Selecteer een pagina
“Weet je, ik heb gewoon bewindvoering nodig”

“Weet je, ik heb gewoon bewindvoering nodig”

Je eerste cliënt vergeet je nooit meer, zeggen mensen in de hulpverlening wel eens. Dat geldt ook voor budgetconsulent Marc van Dijk. Hij dacht als eerste aan Gert, toen hij iemand mocht uitnodigen voor een lunch. En niet alleen daarom, maar vooral ook omdat Gert een bijzondere man is. Een man waarover vaak te snel geoordeeld wordt, maar die ondanks alles zijn geluksmomenten weet te vinden.

Elkaar weer even zien
Op de achtergrond klinkt zacht muziek. Ze zijn bij Gert thuis, in Friesland. Beide mannen kennen elkaar al zo’n 12 jaar. “Hoe lang zit je nu bij Kompas?”, vraagt Marc. Gert wrijft zich nadenkend over zijn kin: “Ik denk wel 27, 28 jaar?”. Hij weet nog wel hoe dat begon: “Ik woonde in Assen en belandde bij het RIAGG. Daar vonden ze het verstandig dat ik onder bewind ging. Al mijn rekeningen werden betaald en van wat er overbleef, daar kon ik een cheque voor ophalen. Die wisselde ik in bij de Rabobank in Zuidlaren. Zo ging dat toen, wat anders dan nu hè?”
Hoe gemoedelijk en persoonlijk het er binnen de bewindvoering aan toe kan gaan, bewijst het voorbeeld van Gert: “Vooral in het begin kwam ik vaak bij jullie. Ik ben zelfs nog een keer met mijn ouders bij jullie geweest. Zij wilden wel eens zien wie mijn geld beheerden.”
Gert ziet het belang ervan maar al te goed in: “Nou weet je, ik heb gewoon bewindvoering nodig. Anders gaat het niet goed. Daarom ben ik al die jaren bij jullie gebleven. En om dat persoonlijke contact, dat vind ik wel belangrijk. Binnenkort heb ik weer een gesprek met mijn nieuwe contactpersoon van Kompas en iemand van Verslavingszorg. Gewoon, elkaar weer even zien.”

Gert Diemer - Kompas ZuidlarenGert Diemer

Afhankelijk maar geborgen
“Wat doet bewindvoering voor jou?”, wil Marc weten. Daar hoeft Gert niet lang over na te denken: “Het houdt mij veilig”, zegt hij stellig. “Het zorgt ervoor dat ik een huis heb, dat ik geborgenheid ervaar. Anders weet ik precies hoe dat gaat: ‘aah, die rekeningen betaal ik volgende maand wel’. Zo ging dat in het verleden, toen maakte ik alles direct op aan drugs en gokken. Ik kan absoluut niet met geld omgaan. En dat zal ik ook niet meer leren”, reflecteert hij op zichzelf.
Gert heeft voluit geleefd, zoals hij het zelf noemt. Op jonge leeftijd raakte hij afhankelijk van drugs: “Wanneer ik gebruik…”, hij aarzelt even. “Mag ik dat gewoon zeggen?”, checkt hij voorzichtig bij Marc. “Ja hoor”, knikt die. “… dan sta ik er niet bij stil dat ik ook nog moet leven. Gelukkig kan ik dat aan jullie overlaten.”
“Zullen we een broodje smeren?”, stelt Marc voor. Zijn tafelgenoot maakt aanstalten maar praat eerst nog even verder. “Ik hoop dat ik binnenkort kan verhuizen naar een andere plek. Liever vandaag dan morgen.”
De hond slaat aan. Dat is het teken dat de fotograaf is gearriveerd. Die vraagt of de gordijnen een stukje open mogen voor het licht. “Ja tuurlijk, ik ben niet moeilijk!”, stemt Gert gastvrij toe. “Doe maar net of je thuis bent.”

“Wanneer ik een miljoen had, was het binnen een jaar op. Juist op deze manier ben ik een gelukkig mens.”

Trots
“Waar hadden we het ook alweer over?”, zoeken de beide mannen de draad van hun verhaal. De verhuizing: “Ik heb alles een beetje opgeknapt hier. Het is aardig netjes geworden, niet?” Marc en de fotograaf knikken bevestigend, al rondkijkend. Keurig netjes. “Zeker wanneer je weet in wat voor soort leven ik zit”, voegt Gert er zelf aan toe. Aan de muur hangt een schilderij van Herman Brood. De levens van deze muzikant en Gert vertonen overeenkomsten, concluderen beide mannen. “Vertel je het ook wel in jouw omgeving?”, wil Marc weten. “Mensen weten wel dat ik gebruik, ja”, vertelt Gert. “Hoe ze daarop reageren? Verschillend. De één heeft er begrip voor en de ander kijkt je vol afgrijzen aan. Verslaving is nog steeds een taboe.”
Op zijn bewind rust minder een taboe, zeker wanneer Gert laat zien hoe hij zijn zaakjes financieel op orde heeft. Zijn voormalig bewindvoerder peilt of daar een stukje trots bij komt kijken: “Ik ben zeker trots!”, reageert Gert met overtuiging. “Ik hoef me niet te schamen. Ondanks dat ik soms in ‘die wereld’ zit, zorg ik wel dat ik de boel voor elkaar heb.”
“Kom eens hier pop”, haalt hij zijn hond aan. Zit. De hond kijkt verwachtingsvol naar het broodje in de hand van haar baasje. “Nee, jij hebt brokjes”, reageert deze.

Marc van Dijk - Kompas ZuidlarenMarc van Dijk

Bijna bereikt
“Eigenlijk is dat jouw welzijn”, constateert Marc. “Een andere woonplek, financiën op orde, een extraatje met je krantenwijk…” Gert knikt: “En dat het contact met mijn kinderen weer goed is, dat hoort daar ook bij. Al met al komt er nu eindelijk rust in mijn leven.”
Hij is 51, maar Marc herinnert zich dat Gert vertelde dat hij vanwege zijn leefstijl eigenlijk al 102 is. “De meeste mensen van mijn leeftijd in deze situatie, die zijn er niet meer. De laatste tijd zijn er ook weer een paar overleden. Ik heb nu zoiets van: ik wil het nog even goed hebben. En dat heb ik bijna bereikt.” Marc weet hoe Gert daarvoor heeft moeten knokken: “Dat was een lange weg.” Gert knikt: “En het ging ook wel eens mis. Maar nu niet meer”, zegt hij stellig.

Een gelukkig mens
“En welvaart, waar denk je dan aan?”, wil Marc weten. “Geld interesseert me niet zoveel”, reageert Gert. “Zolang ik geen schulden heb en een beetje geld waarmee ik me kan redden, dan is dat mijn welvaart. Wanneer ik een miljoen had, was het binnen een jaar op. Dus het maakt niet uit hoeveel ik heb. Juist op deze manier ben ik een gelukkig mens.”
“Dat zijn mooie woorden. Ik wou dat meer mensen zo in het leven stonden”, vindt Marc. “Mooi dat je aan mij dacht, voor deze lunch”, reageert zijn tafelgenoot dankbaar. “Ik vond het ook nog wel een beetje spannend, trouwens. Ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten maar ik dacht ‘ik laat het maar op me afkomen’.” Het heeft geresulteerd in een mooie uitwisseling, vinden beide mannen.
“Ik heb genoeg gehad”, besluit Gert de lunch. “Zal ik het hier gewoon laten?”, vraagt Marc, kijkend naar wat er allemaal over is gebleven. Gert knikt, maar wil graag ook nog iets kwijt: “Fijn dat ik mijn verhaal heb kunnen vertellen. Dat dit wordt gedeeld met anderen.”
Met een knik en een handdruk nemen de mannen afscheid. De hond begint te kwispelen wanneer hij ziet dat zijn baasje de riem pakt. Ze gaan naar buiten, de zon tegemoet.

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.