“Mensen zijn zó opgelucht wanneer we niet voor geld komen maar met een uitgestoken hand”

Hoe wordt vanuit gemeenten omgegaan met mensen die het financieel niet meer rondbreien? De gemeente Achtkarspelen is een mooi voorbeeld van een aanpak waarbij oog is voor de mens achter de problematiek. Marjan van Wagensveld (teamleider bij Kompas Zuidlaren) reisde af naar Friesland en lunchte met Jeen Jager.

Achtkarspelen, een ‘voorbeeldgemeente’
“Toen ik werd gevraagd om te bedenken met wie ik zou willen lunchen om het te hebben over welzijn en welvaart, moest ik eigenlijk direct aan de gemeente Achtkarspelen denken”, begint Marjan. “Toch niet speciaal aan mij?”, knipoogt Jeen. Zijn tafelgenote lacht: “Nee, dat niet…” Jeen is beleidsmedewerker bij de gemeente Achtkarspelen met in zijn portefeuille (ga er even voor zitten): inkomensvoorziening, handhaving, armoedebestrijding en schuldhulpverlening. “Een mooi pakket dat veel raakvlakken heeft met ons werk”, beschouwt Marjan. Ondertussen heeft ze de lunch uitgestald op tafel: “Tast toe!”, gebaart ze gastvrij.
Maar waarom precies deze keuze? Marjan legt uit: “Elf jaar geleden is jullie gemeente gaan pionieren: schuldhulpverlening was toen nog ondergebracht bij de kredietbank in Leeuwarden. Maar de gemeente dacht op een gegeven moment: de service op dit vlak aan onze burgers kan beter.” Die verandering in denken en werken vindt ze interessant, omdat het een stap is in de richting van welvaart – en daarmee vaak van het welzijn – van mensen die het financieel niet goed zelf redden.

Jeen Jager-2Jeen Jager

Meer aandacht & betere hulpverlening
Hoewel Jeen destijds niet direct bij die eerste ontwikkelingen betrokken is geweest, weet hij het nog goed: “We wilden de mensen in onze gemeente op een goede manier bijstaan waar het ging om bijvoorbeeld schulden. Voorheen moesten ze soms enorm lange trajecten doorlopen waardoor de problemen alleen maar erger werden.” Dus nam de gemeente de handschoen op: verschillende professionals werden ingezet om een verbetering te realiseren, Marjan was één van hen. “En ik had niet eens ervaring!”, blikt ze terug. “Voor mij was het echt pionieren in een werkveld dat ik toen nog niet zo goed kende.” Inmiddels zijn we elf jaar verder, is ze door de wol geverfd en is er veel veranderd in dat werkveld. Ten positieve, vindt Jeen: “Er is landelijk veel meer aandacht gekomen voor mensen die financieel in de problemen zitten. Budgetbeheer is een belangrijk onderdeel van hulpverlening geworden, naast andere vormen van ondersteuning.”

“Wij willen dat iedereen zich gezien voelt en mee kan doen in deze maatschappij.”

‘Wat is goed voor onze burgers?’
Het bleek te werken. De cliënten uit Achtkarspelen waren zeer tevreden over deze nieuwe, meer op de doelgroep afgestemde werkwijze. “Wat kreeg je dan terug?”, wil Marjan weten. “De korte lijnen, de daadkrachtige manier waarop hun problemen werden opgelost, de bereikbaarheid van de hulpverlening…”, somt Jeen op. “Eigenlijk alles waar zij voorheen tegenaan liepen, die struikelblokken hadden wij weggenomen.” Daar droeg het uitgangspunt van deze werkwijze in belangrijke mate aan bij: wat is – denken wij – goed voor onze burgers? Wat Jeen in de ‘oude’ werkwijze bijvoorbeeld tegen de borst stuitte: “Wanneer onze inwoners in schuldenregelingen kwamen, moesten ze intensief contact onderhouden met een kantoor dat op afstand stond.” De persoonlijke aandacht ‘dichtbij’ miste voor deze – vaak toch kwetsbare – mensen.

Marjan van WagensveldMarjan van Wagensveld

Laaggeletterdheid
Die kwetsbaarheid zit hem niet zelden ook in de laaggeletterdheid. Marjan zag het onlangs nog op het nieuws: “Laaggeletterdheid kan van invloed zijn op het ontstaan van schulden.” Het is een verborgen maar omvangrijk probleem, weet Jeen: “Het aantal mensen dat moeite heeft met lezen en schrijven is echt giga groot. Daarom proberen we het bespreekbaar te maken. Dat doen we op zo’n manier dat het niet voelt als iets dat moet, zoals de taaleis in de Participatiewet. Maar als iets dat henzelf ten goede komt en waarmee hun intrinsieke motivatie wordt gevoed. Dat werkt.”
Bouwen aan een vertrouwensrelatie is van essentieel belang, want laaggeletterdheid gaat vaak gepaard met een gevoel van schaamte: “Op het moment dat je die ander vertrouwt en durft te zeggen waar je mee worstelt, dan heb je samen iets bereikt. Dat gebeurt niet met instanties die ‘op afstand’ hulp verlenen en die de cliënt maar één of slechts een paar keer spreekt.”
Samenwerking is daarin ook belangrijk, merkt Marjan in haar huidige werk bij Kompas Zuidlaren: “Wij komen ook bij mensen waarbij we bepaalde problemen vermoeden. Daarin ligt ook een taak voor ons, dat we bijvoorbeeld alert zijn op signalen als ‘begrijpt iemand ook écht wat hier staat?’. Wij hebben natuurlijk vaak met dezelfde cliënten te maken als de gemeente. Elkaar daarin makkelijk kunnen vinden en samenwerken, dat is zó belangrijk.”

Generatiearmoede doorbreken
Naast laaggeletterdheid, spelen er ook andere aspecten die van invloed zijn op het ontstaan of het in stand houden van schulden. Zo ziet Marjan in sommige gezinnen wat ze ook wel ‘generatiearmoede’ noemen: de armoede gaat dan van generatie op generatie. “Soms lijkt het inderdaad van ouders op kinderen over te gaan”, herkent Jeen. “Het is ook lastig voor wie nooit het goede voorbeeld heeft gekregen. Daarom hebben we ook daar ons beleid op afgestemd: we proberen niet alleen de huidige armoede te bestrijden, we willen ook voorkomen dat er nieuwe armoede ontstaat.”
Dat doen ze in de gemeente Achtkarspelen door niet alleen te kijken naar ‘de wonden die op dat moment zeer doen’, maar door verder te kijken: “Wanneer iemand bij ons komt met het probleem dat hij even niet aan bepaalde betalingsverplichtingen kan voldoen, dan vragen wij door. Regelmatig blijkt er dan meer complexe problematiek onder te liggen. Daar kun je dan passende begeleiding bij zoeken, een vrijwilliger bijvoorbeeld die iemand helpt bij het opzetten van een goede administratie. Of door de inzet van een budgetconsulent.”
Jeen en zijn collega’s kijken niet naar hetgeen de cliënt recht op heeft, maar naar dat wat hij nodig heeft: “Wij willen dat iedereen zich gezien voelt en mee kan doen in deze maatschappij.”

Jeen Jager

Zorgen om verscherpte privacywet
Wat Jeen zorgen baart, zijn de gevolgen van de privacywetgeving die op 25 mei inging. “Op zich heel goed hoor!”, benadrukt hij. “Maar het werkt wel belemmerend in de manier waarop wij potentiële cliënten in beeld krijgen. Om schuldenproblematiek te voorkomen, is die vroegsignalering ontzettend belangrijk. Dat wij bijvoorbeeld in een vroeg stadium weten wanneer iemand betalingsachterstanden heeft bij een zorgverzekeraar, het energiebedrijf of de woningcorporatie.”
Marjan ziet ook dat bepaalde signalen een teken zijn van dreigende schuldenproblematiek: “Wanneer de huur niet meer wordt betaald, dan is er vaak meer aan de hand. De nieuwe wetgeving laat inderdaad minder ruimte om daar nu achter te komen. Daarmee lopen huishoudens het risico op torenhoge schulden. Gelukkig zijn er desondanks voor vroegsignalering wel mogelijkheden.”
Die vroegtijdige uitreikende hand, die wordt juist enorm gewaardeerd. Jeen hoort het regelmatig van de medewerkers van de dorpenteams die de cliënten spreken: “Mensen zijn dan zó opgelucht dat deze mensen niet langskomen om om geld te vragen, maar juist een helpende hand uitreiken.”

 

Lees ook deze lunchverslagen