“Je waardeert pas dat je je duim kunt buigen op het moment dat hij gebroken is”

Het is mooi weer, dus heeft Wouter Lode (budgetconsulent bij Kompas Zuidlaren) socioloog Ronald Kielman uitgenodigd om samen te lunchen in de stadse natuur van het Noorderplantsoen in Groningen. Waarom zijn we ongelukkig wanneer de buurman een mooiere auto heeft? Hoe waardevol is vrije tijd? Moet je een oorlog hebben meegemaakt om welvaart te waarderen? Twee mannen die – zittend aan het water – ons daar al lezend over laten meefilosoferen.

De grens aan het geluk (van geld)
“Er staat een stevige stelling op deze kaart”, bereidt Wouter zijn lunchgenoot alvast voor: “Geld maakt niet gelukkig”. Vanuit zijn vakgebied is daar zeker veel over te zeggen, knikt Ronald. Hij maakt deel uit van de vakgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en is daarnaast docent Maatschappijwetenschappen aan het Luzac College. “Tot op zekere hoogte maakt geld wél gelukkig. Onderzoek toont dat aan. Naarmate het gemiddelde inkomen van een land stijgt, neemt ook het gemiddelde geluksgevoel onder inwoners toe toe.” Maar daar zit wel een grens aan, weet de wetenschapper. “Op een gegeven moment leidt een stijging van het gemiddelde inkomen van de bevolking niet perse tot gelukkigere mensen. Over waar die grens ligt bestaat veel discussie, maar die ligt ongeveer bij € 25.000 tot € 30.000 op jaarbasis.”
Waar dat precies in zet, wil Wouter weten: “Die eerste € 25.000 gebruiken mensen vooral om in hun basisbehoeften te voorzien: een dak boven je hoofd, gezondheidszorg, hygiëne, eten en drinken. Wanneer daarin is voorzien, is geld blijkbaar niet hetgeen mensen gelukkiger maakt.”

Ronald KielmanRonald Kielman (r)

De auto van de buurman
Bezit kan juist ook voor negatieve gevoelens zorgen, weet Ronald uit onderzoek. Zeker wanneer we onszelf vergelijken met ‘de ander’. “Ook al leef je in een relatief rijk land, wanneer jouw vrienden en buren meer verdienen en een grotere auto hebben dan jij, zal dat van invloed zijn op je geluksgevoel. Stiekem wil jij die auto ook, of liever een nóg mooiere. Onbewust zijn we bijna altijd in strijd met onze sociale omgeving.”
Wouter zoekt naar een kentering. “Hoe kunnen we mensen meer tevreden laten zijn met wat ze hebben?” Een korte vraag waarop het antwoord complex is: “Poeh…”, overpeinst Ronald dan ook. “Je zou kunnen werken aan de mindset van mensen. Ik merk bij mezelf dat meer verdienen mij niet gelukkiger maakt. Ik heb het besef dat vrije tijd óók waarde heeft. En door dat besef kan ik die negatieve gevoelens van ‘die ander heeft meer dan ik’ enigszins relativeren. Maar bij heel veel mensen is dat besef niet sterker dan het gevoel.”

“Ook al hebben we het goed, toch willen we een nóg mooiere auto dan de buurman.”

Minder begrip voor elkaar
Wouter denkt even aan zijn cliënten: “Voor hen gaat die redenering niet op, dat vrije tijd misschien wel meer waard is dan geld. Zij kunnen doorgaans niet zeggen: ik heb weinig geld, maar ik heb wel veel vrije tijd. Velen van hen hebben zoveel vrije tijd dat dat voor hen geen waarde heeft.” Daar heeft hij een belangrijk punt, constateert de socioloog: “Mensen hebben de behoefte om nuttig te zijn. Werken maakt ook gelukkig.”
De aanwezigheid of het ontbreken van welzijn en welvaart is overal om ons heen, wijst Ronald. “Wanneer ik hier om me heen kijk, zie ik voornamelijk welvaart. Maar ik zie ook een paar zwervers zitten met een blikje bier. Hoewel daar géén sprake lijkt te zijn van welvaart, lijkt hun beleving van ‘welzijn’ best aardig.” Je eigen referentiekader van beide begrippen is in belangrijke mate bepalend, ziet hij in zijn werk aan het Luzac College. “Mijn leerlingen komen veelal uit redelijk welvarende gezinnen. Ik probeer hen het besef bij te brengen dat ze geluk hebben met hun positie in de maatschappij.” De tweedeling in die maatschappij kan hij er echter niet mee tegenhouden: “In mijn gesprekken met de leerlingen, merk ik dat zij heel weinig in aanraking komen met mensen die het minder hebben dan zij. Dat zorgt er ook voor dat er maatschappelijk steeds minder begrip is voor elkaar.”

Wouter LodeWouter Lode (l)

“Laat mensen meer met elkaar in contact komen”
Op de achtergrond neuriet één van de zwervers zachtjes een deuntje. Hij zal het gebrek aan begrip dagelijks meemaken. Ronald zou graag zien dat die kloof wordt gedicht: “Enige tijd geleden werd door de politiek gepleit voor meer burgerschapsvorming in het onderwijs. Dat kun je invullen door verplichte excursies naar musea te organiseren of door kinderen het Wilhelmus te leren, maar je kunt er ook voor zorgen dat mensen uit verschillende sociale klassen meer met elkaar in contact komen. Met anderen dan de mensen uit je eigen kringetje. Tweedeling los je niet op met een uurtje extra burgerschapsvorming op school.”
Het lijkt een rode draad in dit gesprek: leren waarderen wat je hebt. Toen Ronald in zijn studietijd de deuren langs ging om geld in te zamelen voor goede doelen, kreeg hij van een oude dame een wijze levensles. “Ze zei: ‘jongen, jouw generatie, daar moet een keer een oorlog overheen’. Na doorvragen begreep ik wat ze bedoelde, dat het niet verkeerd zou zijn om te ervaren hoe goed je het hebt door ook de tegenovergestelde situatie te kennen. Je waardeert pas dat je je duim kunt buigen op het moment dat je hem hebt gebroken.

“Ze zei: ‘jongen, jouw generatie, daar moet een keer een oorlog overheen’.”

HBO-diploma om uit de schulden te blijven
Ondertussen kwaakt er onophoudelijk een eend. Wouter overstemt hem met een afsluitende vraag: “Hoe zou je welzijn en welvaart naar een hoger plan kunnen tillen?” Een grote vraag aan het eind van deze lunch. Toch heeft de socioloog wel een denkrichting: “We moeten beter naar de totale situatie van iemand kijken. Wanneer we zien dat mensen in de problemen komen omdat zij de autoverzekering vergeten te verlengen, depressief raken, brieven niet meer openen en de boetes en aanmaningen over elkaar heen rollen, dan moet de overheid vroeg actie ondernemen. Door het systeem dat nu wordt gehanteerd, loop je steeds achter de feiten aan. Je blijft schade opruimen maar ondertussen dendert de trein die alles platwalst lekker verder.” De oplossing zit met name in preventief werken: proberen te voorkomen dat mensen in de schulden raken.
Wouter herkent die complexiteit van het systeem: “Er wordt wel gezegd dat de overheid het systeem zo ingewikkeld heeft ingericht dat het niet verrassend is dat mensen in de schulden raken. Er is een citaat: ‘de gemiddelde Nederlander heeft een HBO-diploma nodig om uit de schulden te blijven’.”
“Dat geloof ik graag!”, knikt Ronald. “Als wetenschappelijk opgeleide met twee masters kan ik mijn eigen belastingaangifte amper invullen. Ik heb het geluk dat ik iemand kan betalen die dat voor mij doet, maar voor wie dat niet zo is…” Hij maakt zijn zin niet af. De stilte spreekt voor zich.

Met een knik en een ferme handdruk nemen beide mannen afscheid en gaan ze ieder een kant op. Studenten fietsen voorbij, de zwerver knikkebolt en kijkt af en toe met een glimlach op. Verzonken in zijn eigen wereld.

 

Lees ook deze lunchverslagen