “We bedenken ze hier per situatie en bespreken onderling de beste aanpak. Het gaat om wat op dát moment voor díe jongen de beste oplossing is. Dat kan nooit standaard zijn.”

Marc van Dijk - Kompas ZuidlarenMarc van Dijk (l)

Het roer drastisch om
Was zoiets ook iets voor hemzelf geweest, toen hij 18 was? Geert reageert direct: “Dat is de reden waarom ik dit begonnen ben.” Zo’n 25 jaar geleden, niet lang na de geboorte van zijn dochter, ging bij hem het roer drastisch om. Zijn tomeloze energie en opgedane ervaring zette hij vanaf dat moment in om goed te doen. In de gemeentepolitiek en in het jeugdwerk. De hindernissen in het systeem die goede jeugdzorg in de weg zitten, benoemt deze meewerkend directeur niet alleen, hij pakt ze ook aan. Niet zelden zit hij aan tafel met wethouders en beleidsmakers om te zoeken naar een oplossing. Zijn politieke loopbaan komt hem daarin goed bij van pas: “Ik pak liever de handschoen op door te zeggen: hoe gaan we dit nu regelen?”

Rookwolken, vonken & tranen
Zoals bij Geert 25 jaar geleden het roer om ging, kennen ze bij Overstag het ‘overstagmoment’. Daarvoor moet doorgaans een hardnekkige gewoonte worden doorgebroken. “De meeste jongens hier leggen de schuld bij anderen. Dat herken ik wel, daar heb ik zelf ook last van gehad.” Geert heeft daarom zeker begrip, maar in dat gedrag blijven hangen is geen optie. “Het leven is een hele opgave wanneer je minder liefde en aandacht hebt gehad. Daar kun je littekens van oplopen. Maar de kunst is om die knop om te zetten. Dat zo’n jongen zegt: ‘ik ben klaar met jullie de schuld te geven, ik ga nu mijn eigen toekomst aanpakken’. Dat noemen wij het ‘overstagmoment’.” Een moment dat een lange aanloop kent: “Dat gaat met horten en stoten, met rookwolken, vonken en tranen. Er komt een nieuwe dimensie los bij die jongens.” Het is duidelijk dat dát het moment is waar Geert dit allemaal voor doet.

Overstag - Kompas Zuidlaren

“Dit is onze manier van werken”
Tussendoor belt hij even met één van ‘zijn jongens’: “Dat had ik hem beloofd.” De jongen in kwestie had zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden. Maar in plaats van hem met een beschuldigende vinger te bestraffen, begint Geert: “Ik kan er niet eens boos om worden, ik vind het vooral zielig voor jou. Je was al zó ver!” Het is duidelijk dat hij het ook écht meent. Een metafoor uit zijn gewaardeerde voetbalwereld zet zijn woorden kracht bij: “Hád je kunnen scoren, trap je de bal in eigen doel!” De jongen luistert en reageert, voelt zich duidelijk gehoord. “Dit is onze manier van werken”, kijkt Geert nog even naar zijn telefoon, nadat het gesprek is beëindigd. “Hoe meer druk ik op hem zet, hoe verder hij van ons wegdrijft. Hij gaat hier nu meer over piekeren dan wanneer ik boos was geworden.”

De telefoon trilt. Die moet hij even nemen: “Mijn dochter, ze is jarig vandaag.” Uit het gesprek is hun sterke band tussen de regels door te horen. “Hoe is het met mijn kleinkinderen?”, wil de grootvader in hem tot slot nog even weten.

Hij geeft veel, Geert Spieker. En hij zelf, wat is er nodig voor zíjn welzijn? “Als ik maar een paar keer per jaar kan duiken”, laat hij een foto zien. Vader en dochter stralen tegen een azuurblauwe zee, duikpak aan en zuurstofflessen op de rug. Buiten claxonneert een busje. Een stel jongens met begeleider keert terug van een dag werken. Geert springt al op, loopt naar het raam om hen iets toe te roepen. Betrokkenheid en je welkom weten zit in kleine dingen…

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.

“Gemeenschapszin zorgt voor meer geluk”

“Gemeenschapszin zorgt voor meer geluk”

Hij heeft het ver geschopt, al zal hij dat van zichzelf niet snel zeggen. Terwijl het niet eenvoudig was om als Molukker in Nederland een plek te verwerven. Hij is realistisch idealistisch: voor de natuur moet je goed zijn, net als voor de mensen aan de onderkant van de samenleving. Miguel Ririhena probeert de wereld een stukje mooier te maken.

Ze lunchen in het gemeentehuis van Tynaarlo. Want behalve Reclasseringsmedewerker ZSM is Miguel Ririhena ook gemeenteraadslid voor GroenLinks. Maar eerst wil Hedwig – budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren – iets weten over de term ZSM: “Ik zag dat in jouw functiebenaming staan, maar ik heb geen idee wat het is. Leg eens uit!”, zegt ze enthousiast uitnodigend. “Wat vaak gebeurde binnen het strafrecht, is dat relatief lichte vergrijpen – een dronken student die een steen door een ruit gooit bijvoorbeeld – hetzelfde traject doorliep als de zwaardere zaken”, schetst Miguel. “Ook zo iemand wordt gedagvaard, komt een aantal maanden later voor de rechter en krijgt vervolgens een boete of taakstraf. Een traject dat veel tijd en geld kost.” Verschillende partijen zochten hierin de samenwerking in de vorm van ZSM. Een werkwijze die niet alleen effectiever is, maar zich ook meer richt op de specifieke situatie van de delictpleger. “Vaak gaat het om mensen die geen inkomen hebben, verslaafd en dak- of thuisloos zijn. Voor het stelen van een blikje bier laten we iemand nu niet meer voor de rechter verschijnen, maar wordt direct een passende straf bepaald én zorgen wij er vanuit de Reclassering voor dat er een begeleider klaar staat. Om te regelen dat iemand bijvoorbeeld weer wordt ingeschreven voor een woning of dat er een uitkering wordt aangevraagd. Want je wilt voorkomen dat iemand weer de fout in gaat.” Miguel staart voor zich uit: “Een delict staat nooit op zichzelf, daar zit een heel verhaal achter. Verslaafd, relationele problemen, psychische klachten, schulden…”

Hedwig maakt even de overstap naar een andere mate van welzijn: “Laten we eerst maar eens gaan eten!” Miguel kijkt om zich heen en lacht: “Heb je toevallig ook bestek?” Een zoekende blik: “Eeh… nee, vergeten! Ik heb wel flink wat servetten”, houdt ze de stapel omhoog. Miguel spoedt zich naar boven, even later stommelt hij de trap af. Ze vallen aan met mes en vork.

ZSM: SOMS AL BINNEN 6 UUR EEN OPLOSSING
ZSM is een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie (OM), de politie, Slachtofferhulp, Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering. De afkorting staat voor Zo Simpel, Snel, Selectief, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk. Dat geeft direct het doel weer: een betere en meer effectieve doorstroming in de strafrechtketen. Doordat het OM zonder tussenkomst van een rechter een boete of taakstraf kan opleggen, wordt veelvoorkomende lichte criminaliteit soms al binnen zes uur afgehandeld. Jaarlijks worden inmiddels al om zo’n 30.000 zaken op deze manier behandeld.  

Miguel Ririhena - Kompas ZuidlarenMiguel Ririhena

Het geluk van de groep
Ondertussen is Hedwig benieuwd wat haar tafelgenoot voor beelden heeft bij de thema’s van de lunch: welzijn en welvaart. “Onze samenleving is economisch ingericht”, stelt Miguel. “De kern is: een draaiende economie. Maar dat zegt nog niets over ons welzijn.” Die focus werkt individualisme en vereenzaming in de hand, terwijl juist het groepsdenken zou moeten worden gestimuleerd, vindt hij: “Ik zag een documentaire over een kleine eilandengroep in Oceanië, waar het groepsleven de kern van de samenleving vormt.” Herkenbaar voor Miguel, wiens grootouders daar vlakbij zijn geboren, op de Molukken: “Ik zie hoe die gemeenschapszin bijdraagt een het gevoel van welbevinden. Dat probeer ik onder andere via de politiek te realiseren.”
Geld daarentegen brengt het slechtste in de mens naar boven, vindt hij. Al is het uiteraard ook een noodzaak: “Als je geld hebt kun je leven, als je geen geld hebt dan moet je overleven”, filosofeert de reclasseringsmedewerker, zijn cliënten indachtig.
“We vermarkten alles in Nederland, behalve misschien de natuur. Stel dat je een waarde geeft aan een boom, dan zouden we daar heel anders mee omgaan.” Hedwig glimlacht: “Ah, daar komt jouw GroenLinks-hart naar boven!” Miguel knikt geestdriftig: “Als mens sta je niet boven de natuur maar ben je er onderdeel van. Dus moet je er goed voor zorgen. De natuur zorgt immer ook voor jou.”

“Wij moesten als Molukse gemeenschap hier iets opbouwen terwijl we niet wisten wat ons perspectief was. En juist perspectief draagt bij aan je welzijn.”

Het Molukse perspectief
Benieuwd naar zijn wortels, vraagt Hedwig hoe welvaart en welzijn een rol speelden in zijn opvoeding: “Toen wij hier kwamen vanuit de Molukken, hadden we al een achterstand. We moesten daar weg omdat we er als verraders werden gezien. Hier kwamen we met een belofte op zak: de overheid zou onderhandelen met de Republiek Indonesië over een eigen staat. Ondertussen werden we eerst ondergebracht in voormalige concentratiekampen, later werden we verspreid over Nederland.” Het lastige zat vooral in de onzekerheid over de toekomst: “Je moet iets opbouwen terwijl je niet weet wat je perspectief is. Keer je terug naar een eigen staat of blijf je hier? Het is juist een perspectief dat bijdraagt aan welzijn.” Die haalden ze wel uit de gemeenschapszin, herinnert Miguel zich: “We hadden veel steun aan elkaar. Al verminderde dat wel, want je zoekt ook de verbinding met de andere mensen om je heen. Dat is mens eigen.”
De achterstandspositie is er onder sommige Molukkers nog steeds. Miguel ziet de verborgen armoede: “Heb jij Molukse mensen onder bewind?”, neemt hij de proef op de som. Hedwig denkt even na: “Nee”, constateert ze. “Molukkers hebben de gewoonte om dat soort problematiek meer voor zichzelf te houden, het binnen de groep op te lossen”, legt Miguel uit. Groepszin heeft daarmee voor- en nadelen: “Dit is zeker niet de beste manier om dergelijke problemen aan te pakken, maar ik zou wel graag een samenleving zien waarin je wat meer voor elkaar zorgt.”
“Kijkend waar je vandaan bent gekomen, ben je dan ook trots op jezelf?”, stelt Hedwig een persoonlijke vraag. Haar gespreksgenoot omzeilt het antwoord door te vertellen over zijn nieuwe baan: “Ik ga vanaf 1 oktober werken met dak- en thuislozen.” Ze geeft het niet op: “Maar dan nog: je hebt een goede baan, je zit in de gemeenteraad…”, dringt ze aan. “Jawel”, moet Miguel toegeven. “Ik heb het best goed gedaan.”

Hedwig Jacobs - Kompas ZuidlarenHedwig Jacobs

Een arm om de schouder
Snel maar weer over naar zijn werk, waarvan hij een mooi voorbeeld geeft: “Gisteren was er een omslag in het weer, het was grauw en grijs. Cliënten worden daardoor vaak onrustiger, vertonen eerder verward gedrag. Zo ook gisteren. Een man die al lang bij ons en de GGZ in beeld is maar elke vorm van hulp weigert. Maar je moet nooit opgeven vind ik, dus ik heb toch Lentis ingeschakeld.” ’s Middags kreeg Miguel een telefoontje dat er een doorbraak was bereikt: “Was deze man toch met een hulpvraag gekomen: ‘ik wil weer contact met mijn dochter’. Prachtig! Dat verschillende hulpverleners een soort net vormen om te komen tot een oplossing die klopt.”
Daarnaast heeft Miguel – wiens ouders en grootouders ooit hun land ontvluchtten – speciaal oog voor vluchtelingen. In 2017 vertrok hij naar Lesbos om er hulp te verlenen in de vluchtelingenkampen: “Heel idealistisch, je denkt als maatschappelijk werker te kunnen helpen. Maar al je kennis en gesprekstechnieken ten spijt, die mensen willen maar één ding: een menselijke benadering. Een arm om de schouder.”

Voor het eerst in twee uur zijn ze beide even stil. “Wil je nog een kopje koffie?”, vraagt Miguel even later gastvrij. Hedwig gaat voor thee. Samen lopen ze naar het automaat. Onderweg nog druk filosoferend. Gedreven hulpverleners onder elkaar raken eigenlijk nooit uitgepraat…

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.