“Nu kan ik zelf die euro voor het slaaphuis geven”

Sommige mensen heeft het niet meegezeten in het leven. Des te bewonderenswaardiger is het wanneer ze zich aan hun situatie ontworstelen. Zo iemand is Lizet Haak. Ze is cliënt bij Kompas Zuidlaren, waar teamleider Allard van der Scheer haar contactpersoon is. Samen lunchen ze op een bankje in het Stadspark in Groningen. Een plek waar – zo blijkt – voor Lizet minder goede herinneringen liggen.

Goed in het leven
“Ga lekker zitten, neem een broodje en geniet”, zegt Allard zorgzaam tegen ‘zijn’ cliënt. Na een eerste hap duikt hij de inhoud van de lunch in: “Waar denk jij aan bij welzijn en welvaart?” Lizet denkt even na: “Aan hoe het met je gaat, aan hoe je in het leven staat. Ik? Ik sta op dit moment wel goed in het leven. Dat is wel eens minder geweest.” Of ze wel eens overweegt om anderen te laten delen in haar ervaringen, wil Allard weten. “Ervaringsdeskundigheid, dat doe je vaak voor groepen hè?”, vraagt Lizet. “Ik denk niet dat ik dat zou durven.” Haar contactpersoon heeft daar een ander idee bij: “Volgens mij zou je dat heel goed kunnen. Je wordt er ook goed in begeleid, hoe je dat het beste kunt doen.”

Lunch Lizet Haak en Allard van der ScheerLizet Haak

Mooie gedachtegang
“Ik heb er wel eens over nagedacht hoor, ik heb natuurlijk al heel wat meegemaakt”, ze raakt hoorbaar enthousiast. “Daar zou ik andere mensen iets ehh…”, ze zoekt naar woorden. “Ergens voor kunnen behoeden”, zegt ze stellig. “Niet dat ik dat kan of zo hoor”, zegt ze er snel achteraan. “Maar door dingen te vertellen, misschien… Ik weet niet hoe ik dat moet zeggen. Ik ben niet zo goed in praten.” Maar Allard vindt haar streven lovenswaardig: “Het is mooi dat je die gedachtegang hebt, dat je anderen daarvoor wilt behoeden.” Een ervaringsdeskundige had haar destijds wellicht kunnen afhouden van het leven waarin ze afgleed. “Als ik alles had geweten… Dat ik toen in de schulden ben geraakt, kwam doordat ik aan de drugs ben begonnen. Ik was altijd heel serieus en verantwoordelijk, maar toen ik verslaafd was, was dat snel over.”

“Ik hield mezelf nog voor dat ik nooit verslaafd zou worden zoals die junkies: ‘dan stop ik wel’, dacht ik.”

Lizets Levensverhaal
Ze vertelt haar levensverhaal, dat na het beluisteren ervan alles te maken heeft met welzijn en welvaart. Of eigenlijk: met een tijdelijk gebrek daaraan. “Mijn huwelijk was problematisch. Na ons trouwen kwam ik erachter dat mijn man drugsdealer was. Op een gegeven moment kwam ik thuis en zag ik hem heroïne gebruiken.” Hoewel ze schrok, was Lizet tegelijkertijd nieuwsgierig en vroeg of ze het ook eens mocht proberen. Dat gaf een dermate fijn gevoel dat ze ermee doorging. “Ik hield mezelf nog voor dat ik nooit verslaafd zou worden zoals die junkies: ‘dan stop ik wel’, dacht ik.” Tot haar man vertrok en Lizet voor zichzelf én voor haar eigen drugs moest zorgen. “Dan gaat het heel snel en ga je rare dingen doen om aan geld te komen.” Ze kijkt even op: “Wat wilde ik hier nou mee zeggen? Ik raak heel snel afgeleid hoor”, verontschuldigt ze zichzelf. Ze vervolgt haar verhaal: “Als je elke dag heroïne rookt, ben je binnen een week verslaafd. Het ging van kwaad tot erger: ik betaalde geen huur meer, moest het huis uit en belandde uiteindelijk in Groningen op straat. Daar heb ik zeven jaar dakloos rondgelopen.”

Lunch Lizet Haak en Allard van der ScheerAllard van der Scheer

Overleven & weer opstaan
Toen Lizet in het Ommelanderhuis terecht kwam – waar begeleiding is en onderdak voor thuislozen – ging het stap voor stap beter. Dat was ook de periode waarin ze cliënt werd bij Kompas Zuidlaren. “Dat vond ik eerst ook maar niks hoor”, zegt ze eerlijk. “Vreselijk hè, bij Kompas?”, knipoogt Allard. “Nee, nee joh!”, corrigeert Lizet hem direct. “Ik heb het alleen maar goed gehad bij jullie.” Ze moeten beide lachen. “Ik begrijp dat wel hoor”, verduidelijkt Allard. “In feite zeggen wij ‘geef ons jouw portemonnee maar, wij letten er wel op’. Daar steek je de vlag niet om uit.” Hij vraagt zich af hoe ze overleefde, in die tijd op straat. “Ik overnachtte wel eens bij mensen thuis”, vertelt Lizet. “Had ik geen plek om te slapen dan sliep ik gewoon niet, bleef ik een paar nachten wakker. En was het mooi weer dan sliep ik in het plantsoen. Daarom vind ik zo’n park eigenlijk ook helemaal niks.” Ze kijkt eens om zich heen. Hoe anders zit ze hier nu dan jaren geleden… “Als ik daaraan terugdenk is het grijs en donker. Ik ben ook heel veel vergeten.” Vanaf 2009 ging het bergopwaarts: Lizet stopte met coke, stapte in een drugsproject om het gebruik van heroïne te beteugelen en ging weer op zichzelf wonen. “Ik leerde ook beter met geld omgaan. Dat moest ook wel want in het begin had ik maar 40 euro in de week. Wat een verschil hè, met nu?”, zucht ze opgelucht. “Ik heb ook wel mensen aangeraden om naar Kompas te gaan. Uiteindelijk win je er zoveel mee.”

Een ander mens
Ondertussen kijkt Lizet naar de uitgestalde lunch. Ze pakt een broodje en vervolgt: “In het begin deed ik soms gewoon niet open wanneer er instanties aan de deur kwamen. Dat zal ik bij jullie ook wel eens hebben gedaan”, zegt ze wat schuldbewust. “Ik deed gewoon net of ik gek was. Je verandert zó wanneer je verslaafd bent.” Allard wil weten hoe: “Je bent alleen maar met je zelf bezig”, zegt Lizet verbitterd. “En het gaat altijd om geld. Wanneer je een ander kunt gebruiken doe je de gekste dingen.” Nu is ze heel tevreden met haar totaal andere leven, al zou het altijd nog beter kunnen. Het liefst wil ze helemaal van de drugs af én een ander huis met een extra slaapkamer. “Daar wil ik me binnenkort voor inschrijven, voor een ander huis.” Ze lijkt zich te bedenken: “Kan dat eigenlijk, mag dat wel?”, kijkt ze vragend naar Allard. “Tuurlijk”, bevestigt deze.

“Wanneer iemand op straat mij vraagt om een euro voor het slaaphuis, geef ik die. Daar word ik blij van, dat ik iemand dat kan geven. Maar niet te vaak hoor want zoveel heb ik nu ook weer niet!”

Onbetaalbaar
Wat is onbetaalbaar, wanneer je zo’n geschiedenis achter je hebt? “Mijn familie”, zegt Lizet stellig. “Het contact met mijn zus en moeder, dat doet me heel erg goed. Soms bel ik mijn moeder wel twee keer op een dag.” Maar er is nog iets waar ze een goed gevoel van krijgt: “Wanneer iemand op straat mij vraagt om een euro voor het slaaphuis, geef ik die. Daar word ik blij van, dat ik iemand dat kan geven. Maar niet te vaak hoor want zoveel heb ik nu ook weer niet!” Tot slot heeft ze zelf ook nog een vraag: “Zeg Allard, wat vind jij er eigenlijk van dat ik geen scooter meer heb? Je weet wel, toen die van mij uit de kelder was gestolen.” Allard weet het nog. Lizet heeft er heel bewust voor gekozen geen andere te kopen: “Nu doe ik veel meer op de fiets en daar voel ik me veel beter bij.” Allard glimlacht, een beetje trots ook wel. Omdat deze vrouw het antwoord op haar eigen vraag al heeft gegeven. Omdat haar antwoord aangeeft hoe ze is gegroeid.

Energiek en met een lach op haar gezicht stapt Lizet op haar tweewieler en fietst het Stadspark uit.

 

Lees ook deze lunchverslagen