“Dit is waar het uiteindelijk om draait”

“Dit is waar het uiteindelijk om draait”

De laatste lunchgast in deze serie koos zelf de locatie voor de ontmoeting. Geen van beide – burgemeester Marco Out van de gemeente Assen noch Marcel Kooi, directeur van Kompas Zuidlaren – had kunnen vermoeden dat de thema’s welzijn en welvaart zich zo letterlijk en in levende lijve zouden aandienen. Een afsluiting die vertelt waar het in essentie misschien wel allemaal om draait: “Jij komt met ons praten en lachen, respect man. Andere mensen zien ons niet staan.”

Spontane gastvrijheid
Hoewel het ver in december is, zitten beide mannen buiten in de Gouverneurstuin in het centrum van Assen. De frisse lucht trotserend waar soms wat lichte regen uit nevelt. De lunch hebben ze tussen zich in uitgestald op het kleine houten podium, zittend op een plaid met de benen ontspannen naar beneden bungelend. “Dank dat je met mij wilt lunchen”, begint Marcel. Die dank is geheel wederzijds: “Er zijn ergere dingen!”, lacht Marco, die ondertussen zwaait naar een vrouw die een eindje verder bij het theehuis staat. Hij kent haar, ze werkt bij Stichting Phusis: “Daar begeleiden ze mensen die wat kwetsbaarder zijn. Dat theehuis is één van de plekken waar mensen met een beperking of gedragsproblemen de ruimte en de mogelijkheid krijgen om te werken.” Een mooi voorbeeld van maatwerk waar het gaat om het welzijn van mensen, vindt hij. Ook Marcel kent de stichting en haar werkwijze: “Zij durven buiten de lijntjes te kleuren om uiteindelijk dat te doen wat het beste past”, weet hij.
Net op het moment dat hij daar een vraag over wil stellen, loopt er tweetal mannen voorbij. “Eet smakelijk!”, roept de één. Marco nodigt hem gastvrij uit: “Heb je ook zin in een stuk kerststol?”. Dat aanbod slaat hij niet af. “Jouw kameraad, ook een stuk kerstbrood?”, gebaart de burgemeester naar de man die zich wat op de achtergrond houdt. “Een klein stukje dan”, zegt die bescheiden. “We gaan hem delen, dankjewel!” Dan lopen ze verder, duidelijk blij met dat kleine moment van spontane gastvrijheid.

Marco Out

Gevoel van (on)veiligheid
Buiten de lijntjes kleuren en doen wat klopt, dat lijkt bij de Asser burgemeester te passen, denkt Marcel te kunnen constateren. Daarbij denkt hij onder andere aan het moment waarop de burgervader zijn lidmaatschap van de VVD opzegde: “Dat was toch redelijk buiten de lijntjes en onorthodox.” Marco denkt even terug aan dit besluit, dat veel aandacht kreeg in de media: “In ieder geval ongebruikelijk. Maar voor mij is het heel duidelijk: als je iets signaleert dan moet je daar iets mee. Dat gold persoonlijk voor mij wat betreft het partijlidmaatschap, maar het geldt ook voor deze gemeente.” Hij neemt de openbare orde en veiligheid als voorbeeld: “Het is soms een eerste reactie om repressieve maatregelen te nemen wanneer mensen aangeven dat ze zich niet veilig voelen. Daar moet je zeker iets mee. Maar wat is nu écht die onveiligheid? Die mannen van net? Daar lopen sommige mensen met een boogje omheen, dat weet ik zeker.”
Marcel herkent het punt dat hij wil maken: “Wanneer je mensen met een open houding tegemoet treedt, krijg je vaak ook vriendelijkheid terug. Dat werd zojuist maar weer eens duidelijk.”
Uiteraard zit er wel een grens aan tolerantie, vindt de man die verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente: “Wanneer mensen de regels overtreden dan moeten ze worden aangepakt. Maar wel op een manier die effect heeft. Daklozen moet je niet bekeuren, dat heeft geen zin. Het is steeds weer zoeken naar wat werkt, voor alle partijen. Kortom: ook maatwerk.”

“Wat is nu écht die onveiligheid? Die mannen van net? Daar lopen sommige mensen met een boogje omheen, dat weet ik zeker.”

De lat van welzijn
“Hoi!”, groeten ze weer een voorbijganger. “Wat betekent welzijn voor jou, als mens?”, wil Marcel van zijn lunchgenoot weten. “Poeh…”, overpeinst die. “Dat je goed in je vel zit en dat je je om veel zaken geen zorgen hoeft te maken. Dat je jouw leven kunt leven zoals voor jou prettig is. Het is zeker niet materialistisch, welzijn. Maar wanneer je je zorgen maakt of je de volgende dag wel te eten hebt, dan wordt je welzijn wel heel erg beperkt.” De lat die we onszelf als maatschappij stellen om welzijn te bereiken, wordt in sommige gevallen echter wel hoog gelegd, vindt Marco. Hij refereert aan de ‘gele hesjes’: “Bij de protesten verscheen deze week een man op tv die aangaf dat hij vroeger veel vaker op vakantie kon dan nu. Ik vraag me dan wel af waar we die lat met elkaar leggen. Hoe vaak wil je per jaar op vakantie kunnen? Als gemeente zetten we ons ervoor in om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. Maar daar zit wel een grens aan.” Hij vermoedt dat er een dieper liggende onvrede heerst bij de mensen die de straat op gingen: “Juist dát is waar je als samenleving en overheid naar op zoek moet.”
Welzijn zit vooral in de manier waarop je het kleine weet te waarderen, ervaart Marcel zelf: “Laatst vierden we Sinterklaas met het gezin. Ik had een gedicht geschreven voor mijn dochter van 16, waarin ik terugkeek op het afgelopen jaar. Bij de 2e zin zie je al de emotie van geluk. Weet je, dat moment, dát is voor mij welzijn.” Tegelijkertijd realiseert hij zich: “Maar je kunt pas van die kleine dingen genieten wanneer je basisbehoeften vervuld zijn.”

Een tuin waar veel ‘over te doen’ is
Eén van de dingen waar Marco in zijn werk van geniet, is het mogen werken voor het kleurrijke palet aan mensen dat zijn gemeente rijk is: “En dat trekt op een dag als vandaag ook nog eens letterlijk aan ons voorbij. Dat vind ik mooi.”
“Moi!”, groet iemand toevallig net op dat moment. De wandelaar is nog niet uit het zicht verdwenen of de volgende voorbijgangers dienen zich alweer aan: “Iedereen denkt dat jullie een act zijn”, zegt de vrouw van het duo. De mannen moeten lachen. Ze komt dichterbij, toch nieuwsgierig: “Waarom zitten jullie hier zo?” Marco wil al antwoord geven maar bedenkt zich: “Ik zal u eerst even een hand geven: Marco Out.” De vrouw schudt de hand van beide mannen. “Wat brengt u hier?”, is Marco benieuwd naar. Het stel komt uit Den Haag en is op weg naar het Drents Museum. Dan legt Marco uit wat hij en Marcel hier doen: “We zijn in gesprek over welvaart en welzijn. Dit leek mij daarvoor een gepaste plek, want hier is in de stad best veel over te doen. ‘Te doen’ in die zin dat er hele mooie activiteiten plaatsvinden, maar het is ook een plek waar Assenaren soms overlast ervaren van de mensen die zich hier ophouden.” De vrouw trekt al snel een conclusie door daar een specifieke typering aan te koppelen, die de burgemeester respectvol nuanceert: “Kwetsbare mensen.”

Welzijn & sport
Marcel legt de toevallige passanten de weg naar het Drents Museum uit en gaat nog even terug naar het persoonlijk welzijn van de man tegenover zich: “Jij haalt energie uit sporten, jou een beetje kennende. Draagt dat ook bij aan jouw welzijn?”
De sportman in Marco veert op: “Ja, zeker! Fietsen is mijn sport. Dat is het enige dat ik een beetje geloofwaardig kan beoefenen”, neemt hij zichzelf op de korrel. “Wanneer ik lichamelijk fit ben, kan ik mijn werk veel beter aan. Het afgelopen jaar heb ik meer gesport dan ooit tevoren, terwijl ik ook 70 tot 80 uur per week aan mijn werk besteed. Dat sporten heb ik nodig om lekker in mijn vel te zitten.”
Hij sport ook ‘passief’: als trotse vader is Marco natuurlijk betrokken bij de sportprestaties van zijn kinderen én hij is al zo’n 30 jaar gepassioneerd aanhanger van FC Groningen. “Dat clubgevoel draagt ook bij aan mijn welzijn. Gelukkig mag je als burgemeester van Assen nog steeds voor FC Groningen zijn”, glimlacht hij, refererend aan het succesvolle FC Emmen. Als het maar even kan, zit deze supporter op de tribune: “Komend weekend ga ik met mijn zoon fietsen in Limburg. Gaan we direct ook naar een uitwedstrijd tegen Fortuna Sittard.”


Marcel Kooi

Ervaringsdeskundigheid & oplossingen
“Mag ik iets vragen?”, komt een mannelijke voorbijganger voorzichtig informeren. Natuurlijk, nodigen de lunchende mannen hem uit. “Waarom zitten jullie hier eigenlijk, worden jullie de nieuwe hangjeugd?” Marco en Marcel schieten in de lach: “Nee hoor, we zitten even te kletsen. De man komt dichterbij en stelt zich voor: “Ik ben Ronald. Eén van jullie is ook burgemeester hoorde ik?” Hij kijkt naar Marco. Die werpt even een blik op zijn outfit: “Tja, ik heb een stropdas om, daar herken je de burgemeester aan hè?” Ronald lijkt even onder de indruk, maar relativeert de functie van de man tegenover zich direct: “Burgemeesters zijn ook maar gewoon mensen. Heeft u wel eens een joggingbroek aan?”, voelt hij zich al wat vrijer in het stellen van vragen. Niet gehinderd door enige afstand geeft Marco eerlijk antwoord: “Niet als ik aan het werk ben. Maar thuis wel eens hoor.”
Het blijkt dat Ronald niet zomaar is komen aanlopen, hij heeft een duidelijk doel: “Ik vraag me af of het mogelijk is dat er een oplossing komt voor de mensen die hier vaak in het park zijn. Een buurthuis bijvoorbeeld?” De burgervader stelt het onverwachte meedenken erg op prijs en onderzoekt samen met hem de mogelijkheden. Daarin is Ronald een waardevolle bron: “Ik heb zelf ook in het circuit gezeten”, omschrijft hij zijn verleden. “Ik weet hoe het is voor deze mensen om geen plek te hebben.” Hij wijst naar een pand verderop: “Dat staat al een tijdje leeg, is dat niet iets, als locatie voor hen om te kunnen chillen?” Marco neemt de tijd om uit te leggen wat daarin mogelijk is maar ook waar de beperkingen zitten. Zo ontstaat er opeens een waardevolle uitwisseling van ideeën tussen de burgemeester en de ervaringsdeskundige. Het geeft ze beide zichtbaar voldoening: “Bedankt en goede feestdagen”, geeft Ronald beide mannen een hand, voor hij zijn pad vervolgt.

‘Ik vind het mooi dat jij hier als burgemeester zit’
Ze nemen ieder een hap van hun brood, tot Marco iets opvalt. Hij lijkt een moment te twijfelen maar zegt het dan toch, tegen één van de mannen die ze eerder een stuk kerstbrood aanboden: “Je weet dat je hier eigenlijk niet mag drinken?” Een paar grote ogen kijkt hem aan. Maar er volgt ook een compliment: “Ik zag wel dat je zojuist heel netjes dat blikje weggooide in de afvalbak.” De jonge man die zich voorstelt als Jim, voelt dat beide mannen hem niet veroordelen en begint te vertellen. Waarom hij niet meer naar school gaat, waar het mis is gegaan en hoe zijn dagen nu gevuld zijn met rondhangen en blowen. “Ik ben altijd onhandelbaar geweest”, besluit hij. Maar dat is een conclusie waar Marco Out geen genoegen mee neemt: “Wil je je hele leven onhandelbaar blijven?”, wil hij weten. “Nee nee nee”, benadrukt Jim. “Elk slecht mens heeft wel iets goeds in zich. Ik moet de dingen gewoon weer oppakken, dan gaat het wel lukken.” “Slechte mensen bestaan niet hoor, alleen verkeerd gedrag”, nuanceert Marco het oordeel van Jim over zichzelf. Maar tevreden met het antwoord is hij nog niet: “Ik heb jou nu een paar keer horen zeggen dat je graag wilt werken. Hoe zou ik jou daarin kunnen helpen?” Jim is even stil en komt dan met een voorstel: “Ik zat te denken aan een Wajong-uitkering.”
Ondertussen heeft Marcel een broodje kaas gemaakt en overhandigt dat aan Jim. Voor het voorstel van Jim is Marco echter niet ontvankelijk: “Alleen geld geven, dat vind ik vrijwel nooit het beste idee. Het belangrijkste is dat mensen uiteindelijk voor zichzelf kunnen zorgen. Soms is daar wat ondersteuning bij nodig. Iemand die jou daarbij helpt”, stelt hij voor. Jim fronst even zijn voorhoofd, het liefste zou hij inderdaad werk vinden: “Een beetje lassen… Misschien moet ik toch verder met school.”
Of hier een zaadjes is geplant, wie zal het zeggen. Maar voor hij weer teruggaat naar zijn groepje vrienden, wil Jim nog wel even kwijt: “Ik vind het mooi van jou dat jij als burgemeester hoort van alle gedoe in dit park. En dat je dan denkt ‘weet je wat? ik ga zelf kijken hoe het eraan toe gaat’.”

“Ik heb jou een paar keer horen zeggen dat je graag wilt werken. Hoe zou ik jou daarin kunnen helpen?”

Mensen met een verhaal
Marco kijkt hem na: “Dit zijn allemaal mensen met een verhaal. Lukt het ons om daar dicht genoeg op te zitten?”, vraagt hij zich af. “Is dat de zorg van de gemeente?”, wil Marcel weten. In ieder geval een gedeelde verantwoordelijkheid, vindt zijn gespreksgenoot: “Voor mensen zoals deze man zou een – om het in jargon te gieten – zorgkader en netwerk moeten zijn. Maar toch zie hem hier met zijn situatiegenoten zitten. Dus of het ons lukt om hen écht te helpen… De vraag is hoe we daar met elkaar mee omgaan.”
Ze zijn bijna aan het eind van hun lunch wanneer een ‘bro’ van Jim bij hen komt staan. Hij kijkt Marco aan en wil in gebrekkig Nederlands graag even iets zeggen: “Ik vind het heel aardig dat jij hier alleen komt, dat vind ik respect. Waar wij vandaan komen, daar komen hoge mensen niet zomaar langs, die zien ons niet staan. Daar zijn wij niet belangrijk genoeg voor. Jij komt lachen en praten met ons, respect man.” Het is even stil, dit compliment en de onderliggende boodschap komen wel even binnen. Dan vervolgt hij: “Ik merk wel dat sommige mensen het niet prettig vinden dat wij hier vaak zitten. Maar ik probeer een politieagent te zijn bij mijn vrienden, dat mensen geen last van ons hebben. Dan maak ik van negatieve energie, positieve energie.” Hij neemt afscheid met een bescheiden groet.
“Mooi, dit”, verzucht Marco. Marcel knikt: “Eigenlijk is dit dé manier om uiteindelijk verandering in situaties aan te brengen. Gewoon écht het gesprek aangaan met de mensen om wie het gaat.”
Daar is deze burgemeester het helemaal mee eens: “Dit is waar het uiteindelijk om gaat, dit is waarom ik bestuurder ben.”

Uit privacyoverwegingen zijn de echte namen van de voorbijgangers vervangen door fictieve namen.

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.