“Zo zijn er meer dingen in mijn omgeving waar ik me verantwoordelijk voor voel”

Soms zijn er van die mensen bij wie het hart nooit te klein lijkt te zijn. Er kan altijd nog wel iemand bij. Zo iemand is Lucie Grevink-Blomsma. Ze voelt een bijna vanzelfsprekende verantwoordelijkheid voor de mensen om zich heen en lijkt haar maatschappelijke taak daarin licht te dragen. Het bijdragen aan het welzijn van anderen vergroot het hare.

Zorg voor vader & moeder
Op een bijzondere plek – de oude dierentuin in Emmen – zitten Anneke Gringhuis (administratief medewerkster bij Kompas Zuidlaren) en Lucie samen aan de lunchtafel. Het is de woonplaats van Lucie en de verhuizing hier naartoe heeft er mede toe geleid dat ze mantelzorger werd, alweer een hele tijd geleden. Lucie werkte in het toenmalige Academisch Ziekenhuis Groningen, maar stopte met werken toen hun eerste kind zich aandiende. Ondertussen vond haar man werk in Emmen en was de verhuiswagen richting Drenthe snel geregeld. “Ik kom uit Emmen dus ik ging terug naar de wereld waar mijn familie woonde. Mijn ouders raakten op een gegeven moment op leeftijd, mijn vader was van 1904 en toen rond de 80 jaar oud. Ik had een hele goede band met hem en toen er steeds meer ongemakken bij kwamen, ondersteunde ik hem waar nodig. Dat was eigenlijk het startpunt van de mantelzorg.”
Lucie bracht haar vader waar hij naartoe wilde, nadat hij vanwege een aanrijding niet meer achter het stuur durfde. Ze hielp met de dagelijkse dingen zodat het echtpaar zelfstandig kon blijven wonen. “Ik voelde me verantwoordelijk om daar zorg voor te dragen. Want mijn vader – die fysiek steeds meer klachten kreeg – was een grote sterke man en mijn moeder een klein tenger vrouwtje,”, blikt hun dochter liefdevol terug.
Toen vader Blomsma op z’n 95e overleed, verschoof de mantelzorg naar moeder. Hoewel klein en tenger wel een sterke vrouw: ze is uiteindelijk 101 geworden en woonde tot haar 100e nog op zichzelf. Mede dankzij de steun van haar dochter. “Ik heb haar dagelijks bijgestaan. Behalve in de vakanties, dan regelde ik het met mijn broer en zus. Mijn zus – die op afstand woonde – heeft zich daar wel schuldig over gevoeld, dat het meeste op mijn schouders rustte. Maar terugkijkend heb ik het niet perse zwaar gevonden. Het kwam hun welzijn ten goede maar ook dat van mij.”

EEN BIJZONDER WOORD
Het woord ‘welzijn’ gebruikt Lucie niet zo vaak, overpeinst ze: “Je vraagt mensen om je heen wel ‘hoe gaat het?’, dan heb je het eigenlijk over iemands welzijn. Maar zo benoem je het vaak niet. Ik heb het wél heel bewust gebruikt op het afscheid van mijn moeder. Toen zei ik: ‘ik heb echt alles gedaan voor het welzijn van mijn moeder’. Ze was oud en kon niet veel meer op het laatst, maar ze heeft tot het einde aan toe een goed leven gehad. Mooi om dat woord sinds lange tijd nu weer eens zo te gebruiken.”

Lucie Grevink-Blomsma
Lucie Grevink-Blomsma

Taalcoach voor vluchtelingen
Maar daar hield het niet op voor Lucie. Ze ging verder in het verbeteren van het welzijn van anderen. Als vrijwilliger ging ze aan de slag als taalcoach. Ze hield voorleessessies bij mensen thuis, voor kinderen met een taalachterstand. “Dat is zó leuk om te doen…”, beklemtoont Lucie. “En het bleek vooral een succes bij vluchtelingenkinderen tot acht jaar.” Zo raakte ze verbonden aan een gezin uit Tadzjikistan, waar ze met regelmaat over de vloer kwam om voor te lezen. Maar het was meer dan dat: “Je breidt het voorlezen uit naar bibliotheekbezoek en hoe je daar lid kunt worden.”
Inmiddels heeft ze alweer een nieuw gezin onder haar voorleesvleugels, dit keer uit Afghanistan. Het is een bijzonder gezin, vertelt Lucie, die het jongste kind begeleidt op het gebied van taal: “Hun oudste kind is gehandicapt. Nu heeft de vader op eigen kracht zelfstandig een PGB weten te regelen voor zijn zoon. Een hele prestatie wanneer je pas in Nederland bent.” Hier schuurt het voordeel echter wel langs de begrippen welvaart en welzijn: “Eigenlijk zou die jongen naar een instelling moeten verhuizen, maar daarmee verliest het gezin een deel van haar inkomsten. Tegelijkertijd past het ook niet in hun cultuur om de zorg voor je kind uit handen te geven. Dan zie je wel hoe verschillende aspecten welzijn en welvaart in de weg kunnen zitten.”

Anneke Gringhuis - Kompas Zuidlaren
Anneke Gringhuis

Mantelbezorger voor de apotheek
Wat Lucie zich ook aantrekt, is het welzijn van ouderen: “Ik hoorde onlangs op het nieuws dat ¾ van de 75-plussers eenzaam is. Dat is enorm veel. Dan is welvaart niet zo belangrijk meer.” Maar het hangt wel met elkaar samen, realiseert ze zich. “Belangrijk is dat ieder in zijn of haar behoeften kan voorzien. Voor een deel ligt daar een taak voor de overheid, voor een deel moeten we elkaar daar als burgers in helpen. Ik denk wel eens: de participatiemaatschappij waar Rutte en Samsom voor stonden, die hebben ze afgekeken bij mij!”, zegt ze lachend.
Dus is Lucie ook ‘mantel(be)zorger’ voor een apotheek in Emmen. Het is de eerste apotheek die medicijnen laat bezorgen door vrijwilligers bij mensen die eenzaam zijn of een ordeningsprobleem hebben. Hoe het werkt? “Even een praatje, in kunnen schatten of het goed gaat met de medicijnen. Worden ze ingenomen? Zo niet dan geven wij dat door en wordt daar actie op ondernomen. Ik zag dat op tv en zei direct tegen mijn man: ‘Dat ga ik ook doen’. Dat gaat écht over welzijn.”

“Ik denk wel eens voor de grap: die participatiemaatschappij, die hebben Rutte en Samsom van mij afgekeken!”

Goed doen voor anderen
Toch is Anneke ook benieuwd waar Lucie aan denkt bij het woord ‘welvaart’. “Dan denk ik aan hoe goed we het hier eigenlijk hebben”, reageert ze direct. “Op iedereen rust de verantwoordelijkheid om die welvaart niet alleen voor je zelf te houden, maar hem ook ten goede te laten komen van mensen die het minder hebben. Zelf probeer ik daar een beetje aan bij te dragen”, zegt Lucie bescheiden. “Niet door het geven van geld maar door een belangrijk deel van mijn tijd te besteden aan waar een goed doel bij gebaat is. Goed doen voor anderen.” Anneke knikt bevestigend: “Dat is een mooi streven.”
Nog één voorbeeld dan… Lucie bezoekt elke week een 94-jarige vrouw wiens enige dochter in Zuid-Afrika woont. “Wanneer je bijna niemand in je nabije omgeving hebt en je bent beperkt in je bewegingsmogelijkheden, dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen om daar niet regelmatig even aandacht aan te besteden. Even dat contact, even met haar naar het ziekenhuis… Zo zijn er meer dingen in mijn omgeving waar ik me verantwoordelijk voor voel. Ik denk wel eens: als er twee op de vijf mensen een hand uitsteken naar een ander, dan zou de wereld er heel anders uitzien.”
Lachend sluit ze af: “Gaat het toch weer over welzijn hè…?”

 

Lees ook deze lunchverslagen