“Mee kunnen doen in de maatschappij is zó belangrijk”

Hoe bepaal je wat welzijn is voor mensen die dat zelf niet goed kunnen aangeven? En in hoeverre is welvaart een thema bij mensen met een beperking? Soms denken we daar heel vanzelfsprekend de antwoorden op te weten. Maar wie écht kijkt en luistert, komt erachter dat er soms andere behoeften onder liggen dan gedacht. Een lunchgesprek over in de mentale wereld van de ander kruipen en over mee kunnen doen in de maatschappij.

Recht op een waardig leven
“Is het goed als we elkaar tutoyeren?”, vraagt Jessica Wijngaard, teamleider bij Kompas Zuidlaren, aan haar lunchgenoot. Die zou niet anders willen. “Zo’n leuke lunch, dat gebeurt niet elke dag!”, lacht André Enter. Ze zitten op zijn werkplek in Assen, waar hij directeur Zorg van Vanboeijen is.
De bordjes komen op tafel, de lunch wordt uitgestald. Jessica legt ondertussen uit waarom ze juist André heeft uitgenodigd om het over welzijn en welvaart te hebben. “Ik werk op de afdeling Vermogen & Specials met cliënten die onder bewind zijn gesteld, maar die tegelijkertijd een vermogen hebben. Veelal zijn dit mensen die in 24-uurs zorg zitten. En mijn cliënten wonen vrijwel allemaal bij jou, bij Vanboeijen.” Het is een instelling die haar intrigeert, maar eerst wil ze meer weten over de man tegenover zich: “Je werkt al bijna je hele loopbaan in de zorg, is dat ook jouw achtergrond?”. André schudt zijn hoofd: “Nee, maar mijn drijfveer ligt wel op het maatschappelijke vlak. Ik vind dat ieder mens recht heeft op een waardig leven. Sommige mensen hebben daar begeleiding bij nodig. Want hoe betrokken en empathisch we als samenleving ook zijn, voor een aantal is het hartstikke moeilijk om het maatschappelijk leven te kunnen bijbenen, om erbij te kunnen horen. Dat is mijn drijfveer om híer te werken en niet bij bijvoorbeeld een bank.”
De fotograaf komt binnen en kijkt direct geïnteresseerd naar alle kunstobjecten – schilderijen, kaarsen, keramiek – die door de cliënten zijn gemaakt. “Is daar ook een winkeltje van?”, vraagt Jessica geïnteresseerd. De directeur Zorg veert op: “Zeker! Sterker nog: in het Asser wijkgebouw Kloosterveste draaien we het concept ‘Anders’. Daar runt Alescon een grand café waar cliënten van ons werken. Daar is deze kunst te koop.” Fotograaf Jan regisseert de setting zodanig dat er hier en daar wat kunst te zien is op de foto’s.

VANBOEIJEN: VOOR IEDEREEN EEN WAARDEVOL LEVEN
Bij Vanboeijen worden meer dan 730 kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke beperking begeleid bij wonen, werken, leren en vrije tijd. Dat gebeurt op ruim 100 woon-, werk- en dagbestedingslocaties.
Ieder mens leidt een waardevol leven, is de overtuiging binnen Vanboeijen. Dat wat de bewoners en cliënten hebben aan vragen, wensen, dromen en talenten, maken de medewerkers en vrijwilligers binnen de mogelijkheden dan ook zoveel mogelijk waar.

André Enter

Zelf iets kunnen betalen als geluksfactor
Terug naar het onderwerp: “Wat is jouw beeld bij welzijn en welvaart, voor jezelf en de mensen waar je voor werkt?”, wil Jessica weten. “Welzijn is vooral de ruimte hebben om gelukkig te zijn met dat wat je hebt én om te kunnen zijn wie je bent. Welvaart gaat meer over de beschikking hebben over schaarse middelen. Die twee staan wat mij betreft niet los van elkaar.” André illustreert dat aan de hand van dagelijkse situaties bij Vanboeijen: “Onze cliënten ervaren autonomie en zelfstandigheid door over financiële middelen te kunnen beschikken. Doordat ze zelf iets te kunnen kopen, kunnen ze meedoen in de maatschappij. Dat is zó belangrijk… Kortom: zelf iets kunnen betalen, is een belangrijke geluksfactor. Dat draag bij aan iemands welzijn.”
Jessica ziet bij háár cliënten soms de invloed die het al dan niet hebben van geld heeft op de begeleiding die iemand kan krijgen: “Mensen met een beperking voor wie het bijvoorbeeld goed zou zijn om elke week te gaan zwemmen. Daar is begeleiding bij nodig, maar niet iedereen krijgt dat vergoed. Daar moet je dan wel enig vermogen voor hebben.” Dat ziet André ook in de praktijk: “Meer welvaart betekent in de zorgwereld soms meer mogelijkheden hebben. Dat maakt mensen minder afhankelijk en meer autonoom. En dát is weer een hele belangrijke welzijnsfactor.”

“Erachter komen wat een cliënt wil, kan hem zitten in het spelen met een trein of het bespreken van de voetbaluitslagen. Het gaat erom dat je de ander bereikt.”

Voortdurend onderzoek: ‘wie is de ander?’
“Hoe weet je of je bijdraagt aan iemands welzijn, wanneer hij of zij dat zelf niet goed kan aangeven?”, vraagt Jessica zich bij het werken binnen Vanboeijen af. Daarmee heeft ze direct de kern te pakken, laat André weten: “Dat is de moeder aller vragen in de zorg: weten wij dat wel écht? Dat is ook wel het lastige bij een organisatie als de onze, waar mensen vaak heel lang wonen. Dan bestaat het risico dat begeleidingspatronen raken ingesleten en te weinig nog de vraag wordt gesteld ‘waar word je blij van?’. Daarom moeten we steeds weer op onderzoek uit naar ‘wie is die ander?’. Want iemand verandert gedurende zijn of haar leven.”
Dat klinkt arbeidsintensief, maar dat hoeft lang niet altijd zo te zijn: “Dat kan hem zitten in een wandeling, in het spelen met een trein of in het hebben over de voetbaluitslagen waardoor iemand uit zijn apathische toestand komt. Het gaat erom dat je de ander bereikt.” Binnen Vanboeijen heeft dat werkelijk bereiken van de ander een naam: mentaliseren. “Je kruipt als het ware in de mentale wereld van de ander, om zo iemands wensen en behoeften te ontdekken. Dat is zoeken, daar groeien en ontwikkelen we voortdurend in.”


Jessica Wijngaard

Nieuwe dingen leren & experimenteren
Stilstand is achteruitgang, dat geldt ook voor mensen met een beperking. Hoewel structuur en stabiliteit goed zijn en veiligheid bieden, hebben ook zij behoefte aan ontwikkeling. Aan experimenteren en het leren van nieuwe dingen. Jessica herinnert zich één van haar cliënten die had geleerd om zelf een kraan open te draaien. “Om zulke kleine dingen gaat het soms hè?”, kijkt ze naar haar tafelgenoot. “Overigens wel met het gevolg dat ze overal de kranen openzette.” Dat is een mooi voorbeeld van een beetje meer zelfstandigheid, vindt André: “En wat we dan vooral niet moeten doen, is zo iemand opeens verbieden om kranen open te draaien. Die neiging is er misschien wel, maar dat moet juist niet. Daar moeten wij als hulpverleners iets slims op bedenken, niet in het verbieden schieten.”
Hoe daarin de aansluiting op de belevingswereld van de ander kan worden gevonden, zit vaak in hele kleine signalen. Wanneer André op de werkvloer is, is hij regelmatig onder de indruk hoe de begeleiders dat doen: “Waar iemand blij van wordt of juist niet, dat halen zij uit iemands blik of beweging. Dat vind ik indrukwekkend. Ze nemen daar ook echt de tijd voor, vertraagde tijd noemen we dat hier. Ze gaan mee in het tempo van de cliënt.”

Leerzamer dan vergaderen
“Neem je daar ook dingen van mee in je dagelijks leven?”, wil Jessica weten. “Daar neem ik hartstikke veel van mee”, bevestigt André direct. “Dat is veel leerzamer dan hier te zitten vergaderen. Op afstand zitten is niet de manier. Juist de mensen die dagelijks werken met onze cliënten, daar maak ik een diepe buiging voor.”
Zelf geeft het hem ook energie, het contact met de cliënten: “Gisteren stond ik even bij een bewoner van wie ik wist dat hij onlangs was gestopt met roken. Dan hebben we even een praatje en vraag ik of het hem nog steeds lukt om te stoppen. ‘Jazeker, nu al een maand!’, zegt hij dan vol trots. Dat is geweldig, om te zien dat mensen het hier goed hebben en waar mogelijk een stukje groeien. Dat geldt voor cliënten maar ook voor medewerkers.”
Hij kijkt even nadenkend voor zich uit. “Waar het eigenlijk om gaat”, sluit hij af, “is dat mensen het gevoel hebben ‘ik doe ertoe’. Dát is welzijn.”

Ze ruimen de lunchtafel leeg en nemen afscheid. Jessica loopt over het terrein naar de parkeerplaats en kijkt nog even achterom. Haar werk is in het afgelopen uur nog een beetje waardevoller geworden.

Lees ook deze lunchverslagen