“Je moet een verrekte goede reden hebben om niet iets voor een ander te doen”

De rafelranden van de samenleving, dat is wat Koos Goedegebuur intrigeert. Mensen bij wie er van welzijn soms amper sprake is. Hij werkte er jaren mee, tot zijn eigen gezondheid het liet afweten. Maar met het welzijn van anderen, daar zal Koos altijd mee bezig blijven. Sergio Manuputty, budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren, heeft het er met hem over tijdens de lunch.

Een prachtige periode
Hij groeide op in Rotterdam, op de scheidslijn van een goede en een minder goede buurt. “Dat heeft ervoor gezorgd dat ik beide talen spreek”, vertelt Koos Goedegebuur. “Al heb ik eigenlijk wel een voorkeur voor het Bargoens*, maar dat zal ik vandaag zoveel mogelijk achterwege proberen te laten”, lacht hij. Die plek in zijn jeugd heeft er waarschijnlijk mede voor gezorgd dat hij is gaan werken met mensen aan de zelfkant van het leven. Bij de reclassering met jeugd en dak- en thuislozen bijvoorbeeld. “Dat was voor mij een prachtige periode”, blikt Koos terug. “Omdat ik daar echt de extremen tegenkwam en me bezig hield met mensen die helemaal van het pad af waren.”
Maar hij wilde anderen ook verrijken met kennis en ervaringen, dus stapte hij over naar het onderwijs: “Heel veel medewerkers van Kompas Zuidlaren hebben les van mij gehad bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening.” Zijn ondernemende vleugels sloeg de maatschappelijk betrokken man nog verder uit door voor zichzelf te beginnen als gedragstrainer. Tot het fout ging. Koos belandde met hartklachten in het ziekenhuis en werd een jaar later volledig afgekeurd.

*Bargoens is de geheimtaal en minderheidstaal die in Nederland in de eerste helft van de 20e eeuw werd gesproken door mensen aan de zelfkant van de samenleving. Zoals daklozen, landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren.

Koos GoedegebuurKoos Goedegebuur

Nooit concessies in welzijn
Maar hij heeft iets van een straatvechter, deze man. Dus zit hij niet stil: “Links en rechts doe ik wat vrijwilligerswerk, ik ondersteun startende ondernemers en ik ben buurtbemiddelaar hier in Assen.”
Sergio luistert en overdenkt het levensverhaal: “U moet wel een heldere visie hebben op het welzijn en de welvaart in Nederland.”
Een prachtig woord vindt hij het: welzijn. “Dat je het goed naar je zin hebt, dat je gelukkig bent, daar gaat het om. Daar moet je nóóit concessies in doen”, beklemtoond Koos. “Dat realiseer ik me des te meer toen ik met mijn gezondheid knetterhard onderuit ging.” Maar enige welvaart is ook nodig: “Als je in de financiële ellende zit, dan gaat dat 24/7 door. Die problemen zijn er altijd, daar sta je mee op en daar ga je mee naar bed.” Dat herkent Sergio vanuit zijn werk: “Je ziet ook dat mensen dan – om die problemen maar even te kunnen vergeten – in de verdovende middelen vluchten.” Koos zucht licht: “Klopt, dat werkt dan heel even en daarna zitten ze nog verder in de put.”

“Wanneer heeft iemand jou voor het laatst gevraagd: Hoe gelukkig ben je?”

Gelukkige momenten: een kleine moeite
“Ik heb wel de nodige mensen gezien voor wie het welzijn volledig afwezig was”, vervolgt de voormalig welzijnswerker. “Maar ik heb ook gezien – dat is het mooie van welzijn – dat je daar vaak wel enige invloed op kunt uitoefenen. Alleen ligt in deze welvaartsmaatschappij de focus meer op welvaart.” Het zit hem vaak al in de oprechtheid van de ontmoeting, merkt Koos: “Hoe vaak wordt er niet gevraagd ‘hoe gaat het?’ en dat mensen automatisch zeggen ‘goed’? Maar wanneer is jou voor het laatst gevraagd: Hoe gelukkig ben je?” Dat is inderdaad een goede vraag, knikt Sergio. Koos kijkt naar hem en dringt aan: “Nou, hoe gelukkig ben je?” Aan de andere kant van de tafel verschijnt een glimlach en een moment van bezinning. Dan neemt de budgetconsulent weer zijn positie als vragensteller: “Geluk haal je uit liefde, vriendschap en mooie ervaringen. Geld ontzorgt maar zorgt niet zozeer voor geluk. Werkt dat ook zo voor jou?”
Daar kan Koos het alleen maar volledig mee eens zijn: “Hier in de buurt sprak een vrouw mij laatst aan ‘meneer, mag ik hier parkeren?’. Dat mocht niet want het is een vergunningengebied”, illustreert hij. “Toen heb ik haar auto een paar uur op mijn vergunning gezet. ‘Goh, wat aardig!’, zei ze. Zij gelukkig en ik minstens net zoveel. Ik denk dat we daar wat meer naartoe moeten. Wat meer zorgen voor elkaar. Want je moet wel een verrekt goede reden hebben wanneer je niet iets voor een ander doet, terwijl dat maar een hele kleine moeite is.”

Sergio Manuputty | Kompas ZuidlarenSergio Manuputty

Kleine dingen met een groot effect
De fotograaf vraagt ondertussen ietwat bezorgd: “Geldt dat ook voor deze straat, dat vergunningsgebied?” Koos gaat direct kijken en regelt ook voor de fotograaf een ‘legale’ parkeerplek. “Wat inspireerde jou om in die wereld van de dak- en thuislozen te gaan werken?”, wil Sergio weten. “Daar kun je hele kleine dingen doen die een heel groot effect kunnen hebben”, antwoordt Koos steevast. Hij geeft een voorbeeld: “Toen ik in de dagopvang werkte, hoorde ik een paar jongens klagen over de sociale dienst. ‘Even voor de helderheid’, zei ik hen, ‘als jullie bij de sociale dienst zijn, hoe vertellen jullie dan je boodschap?’. Daar kwam niet een helder antwoord op, dus ik nam hen mee naar een trainingsruimte met een camera. Daar speelden we dat gesprek na, zij waren zo eerlijk om daarin hun gedrag te laten zien. Toen we de beelden terugkeken, vroeg ik hen: ‘hoe groot is de kans denk je, dat je met zo’n houding krijgt wat je wilt?’.” Toen de jongens vervolgens nog een keer naar de sociale dienst gingen, seinde Koos daar een bekende van hem in. “Ik vroeg hem om naar het verhaal van die jongens te luisteren, wanneer ze zich goed zouden gedragen. En wat denk je? Ze hebben gekregen wat ze wilden.” Koos geniet nog steeds bij de gedachte: “Dat ze dat oppikken, dat is toch prachtig? Dat doet ertoe.”

Vrijheid geven
Weer even terug naar het hier en nu: “Over welvaart en welzijn hebben wij niet te klagen overigens. We zitten hier aan een heerlijke lunch”, complimenteert Koos zijn tafelgenoot. Die knikt met volle mond.
“In de wereld waarin jij werkt”, kijkt hij naar de budgetconsulent, “zie je veel dienstverleners die iets vinden van het welzijn van hun cliënten. Dat kan goede ondersteuning in de weg zitten.” Daar is Sergio het helemaal mee eens, hij probeert dat zelf anders te doen: “Je moet cliënten binnen de kaders die er zijn de vrijheid geven en ze niet vanuit jouw wereldbeeld iets opleggen. Zolang ze maar weten waar hun eigen verantwoordelijkheid ligt. Ik ga mensen niet opdragen ‘dit mag je niet met je geld doen en dat moet je juist wel’. Ik heb meer zoiets van ‘laat maar zien!’.”
Dat is het mooie aan Kompas Zuidlaren, vindt Koos: “Jullie hebben een mooi bedrijf. Daar gaat het niet alleen om welvaart maar vooral ook om welzijn. Dat zie je in hoe jullie met cliënten omgaan. Dat is belangrijk, want ik heb wel gezien hoe spannend mensen het soms vinden om naar de bewindvoerder te moeten.” Een mooi compliment, vindt Sergio, al is het voor hem vanzelfsprekend: “Ik laat gewoon weten dat ik ook maar een hele gewone jongen ben…”

Ondertussen zijn de mannen voldaan van de lunch en is de parkeertijd bijna verlopen. Met een handdruk nemen ze afscheid. Op naar nieuwe momenten die het welzijn verhogen.

 

Lees ook deze lunchverslagen