“Kunnen zeggen dat geld er niet toe doet, is wel héél luxe”

“Mooi initiatief!”, was de eerste reactie van Marjan Smit (oprichter & mede-eigenaar SIM), toen ze een uitnodiging kreeg van Christine Albers (directeur HR bij Kompas Zuidlaren) voor een ‘lunch met verdieping’. Ze kennen elkaar nog vanuit hun jeugd, maar er is meer dat hen bindt. Beide vrouwen hebben in hun werk een weg gekozen waarbij welzijn en welvaart elkaar vaak raken. Begrippen die soms gelijk op gaan maar die vaak ook met elkaar botsen. “Geweldig om dat als onderwerp te nemen”, vindt Marjan. “Omdat heel veel mensen in Nederland het maar voor gewoon aannemen dat wij leven in deze welvaartsstaat. Hiermee zet je mensen aan het denken.”

Uitbreiden: word je daar gelukkiger van? Terwijl ze in het Alkmaarse pand van SIM genieten van karnemelk, een krentenbol en broodje kaas, gaat het gesprek over succes, uitbreiding en geluk. Gaan die hand in hand? Dat is maar de vraag, vindt Marjan. Toen ze negen jaar geleden begon, wist ze absoluut niet of SIM een succes zou worden. Maar dat werd het: inmiddels hebben ze klanten in landen als Zweden, Duitsland en Zwitserland. Er is zelfs vraag naar dat SIM haar activiteiten uitbreidt naar Amerika. “Dan kom je op het punt: wat willen we eigenlijk?”, schetst Marjan de gesprekken met haar compagnon. “Zij is daarin heel ambitieus, waarbij ik ons steeds de spiegel voorhoud: ‘worden wij daar nou gelukkiger van, wordt onze dienstverlening dan beter?’. Dat zijn interessante gesprekken.” 

SIM: IS EEN PRODUCT ‘EERLIJK’ TOT STAND GEKOMEN?
Supply Chain Information Management, afgekort SIM, is het bedrijf dat Marjan negen jaar geleden oprichtte. Wat ze doen? Ze legt het uit aan de hand van een voorbeeld: “Een belangrijke klant van ons is Jumbo Supermarkten. Zij hebben een breed assortiment aan producten dat ze onder hun eigen label verkopen. Zij dragen daarom de directe verantwoordelijkheid voor hoe een product wordt geproduceerd. Maar: hoe kom je daarachter? Dat is wat wij doen vanuit SIM: onderzoeken onder welke omstandigheden een product tot stand komt.” Inmiddels heeft SIM informatie verzameld over 110.000 leveranciers in 172 landen. Informatie op basis waarvan hun klanten – zoals een Jumbo – weten of een product ‘eerlijk’ is geproduceerd.

  
Marjan Smit (l) en Christine Albers (r).

“Wauw, hij ziet de situatie door mijn ogen”
Groter is niet altijd beter, weet Marjan: “Waar het om gaat voor mij, is om het verschil te maken. Om iets te doen dat echt impact heeft”. Christine glimlacht en weet: “Dat heb je altijd al gehad.” Aan de wand hangt een foto van een groot veld met tomaten, bedoeld om gedroogd en vervolgens geëxporteerd te worden. Marjan wijst ernaar: “Die heb ik gemaakt in Turkije. Het voorste meisje dat je ziet is 15, het achterste meisje 9. Ze hebben er al 11 uur op zitten in de brandende zon, zo gaat dat 6 dagen per week. Ik werd hier naartoe gereden op een bloedhete dag in een Porsche met airconditioning, door de directeur van het productiebedrijf. Toen ik mijn camera tevoorschijn haalde, kreeg hij het blijkbaar ook even warm en werd hij ongemakkelijk. Wat ik met de foto’s ging doen, wilde hij weten. Toen dacht ik: ‘wauw, hij ziet de situatie door mijn ogen’. Later hebben we het daarover gehad, dat hij zichzelf als sociale werkgever beschouwde omdat hij deze Koerdische meisjes aan werk hielp. Wat zou er anders van hen terecht komen? De afnemers van zijn producten hadden hem nog nooit gevraagd naar de arbeidsomstandigheden op zijn veld. Of toch: eentje. Maar uiteindelijk zei de inkoper van dat bedrijf: geef me maar gewoon de laagste prijs.” Veel draait om geld, dat weet Marjan inmiddels. Maar juist aan dat principe wil ze zo’n draai geven dat welvaart ten dienste komt te staan van welzijn. Toen ze de baas van de tomatenpluksters vroeg of een betere prijs voor zijn producten zou leiden tot betere werkomstandigheden en scholing, was zijn reactie ‘jazeker, dan wel’. Dus wat te doen? “De consument wordt vertegenwoordigd door de inkoper van een supermarkt. Met de wetenschap over erbarmelijke omstandigheden, zijn die supermarkten in de positie om het gesprek met zo’n directeur aan te gaan. Dán gaat hij er iets aan doen. Dán gaat het over welzijn van mensen.”

“Afnemers vroegen hem nooit naar de arbeidsomstandigheden. Of toch: eentje. Maar ook die wilde uiteindelijk gewoon de laagste prijs.”

Een kwestie van geluk & pech
Christine knikt en herkent in dit verhaal haar vriendin van vroeger: “Jouw werk is ontstaan puur vanuit je hart. Jij ging al nooit ver weg van jouw visie”. Marjan schudt haar hoofd: “Nee, dat klopt helemaal. Wanneer je veel reist, zie je hoe relatief welvaart is. Kom je in China, India of Bangladesh waar je al die kinderen aan het werk ziet, dan word je zo nederig… Dan denk ik: ‘wat heb ik ongelooflijk veel geluk met de omstandigheden waaronder ik ben geboren’. Een belangrijk deel van het leven is toch een kwestie van geluk en pech: welke genen heb je meegekregen, hoe zie je eruit, waar ben je opgegroeid?” Daar wil Christine nog wel een kanttekening bij plaatsen: “Wij dènken dat deze mensen niet gelukkig zijn. Maar is dat zo? Wij spiegelen dit natuurlijk aan onze maatstaven voor geluk.” Daar heeft ze een punt. De mens is veerkrachtig, weet Marjan, maar toch: “Wanneer je geen keus hebt, dan maak je er wat van. Wanneer je de keus hebt voor een leven zoals het onze of voor leven in een hutje met golfplaten en weinig te eten, dan is de keus toch snel gemaakt.”

Verborgen ellende achter de voordeur
Maar ook in Nederland geldt het gegeven van geluk of pech hebben. Er is veel verborgen ellende om de hoek, achter de voordeur van families waar het helemaal niet zo slecht lijkt te gaan. Schijn bedriegt, weet ook Christine vanuit de dagelijkse praktijk van Kompas Zuidlaren: “Soms is er wel een wil om het anders te doen, maar ontbreekt het mensen gewoon aan middelen en kansen.” Vanuit die gedachte besloot Marjan een deel van de winst van SIM te investeren in het verbeteren van kansen voor jongeren. Ze richtte Stichting Maria Magdalena op: “Voor jongeren die iets van hun leven willen maken, maar de botte pech hebben in de verkeerde omstandigheden te zijn geboren. In armoede bijvoorbeeld of in een gezin waar geen aandacht voor hen is.” Dat doet ze niet overzees maar juist in de nabije omgeving, in Alkmaar: “Je weet dat er mensen in Nederland zijn die het minder hebben dan jij, maar wanneer die opeens een gezicht en een naam krijgen… Dat heeft ons allemaal erg geraakt. ‘Geld doet er niet toe’, zeg ik wel eens. Maar ik realiseer me ook hoe ontzettend luxe het is om dat te kunnen zeggen.”

Een situatie die je sterker maakt
Dan stelt ze een wedervraag aan haar vriendin: “Wat doet jouw werk persoonlijk met jou?”. Christine hoeft daar amper over na te denken. Ook bij haar is het intrinsiek: “Die olievlek van ondersteuning en persoonlijke aandacht die onze medewerkers uitspreiden, dat vind ik fantastisch. Dat we het verschil kunnen maken in het leven van anderen.” Het besef geluk te hebben en dat gezondheid voor alles gaat, heeft ze al van jongs af: “Ik heb een probleem met mijn gehoor, maar dat heeft me ook gebracht waar ik nu sta. Wanneer ik daar alle mogelijke begeleiding in had gehad, was ik een kind met een rugzak geworden. Nu ben ik gewoon iemand met een drive om te komen waar ik naartoe wil. Het verschil maken kan vaak al op hele kleine schaal. En wanneer je daar genoegen mee neemt, heb je een heel tevreden leven.” Marjan drukt Christine – maar meer nog ons als lezer – op het hart: “Dat inzicht, neem dat nooit als vanzelfsprekend. Ga het nooit normaal vinden dat het je goed gaat.” Beide vrouwen zijn het hartgrondig eens: “Zonder geluk kom je nergens!”

 

Lees ook deze lunchverslagen