“Onder die stoere buitenkant zit vaak een hele kwetsbare laag”

Voor wie leeft binnen de muren van een TBS-kliniek, is de wereld opeens beperkt en een stuk anders dan voorheen ‘buiten’. Verandert dat ook hun kijk op welzijn en welvaart? En wanneer de tijd daar is om geleidelijk aan weer stappen in de maatschappij te zetten: hoe red je je dan? Marga Wubs (Kompas Zuidlaren) heeft het erover met Tonnis Meijer, die al meer dan 30 jaar in de Van Mesdagkliniek in Groningen werkt.

Welzijn als je opgesloten zit?
Ze vallen aan op de lunch: “Dit is een beetje welvaart én een beetje welzijn”, leidt Tonnis het thema alvast met een knipoog in. “Dit is inderdaad welvaart, wat hier op tafel ligt”, zegt Marga terwijl ze om zich heen kijkt. “Maar daar heb jij in je werk natuurlijk ook veel mee te maken”, kijkt ze haar disgenoot aan. Tonnis werkt als Sociaal Juridisch Dienstverlener in de Van Mesdagkliniek. Daar begeleidt hij TBS-patiënten die klaar zijn om geleidelijk aan weer een stap in de maatschappij te zetten. “Welzijn wordt heel anders beleefd door de mensen met wie ik werk. Opgesloten zijn doet heel wat met een mens.” Veel van ‘de jongens’ – zoals Tonnis ze steevast noemt – gaan uiteindelijk op verlof: “Dat gaat heel gestructureerd en weloverwogen, maar wordt vooral ook individueel bepaald. Dat moet ook wel: ieder mens is uniek.”

VEILIG TERUG NAAR DE SAMENLEVING
In Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag is plek voor 260 mannelijke TBS-patiënten. Mensen die een delict hebben gepleegd, daarvoor meestal een straf hebben uitgezeten en daarna behandeld worden. Maar ook: mensen die vanwege psychiatrische en vaak ook verslavingsproblematiek niet goed functioneren en mede daardoor een delict pleegden. Om te voorkomen dat ze opnieuw de fout ingaan, worden ze in De Mesdag behandeld. Een behandeling is pas succesvol wanneer de kans op het opnieuw plegen van een delict erg klein is geworden, is het uitgangspunt van de tbs-maatregel. Alleen dan wordt er gewerkt aan de toekomst. Want het uiteindelijke doel van de behandeling is: veilig terugkeren naar de samenleving.

Marga Wubs

Door iemands verleden heen durven kijken
Marga legt een stelling voor: “Om welzijn of welvaart te bevorderen is er vaak hulp van derden nodig. Is dat zo?”, kijkt ze Tonnis aan. Die staart even nadenkend voor zich uit:Ik merk de laatste jaren dat er steeds meer een instelling in de maatschappij is van ‘iedereen moet zijn eigen keuzes kunnen maken’. Dat is mooi, maar niet iedereen kan dat. Je wordt beperkt in je keuzes wanneer je bepaalde dingen niet snapt. Dan is het heel mooi wanneer je een beroep kunt doen op mensen die je daarbij ondersteunen.”
Tonnis ziet de tweedeling steeds groter worden tussen hen die het hebben getroffen en de mensen die zich in hun eentje niet zo goed kunnen redden of niet zo’n sterk vangnet hebben. “Kijk, we hebben een crisis achter de rug. Daar hebben jij en ik relatief gezien niet zo heel veel van gemerkt. Maar mensen die afhankelijk zijn van allerlei voorzieningen, die heeft het wel getroffen. En behoorlijk ook”, weet Tonnis vanuit zijn werk. Voor ‘zijn jongens’ is het extra zwaar om zich staande te houden: “Er is weinig draagvlak om mensen te resocialiseren. Onze jongens komen daardoor vaak terug in de maatschappij met een ‘arbeidsgat’ in hun CV. En als ex-TBS’er krijg je geen Verklaring Omtrent Gedrag, dus zie dan maar eens een baan te krijgen.” Ze zijn doorgaans afhankelijk van werkgevers die door hun verleden heen kunnen en willen kijken.

Voldoende talent & potentieel
In dat opzicht heersen er zelfs bij instanties nog veel vooroordelen: “Zodra men merkt dat het om een voormalig TBS’er gaat, wordt al snel gedacht ‘hij heeft een dagbesteding, het is wel goed zo’. Terwijl er genoeg jongens tussen zitten die talent hebben en het potentieel om te werken.” Werk is essentieel, vindt Tonnis. Het levert niet alleen welvaart op maar in belangrijker mate ook welzijn: “Werk is niet alleen inkomen, het is een sociaal gebeuren. Je draagt ergens aan bij, je komt ’s avonds thuis en je hebt iets gedaan. Dat ze onder de mensen zijn is zó belangrijk…
Met heel veel jongens zoeken we naar een woning zodat ze op zichzelf kunnen gaan wonen. Maar wanneer ze geen sociaal netwerk hebben, ligt vereenzaming op de loer.”

“Er zijn hier jongens die voor € 600,- hun hele huis kunnen inrichten. Dan zitten ze dolgelukkig als een koning in hun koninkrijkje. Prachtig!”

Geen vanzelfsprekende gezondheid
Samen kijken ze even terug naar toen Tonnis begon met de Van Mesdagkliniek, in 1984: “We hadden toen 64 patiënten.” Of die toename te maken heeft met de veranderingen in de maatschappij, wil Marga weten. “Weet ik niet”, overpeinst Tonnis. Wel ziet hij dat mensen vandaag de dag teveel aan hun lot worden overgelaten waardoor situaties escaleren. Daar zou je eerder op moeten ingrijpen, vindt hij: “Woningbouwstichtingen die omhoog zitten met mensen die verward zijn en die vervolgens de boel opblazen. Dat komt vaak voor, mensen die psychotisch zijn en gewoon ‘bij het pad’ lopen. Die mensen moet je veel eerder begeleiden, zodat de boel niet zo uit de hand loopt.”
Voor wie aan de rand van de maatschappij leeft, is gezondheid niet zo vanzelfsprekend, concludeert Marga: “Ze hebben weinig geld en wachten daardoor lang om naar een dokter of tandarts te gaan.”
Tonnis knikt herkennend: “Dat krijg je steeds meer. Wanneer je iemand in een woning zet met een bijstandsuitkering, dan heeft diegene met een beetje geluk nog 300,- per maand te besteden aan levensonderhoud. Vaak zijn het ook nog stevige rokers. Dan houd je niet veel over. Het effect is dat ze zo goedkoop mogelijk gaan eten: een doos hamburgers van de Lidl, daar kun je best een paar dagen mee doen.” Maar dat gaat lang niet voor iedereen op: “Ik zie ook zeker jongens die daar juist heel goed mee omgaan. Heel bewust en verstandig. Die zijn er ook genoeg.”
Ondertussen checkt Marga op z’n Gronings of de kwaliteit van de lunch voldoet: “Smoakt ’t goud?” Tonnis knikt met volle mond: “Joa man!”

Tonnis Meijer

Kwetsbare kant durven laten zien
Maar welzijn en welvaart hoeven niet perse met elkaar te maken te hebben, vindt Tonnis. “Ook al kun je nog zoveel mooie spullen kopen, dat wil nog niet zeggen dat je lekker in je vel zit.” Het tegenovergestelde ziet hij soms in zijn werk: “Er zijn jongens die maar 600,- hebben om hun hele huis in te richten. Maar dat lukt en nog netjes ook. Dan zie je ze zitten: als een koning in een koninkrijk. Prachtig is dat.”
Uiteindelijk wil iedereen die ‘vast’ zit graag ‘naar buiten’. Maar spannend is dat wel, al zal niet elke patiënt dat direct toegeven en houden ze zich in eerste instantie stoer: “Maar wanneer je ze beter leert kennen, durven ze ook hun kwetsbare kant te laten zien. Dan merk je dat ze er vaak onrustig en onzeker over zijn. Dat ze bijvoorbeeld allerlei regels niet snappen. Wanneer je de maatschappij door de ogen van één van onze jongens bekijkt, dan is het ook best ingewikkeld.”
Die kwetsbare laag onder de buitenkant intrigeert Tonnis: “Dan geef je ze de muis van een computer en dan bevriezen ze. Je moet iets opbouwen om dat vertrouwen te krijgen, dat ze die kwetsbare durven en willen laten zien.” Want uiteindelijk zijn we allemaal maar een mens…

 

Inschrijven nieuwsbrief

Iedere maand sturen we je een nieuwsbrief met de nieuwste lunchverhalen. Blijf volledig op de hoogte en lees meer over onze lunchpartners, hun kijk op welvaart en welzijn en hun visie op de toekomst omtrent deze thema’s.